Reisverslagen

Schotland 2002

 

Hieronder een verslag van een vakantiereis voor absolute rustzoekers.
Bezocht werd de Noordwestkust van Schotland, maar het accent lag op de eilanden die voor deze kust zijn gelegen.

Inleiding
Sinds 1973 heb ik Schotland om de 2 à 3 jaar bezocht en met uitzondering van een huurkampeerauto, 23 jaar geleden, zou dit de eerste keer zijn met onze eigen kampeerauto.

Onze kampeerauto is een Rapido F772 op basis van Fiat met een 2.8 idTD motor van 128 Pk.
De kampeerauto is voorzien van twee zonnepanelen, dus voor de vakantie heb ik een omvormer van 12 naar 220 V laten aanbrengen en zodanig dat ik op alle stopkontakten in de kampeerauto 220V heb. Verder is de wagen uitgerust met een 150 liter watertank en een geheel kunststof douchecabine, waardoor de douche goed te gebruiken is.

Algemene Informatie
Schotland (en trouwens heel Groot Britannië) is een duur land.
Niet zozeer vanwege de hoge prijzen van diverse artikelen, maar meer vanwege de koers van de Pond. Betaalden we tijdens het vorige bezoek aan Schotland voor 1 Pond Sterling f. 2,65, dit jaar was de koers (omgerekend naar de gulden) f. 3,50, dus alles was meer dan 30% duurder. Iets om terdege rekening mee te houden.
Toch wilden we weer naar Schotland en ditmaal de Hebriden bezoeken, dus de knoop doorhakken en gaan. Via internet informatie vergaard, zoals de mogelijkheden van overtochten naar de eilanden, campings en zelfs complete wandelroutes op de eilanden en de westkust.
De Caledonian MacBrayne is de ferry maatschappij die met vele veerboten de eilanden toegankelijk maakt. Via hun website
www.calmac.co.uk heb ik informatie gevraagd over de mogelijkheden en kreeg ik uitgebreide documentatie toegestuurd. Daarmee kon, met het uitzoeken en uitstippelen van de routes, de vakantie voorpret beginnen!

Het lag in de bedoeling om de eilanden Mull, Skye, Lewis en Harris, Berneray, North- en South Uist te gaan bezoeken. Caledonian MacBrayne heeft een aantal mogelijkheden, zoals een open ticket voor 8 of 15 dagen onbeperkt gebruik maken van de ferrys (Island Hop Scotch) of bepaalde overtochten bij elkaar uitgezocht en in één keer betaald. Deze tickets zijn dan 1 maand geldig na aankoop.
We hebben voor het laatste besloten, prijstechnisch gunstiger, maar je hebt ook meer
tijd op de verschillende eilanden, je hoeft je dus niet te haasten.
Middels ervaringen van derden hadden we te verstaan gekregen dat je in Schotland niet "wild" mocht kamperen en dat je persé op een camping moest gaan staan. Voor een camping betaal je al gauw £ 8,- tot £ 10,- per nacht (zonder elektra) en aangezien we selfsupporting zijn en alleen een parkeerplek voor de nacht nodig hebben, hadden we geen zin in campings. We zouden wel zien hoe we dat oplosten.

Natuurlijk moet je regelmatig water tanken en het toilet en vuil watertank legen, maar dit bleek in de praktijk de minste zorg.
In ieder dorpje, hoe klein en afgelegen ook, er was altijd een openbaar toiletgebouwtje en mits je geen chemicaliën gebruikt, kon je gewoon je toilet legen.
Een enkele had zelfs een douche, je kon er water krijgen en alle toiletten waren ontzettend schoon en voorzien van zeep en papieren handdoekjes om je handen te wassen.

Bij de meeste van deze voorzieningen stond echter wel een bord dat het verboden was om hier te overnachten. Begrijpelijk, want als je dat niet verbiedt blijkt het dat er bepaalde groepen langer dan een nachtje daar verblijven en dan wordt het een camping, compleet met waslijnen etc. zoals je heel veel aan de Franse kust ziet.

De overtocht naar Groot Brittannië hebben we gedaan met de Stena Line, Hoek van Holland-Harwich. Voor een kampeerauto overtocht blijkt dit toch de goedkoopste manier en de nieuwe ferrys zijn zeer luxe. Deze overtocht duurde 6,5 uur, de HSS doet er 3 uur 40 minuten over, maar is duurder. Ook IJmuiden-Newcastle en Europoort-Hull heb ik bekeken, maar die zijn aanzienlijk duurder, ook als je de kilometers die je meer rijdt van Harwich erbij rekent.    

                                                                                                                                        

Dag 1 en 2 (864 km)

17 Juni om 19.15 uur reden we in Harwich de ferry af en onze bedoeling was om in één keer door te rijden naar Schotland. Het is een afweging die je maakt om 's nachts te rijden, kom je voor het eerst in GB dan zou ik het misschien ook niet doen. Mijn afwegingen waren:

  1. minder druk op de weg, dus ik kan weer even wennen aan het links rijden ( rechts inhalen op de spiegels is even wennen met een kampeerauto),
  2. ik hoef de omgeving toch niet te zien, want ik ken de route al
  3. ik wil niet op een camping in Harwich en omgeving gaan staan en zodoende een dag verliezen.

 

 We zijn dus direkt vertrokken en ik moet zeggen, het is mij heel goed bevallen. We zijn gereden via de A120 ri. Colchester, A14 via Cambridge ri. Huntingdon en dan de A1 tot aan Scotch Corner. Dit is geen Motorway maar een zogenoemde Dual Carriageway, gewoon te vergelijken met een snelweg, alleen je kunt er ook langzaam verkeer zoals landbouwtrekkers tegen komen.
Onderweg stopten we voor een kop koffie bij een Service Station, een parkeerplaats met benzinepomp en restaurant en men dacht dat we daar wilden overnachten. We kregen het advies om niet te overnachten op parkeerplaatsen in de buurt van de grote steden. In verband met de grote werkloosheid in de steden is er veel criminaliteit en er wordt veel ingebroken in geparkeerde auto's en vrachtauto's. Na de grens met Schotlands zou het minder zijn zo verzekerde men ons.
Toen we de reis vervolgende zagen we parkeerplaatsen die overvol stonden met vrachtauto's waarvan de chauffeurs sliepen, maar de meeste vrachtwagens hadden de laadklep open, zodat criminelen konden zien dat er niets te halen viel, hetzij omdat de vrachtwagen leeg was, hetzij dat het slechts grote voorwerpen vervoerde die niet interessant waren om mee te nemen. Op deze wijze wordt er door de criminelen ook niets vernield aan deuren of huif.

Vanaf Scotch Corner reden over de A66 naar Penrith en dan de M6 naar de Schotse grens, die we om 04.15 uur passeerden bij Gretna Green. Vanaf Harwich precies 565 kilometer. Goed te doen en lekker relaxed vanwege de Cruise Control.
Na een uur rust en een goed ontbijt de weg, nu A74, vervolgd richting Glasgow. Via de M8 die door Glasgow gaat en Erskinebridge (toll) de rivier de Clyde overgestoken en de A82 opgereden.

Zodra je Erskine bridge over bent, kom je al meteen in de rust van Schotland. Was het tot en met Glasgow druk, op de A82, een gewone twee-baans weg, ben je het verkeer praktisch kwijt. Je rijdt onmiddellijk in het mooie gebied rond het bekende Loch Lomond. De snelheid gaat er nu bewust behoorlijk uit, want we genieten van de vele mooie uitzichten en ik voel me weer helemaal "thuis".
Vervolgens bij Arrochar de A83 naar Inveraray en via de A819 en A85 naar Oban, waar we voor de eerste nacht een camping opzochten om ons eens lekker op te frissen en van een goede nachtrust te gaan genieten. De camping ligt net buiten Oban in ZW richting en je kijkt uit over het eiland Kerrera.

Oban is een vissershaven en tevens vertrekplaats van de overtocht naar ons eerste te bezoeken eiland, Mull. Bij het kantoor van CallMac de tickets voor de diverse ferry overtochten gekocht, dus vanaf nu nooit meer in de rij om een kaartje te kopen.
Oban is een mooi en gezellig stadje met leuke winkeltjes waar ze behalve allerlei Schotse prullaria ook mooie wollen truien, vesten etc. verkopen. De Oban Distillery kunt u eveneens bezoeken en in het Restaurant MacTavish's Kitchen kunt u tijdens het eten een beetje van de Schotse sfeer proeven met accordeon-, viool-, doedelzakmuziek en highland dancing.

Dag 3 (93 km)

De camping kostte excl. stroom £ 9,- maar als je de avond tevoren doedelzak hebt gespeeld krijg je één pond korting. Vandaag de oversteek gemaakt van Oban naar Craignure op het eiland Mull, een reis van 45 minuten over de Firth of Lorne en de Sound of Mull.
Onderweg zie je de eilanden Kerrera, Lismore en enkele uit zee opdoemende rotsformaties. Alleen bij het haventje Craignure is wat drukte als de ferry aankomt, daarna is het eiland één en al rust. Bij Craignure is één van de weinige campings op het eiland, maar het is nog veel te vroeg om te stoppen.

Bijna alle wegen op het eiland Mull (en dat zijn er echt niet veel) zijn single track roads, dat wil zeggen, één-baans wegen met om de paar honderd meter een iets breder stuk, een passing place, waar je elkaar kunt passeren. Het rijden op dit soort wegen vergt constant je aandacht, om iedere bocht of achter iedere heuvel kan een tegenligger aan komen rijden, rijd je te hard dan krijg je ongelukken. Er gebeuren veel ongelukken, waarbij altijd buitenlanders betrokken zijn. Wees dus alert. Degene die het eerst de ander ziet aan komen rijden gaat stilstaan op zo'n verbreed stuk weg om de ander te laten passeren. Een kwestie van beleefdheid dus.

Om zelf ook te genieten van de mooie omgeving rijd ik niet harder dan 30-40 km per uur en ik ga zoveel mogelijk voor het andere (lokale) verkeer aan de kant. Ik krijg echter niet altijd de gelegenheid om als eerste de weg vrij te maken, de Schotten zijn nog alerter en beleefder. Als er een auto achter mij aan komt rijden ga ik ook aan de kant. Vaak zijn het lokale mensen, die dus wat meer haast hebben en dan schiet ik zo'n passing-place op. Je krijgt altijd een bedankje middels een opgestoken hand of een druk op de claxon. De gepasseerde auto is zo achter de heuvels verdwenen en je bent weer met z'n tweeën op deze immense grote wereld.
Open landschappen met heuvels en bergen, afgewisseld met bossen en vanaf hoogtes mooie vergezichten over zee en baaien. En natuurlijk overal schapen en lammeren. Die lopen gewoon los rond, staan ook op de weg stil of liggen daar te zonnen. Moet je dus ook heel erg op letten. Als ma schaap aan de ene kant van de weg loopt en het jong aan de ander de kant en jij komt eraan rijden, dan steekt het lam altijd vóór je de weg over om de bescherming van ma op te zoeken. De dieren hebben hier dus voorrang. Ook kuddes koeien lopen hier gewoon vrij rond.

We zijn over de A849 in zuidelijke richting gereden. Na enkele kilometers zijn we gestopt bij Torosay Castle en de tuinen bezocht. Het kasteel is van binnen ook te bezichtigen, maar lijken ons allemaal hetzelfde. De tuinen zijn prachtig, de moeite waard om het eens te bekijken.
Even verderop verlaten we de A849 om bij Duart Castle te stoppen voor de lunch. Dit kasteel zagen we al toen we met de ferry voeren. Hier vandaan heb je een mooi uitzicht over de Sound Of Mull.
Hierna keren we terug naar de A849 en gaan na ongeveer 10 km richting Lochbuie. Een mooi weggetje, eerst door het bos en later langs Loch Spelve. De weg is erg smal en je moet goed uitkijken. Af en toe moet je terugschakelen naar de eerste versnelling, omdat je anders de top niet overkomt. Ik merk goed dat we een 3500 kg zware kampeerauto hebben. Uiteindelijk loopt de weg dood bij Lochbuie, waar je een prachtig uitzicht hebt over de baai. We hebben hier eigenlijk geen goede herinnering aan, want bij het keren kwamen we goed vast te zitten en zakten we in de kiezels weg.
Terug naar de A849 en deze weg vervolgd. Als je kleine weggetjes inslaat, moet je vaak dezelfde route terug. Wij hebben dat niet als hinderlijk ervaren, want als je terug rijdt zie je de omgeving van de andere kant en dat geeft weer andere vergezichten.
We rijden nu door Glen More en bij Derrynaculen komen we weer bij de zee. Hier kun je de weg vervolgen langs Loch Scridain of afbuigen naar het noorden over de B8035. We gaan echter helemaal naar het eind van Mull, want bij Fionport is er een ferry naar Iona. Toen we bij Fionport aankwamen begrepen we dat Iona een toeristische aantrekkingskracht had. Parkeerplaatsen met automaten bij de haven waar je beslist niet mag overnachten. Even verderop nog een hele grote parkeerplaats met hetzelfde verbod.

Gelukkig is er in de buurt, een schapenboer bij het gehuchtje Fidden. Voor £ 3,- per persoon mag je in het weiland staan aan het strand, tussen de schapen. Heerlijk toch? Bij de boerderij was een net toiletgebouwtje met douches. We stonden op een groot grasveld/weiland en verderop stonden nog een paar kampeerders. Hier vandaan hadden we uitzicht op het eiland Erraid, dat eigendom zou zijn van een Nederlander.

                                            

Dag 4 (92 km)
In het jaar 563 vestigde St. Columba uit Ierland zich op dit eiland en stichtte hier een klooster. Van hier uit verspreidden zijn volgelingen zich over Schotland en trachtte hij de bevolking te Christenen. In de 13e eeuw is het klooster opnieuw opgebouwd en is er ook een nonnenklooster bij gebouwd. Het klooster is te bezichtigen.
Vele Schotse koningen en clanhoofden liggen op het eiland bij het klooster begraven. Iona is niet groot, alleen met vergunning mag de auto mee, maar alles is te bezichtigen op de fiets of lopend.

Terug op Mull zijn we de A849 teruggereden en nu bij de afslag de B8035 opgereden. Na enkele kilometers kom je bij Clachandhu weer bij de zee en vanaf een hoogte heb je een prachtig uitzicht over Loch Na Keal. De weg wordt hier wel erg smal, omdat aan de rechterzijde het bergmassief bijna recht omhoog loopt. Door de vele bochten moet je hier dus goed opletten of er geen tegenliggers aankomen.

Aan het eind van het loch krijg je de keuze om de weg te vervolgen naar Salen of over de B8073 richting Tobernmory.
Onderweg rijd je langs de waterval Eas Fos die ca. 60 meter recht in zee stort. Na weer enige kilometer komen we bij Calgary Bay en het plaatsje Calgary. De mensen die hier vroeger woonden zijn verdreven en naar Canada geëmigreerd, waar ze het bekende Calgary hebben gesticht.
Bij Calgary Bay is een strandje en zowaar een mooi plekje om te overnachten. Er stonden al enkele tentjes en een caravan dus we konden er zo bij gaan staan. Langs de weg stond een heel net toiletgebouwtje, dus een ideale camperplek!
Het was 's avonds mooi en rustig weer dus buiten zitten kon niet vanwege de midges (mugjes), maar je kunt niet alles hebben. In ieder geval hadden we een mooi plekje gevonden met een zeer fraai uitzicht.

Dag 5 (131 km)

Deze dag begon met regen, dus zijn we rechtstreeks naar Tobermory gereden waar vandaan we de oversteek naar Kilchoan op het vasteland zouden maken.
Tobermory is een leuk klein vissershaventje en stadje met enkele bezienswaardigheden.
Kilchoan ligt op het schiereiland Ardnamurchan en is eigenlijk alleen een aankomst/vertrekplaats van de ferry. Wel is er even verderop een Tourist Office, waar u informatie over het gebied kunt krijgen.
Ardnamurchan Point schijnt het meest westelijke puntje van het Schotse vasteland te zijn en er staat een vuurtoren met uitzichtspunt. Met helder weer kun je het eiland Coll zien en de Hebriden, maar helaas, het regende en er stond zeer veel wind en dan is er niets aan om daar te zijn.
De B8007 in oostelijke richting gaat door Glen Borrodale een weg met veel rodondendrons. Bij (alweer) het plaatsje Salen gaan we linksaf de A861 in Noordelijk richting. Na dagen over single track roads te hebben gereden moeten we nu weer links gaan rijden.

Bij Kinlochmoidart is in 1745 Bonnie Prince Charlie met zijn schip en enkele volgelingen uit Frankrijk geland.
Hier vandaan probeerde hij, als troonpretendent van de Stuarts, de Engelsen uit Schotland te verdrijven.
Na hevige gevechten met de Engelsen zijn de Schotten in 1746 tenslotte verslagen bij Culloden Moor, vlakbij Inverne
ss
.

Na Lochailort zijn we over de A830 richting Mallaig gereden en hebben bij het plaatsje Arisaig een camping opgezocht. Na het dorp Arisaig gaat er een weg linksaf richting Back of Keppoch en de camping Gorten Sands Caravan Site. Deze camping is echter verschrikkelijk duur. Als u deze weg naar Back of Keppoch ingaat, dan is er na 500 meter een splitsing en hier houdt u rechts aan. U ziet enkele stacaravans staan en even verderop is een veldje voor tourcaravans. Het is een camping voor mensen die er al jaren komen en men wil eigenlijk geen passanten, maar campers zijn zeer welkom. Er is wel een toilet en water, maar geen douche. Wel kan men er het chemisch toilet legen. Kosten £ 6,- voor twee personen. Mooi plekje aan het   strand.

 

                                                          

Dag 6 (143m)
Vandaag naar Mallaig gereden waar vandaan de ferry vertrekt naar Armadale op het eiland Skye, een overtocht van ongeveer 45 minuten.
Na aankomst op Skye rijdt u over de A851 langs het Armadale Castle, een bezoek waard al was het alleen al vanwege de mooie tuinen. Dit is het gebied van de MacDonalds. (De clan Mac Donald wel te verstaan!)
Na 16 mijl komt deze weg uit op de A850 bij Breakish. Slaat u rechtsaf, dan kunt bij Kyleakin het eiland via een brug weer verlaten. Wij zijn linksaf gegaan en passeerden het plaatsje Broadford, met een supermarkt, bakker en bank. De A850 zijn we vervolgd richting Portree. Inmiddels begon het te regenen, waar Skye zo bekend om is. Skye betekent eiland van de mist en het deed die dag zijn naam eer aan. Toch is ook dit mooi. Door de regen zijn de beekjes die van de bergen stromen erg groot en overal zie je watervalletjes. Bij het plaatsje Luib, in een bocht van de A850 bij Loch Ainort, stort zeer veel water naar beneden.
Bij Portree vervolgen we de A850 en even later gaan we bij Carbost rechtsaf richting Uig. Vanwege het feit dat het regende en er de volgende dag (zondag) geen ferry naar de Hebriden ging, zijn we doorgereden om de laatste ferry te nemen. Om 18.00 uur vertrok de ferry en na 1 uur 50 minuten kwamen we met droog weer aan bij Tarbert op Harris.
In het plaatsje Tarbert is een Tourist Information, waar je informatie over de eilanden kunt krijgen, maar ook water kunt laden en er zijn toiletten. Gelet op het tijdstip zijn we het plaatsje uitgereden om een plekje te zoeken.
Veel campings komt je er niet tegen, maar plekjes om te staan zijn er in overvloed. De hoofdweg is de A859, een heel mooie weg om te rijden. Kort na Tarbert komt de eerste klim al. Een lange slingerende weg de berg op, met prachtige uitzichten.
En het mooiste is de rust: bijna geen verkeer, weinig mensen en kleine gehuchtjes. Het eiland doet wat kaal aan zonder bossen, maar de massieve bergruggen zijn een mooi gezicht. Volgens de kaart zitten we nu op het deel van het eiland dat Harris heet.
Bij het dorpje Ballalan hebben we de camper aan de kant van een zijweg (B8060) neergezet voor de nacht. Er zijn veel stukken weg verbeterd, bochten afgesneden en die zijn nog met de auto toegankelijk. Veelal is er een parkeerplaats van gemaakt, ideaal dus om te overnachten.

Dag 7 (172 km)
De A859 weer opgezocht en vervolgt in noordelijke richting tot aan Stornoway. Stornoway is een belangrijke vissershaven en de ferry naar Ullapool vaart hiervandaan. Aan de haven hebben we in het zonnetje koffie gedronken. Dit plekje is ideaal om te overnachten, of het mag is mij niet bekend, maar een volgende keer zou ik het erop wagen. Ik heb het gevoel dat je niet wordt weggestuurd door de sterke arm.

Na de koffie het schiereiland An Rubha opgereden. Als je eiland oprijdt is er direkt een ruïne van één van de kerken van St. Columba te zien en een monument ter nagedachtenis aan een boerenopstand.
Aan het eind van het eiland is er een vuurtoren bij Tiumpan Head dat nu een dierenasiel is. Hier vandaan zijn er weer mooie vergezichten over de zee.
Vervolgens zijn we weer teruggereden naar Stornoway en middels de A857 het eiland dwars overgestoken naar de westkust. Deze weg gaat door een uitgestrekt heide-, en veengebied en is helemaal kaal. Bij het plaatsje Barvas buigt de weg naar het noorden af richting Port of Ness.

Onderweg zijn diverse mogelijkheden om allerlei oudheidkundige bouwwerken te bekijken, al dan niet gerestaureerd. Dit zijn bouwwerken uit o.a. de Steentijd, zoals woontorens en verdedigingswerken.
Voor £ 4.50 kocht ik een lokale kaart, hier staan behalve vele kleinen weggetjes ook de bezienswaardigheden op.

Bij Port of Ness is een klein haventje en het leek mij een ideale plek om te overnachten, ware het niet dat het voor ons nog te vroeg was om te stoppen. Er stond een toiletgebouwtje bij het haventje en een paar huisjes in de buurt, je staat er niemand in de weg.
Ook even verderop bij Rubha Rhobhanais (Butt of Lewis), bij de vuurtoren leek mij een ideale plek om te overnachten. Er is hier niemand te zien, dus wie stuurt je dan weg? Hier zijn wel steile rotsformaties an afgronden en er staan beslist geen hekken omheen.
Op de parkeerplaats bij de vuurtoren heb je een pracht van een uitzicht. Beneden ons zien we in zee de zeehondjes zwemmen.

We zijn dezelfde A857 teruggereden en bij Barvas nu de A858 opgereden om de kustlijn te blijven volgen. Onderweg bij plaatselijke bezienswaardigheden en restanten uit de steentijd gestopt en rond gekeken. Overnacht hebben we bij een museumdorp. Dit waren een aantal crofters woninkjes met daken van riet of stro en in een aantal huisjes was het Jeugdhotel gevestigd. Buiten het museumdorpje was een parkeerplaats. Even vragen aan een plaatselijk persoon en die deelde mede dat hier vaker campers stonden, dus...
Op de kaart stond dit dorpje, (old Black House Village) aangegeven als Garenin en het ligt aan een zijweg van de A858. Bij Carloway rijd je rechtsaf richting de kust en aan het eind vande weg is het museumdorp met parkeerplaats.

Bijna iedere zijweg richting de kust biedt aan het einde van de weg wel mogelijkheden om te overnachten. De ene keer tref je er wel enkele huizen, de andere keer sta je daar van alles verlaten. Voor een ieder wat wils dus.

Dag 8 (202 km)
Deze dag begon regenachtig. We zijn de A858 verder gereden en even verderop de Carloway Broch bekeken. Dit is een woontoren uit de Steentijd en aardig om te zien hoe men vroeger woonde en de huizen bouwden.
Een paar kilometer verder staan de standing stones van Calanais.

Het is hetzelfde idee als Stonehenge in Engeland en qua grootte is dit nummer twee in Groot Brittanië. Het hoe en waarom van Calanais komt men te weten bij het Visitor Centre.
Na Calanais rijden we verder tot Garynahine waar we rechtsaf gaan de B8011 en na ongeveer 5 km weer rechtsaf de B8059 richting Great Bernera en Bostadh. Een leuk weggetje tussen allerlei meertjes en aan het einde van de weg bij Bostadh is een kerkhofje, waar ook wel campers staan om te overnachten (op het parkeerplaatsje bij het toiletgebouwtje natuurlijk).
Even voorbij het kerkhof is een prachtig verlaten strand met mooi wit zand, groene heuvels en prachtig blauw water. Hier is enkele jaren geleden na een storm ook een gedeelte van een dorpje onder het zand te voorschijn gekomen. Men heeft er nu een museumpje van gemaakt.

We zijn dezelfde weg teruggereden tot we weer bij de B8011 uitkwamen en we zijn die weg verder gereden richting Cairisiader en andere kleine plaatsjes met nog veel mooiere namen. We rijden nu langs het Little Loch Raag, een diepe zee inham.
Bij Miavaig verlaten we de weg en gaan rechtsaf een rondje rijden langs de Kyle of Pabay. We rijden afwisselend op enige hoogte langs de kust, waar vandaan we dan een prachtig overzicht hebben over de baaien en de vele eilandjes en daarna rijden we weer langs de stranden zelf.
Op een gegeven moment komen we een pracht van een camping tegen, zo in de duinen. Er is goed sanitair en voor diegenen die niet alleen willen staan een goed alternatief. De camping ligt langs de kust bij het plaatsje Bhaltos. Er is maar één weg, dus je kunt het niet missen.

Uiteindelijk belanden we weer op de B8011 en rijden weer verder door Glen Valtos. Deze weg eindigt bij Mealista, ongeveer 15 kilometer verder, maar er zijn allerlei alternatieve weggetjes richting de kust. Je moet echter dezelfde weg weer terug. Nadat we deze hoek hadden bekeken zijn we de hele weg teruggereden naar de 'hoofdweg' A858 en bij Garynahin rechtsaf gegaan richting Stornoway. Na enige kilometers stuiten we weer op de A859 en is het rondje Lewis voltooid.
We rijden weer richting Tarbert en bij de Tourist Information tanken we water. Hierna houden we de weg aan richting Scalpay.

Scalpay is een eilandje, maar sinds enkele jaren met een brug verbonden. Bij het gelijknamige plaatsje Scalpay vinden we aan de haven een plaats om te overnachten. Er is daar een Community Centre (zeg maar dorpshuis) waar ook de brandweer is gevestigd. Even navraag gedaan en we konden hier gerust blijven. Bij het dorpshuis was een toilet en douche om te gebruiken. Het was een mooi plaatsje met een havenpier waar regelmatig de vissersbootjes aankwamen en vertrokken.

Dag 9 (75 km)                                                                              Scalpay was bewust gekozen, als uitvalsbasis voor een wandelroute die ik via Internet had gevonden. Een mooie route langs de kust met vuurtoren en over de met heide begroeide heuvels. Vanaf de toppen van de heuvels genoten we weer van het prachtig uitzicht. Helaas miezerde het een tijdje, maar je kunt niet alles hebben.

Na de wandeling die 4 uur duurde en enige inkopen in de plaatselijke supermarkt met een winkeloppervlak van een ruime huiskamer, hebben we Scalpay verlaten en vanaf Tarbert de A859 weer opgezocht richting het zuiden van Harris gereden. Na enige kilometers hebben we de weg verlaten en zijn we langs de oostkust gereden via Scadabay en Ardvey. Langs deze kust zouden enkele weverijen zijn van het bekende Harris Tweed. Helaas, Harris tweed wordt praktisch niet meer op Harris geweven. Het meeste Harris Tweed komt van Engeland tegenwoordig. Op Harris vinden we een tweetal kleine eenpersoons bedrijfjes die uit nostalgie nog een weverij open houden. Het is echter wel aardig om de weefmachine in aktie te zien en te horen.

De A859 langs de westkust is eveneens een mooie route. Aan het einde van de weg bij Rodel staat St. Clements Church, vooral bekend vanwege de McClouds of Harris die hier begraven liggen.
Om de volgende oversteek per ferry te maken moet u ongeveer 8 kilometer terugrijden naar het plaatsje Leverburgh. Hier geen grote ferry terminal of iets dergelijks, gewoon een wachtplaats voor de veerboot. De wachtplaats leek ons een ideale overnachtingsplaats, dus die werd genoteerd op ons lijstje. De veerboot was van het type Amsterdamse IJ-veerboot en bracht ons over van Harris naar het eiland Berneray over de Sound of Harris.
Berneray is met een dam verbonden met North Uist. De overtocht duurde slechts 1 uur en 10 minuten, maar het was wel genieten. Je vaart tussen allerlei kleine en grotere eilanden en uitstekende rotspunten. Was Harris nogal bergachtig, de volgende eilanden zijn vrij vlak.

Het eiland Berneray is vrij klein, één weg van ongeveer 15 kilometer en de rest dient u te voet af te leggen. De weg ligt aan de oostzijde van het eiland, langs de westzijde is één langgerekt strand. Gelet op het tijdstip keken we uit naar een overnachtingsplaats. Bij het plaatsje Borve was net buiten het dorp (ten noorden) een parkeerplaats aan de baai. Netjes aangelegd, vermoedelijk een soort uitzichtpunt over de baai. Hier konden we mooi staan.

Toen we de volgende morgen de gordijnen open deden zagen we waarom dit plekje tot uitzichtspunt was gekozen. Aan de waterkant zagen vele tientallen zeehondjes in alle soorten en maten lekker genieten van het ochtendzonnetje. Daar genoten wij dus weer van. Het plekje is een aanrader!

Dag 10 (112 km)
Het was vandaag vrij zonnig weer. Wel winderig, maar daardoor dus geen regen maar mooie wolkenvelden die werden weggewaaid. Na het ontbijt reden we weer terug door Borve en zagen we aan het haventje een toiletgebouwtje, waar we ons toilet hebben geleegd en vers water hebben ingenomen. Hierna hebben we Berneray verlaten en via de dam bereikten we North Uist.

North Uist heeft slechts 1850 inwoners, het is dus dun bevolkt. Van Noord naar zuid rijdt u achtereenvolgens over North Uist, Benbecula en South Uist, die middels een dam met elkaar verbonden zijn. De totale lengte van deze drie eilanden bedraagt 50 mijl en de grootste breedte is 8 mijl. In het zuiden is het eiland Eriskay eveneens met een dam op zijn beurt weer verbonden met South Uist.
Als u de kaart bekijkt ziet u dat er overal ontzettend veel water is, kleine meertjes en diep in het land ingesneden inhammen. Zo nu en dan is er enige begroeiing, maar voor het merendeel vele ruige uitgestrekte heidevelden en eenzame moors.

De hoofdweg over de eilanden van noord naar zuid is de A865. Verlaat de A865 en rijdt eens een zijweg in naar de kust en u komt prachtig verlaten stranden tegen! Er zijn vele prehistorische vondsten gedaan op het eiland en men treft verschillende overblijfselen van vroegere bewoning aan, zoals standing stones, brochs and cairns. Op de Official Tourist Map Western Isles staan al deze bezienswaardigheden aangetekend.
Aan de westkust van North Uist is het Balranald Nature Reserve met een prachtige wandeling door een vogelrijk gebied. Bij het Visitor Centre is een kleine parkeerplaats, ook een ideale overnachtingsplaats.
Via de A865 verlaat u Nort Uist over een dam en komt u op Benbecula. Hier is ook het enige vliegveld op deze eilanden. Als u net op het eiland bent rijdt u rechtsaf over de kustweg B892. Aan de kust staan enkele ruïnes zoals het Borve Castle. Bij het plaatsje Borve is een camping, maar wij zijn verder gereden en nadat we weer op de A865 terecht kwamen hebben we het eiland middels de volgende dam weer verlaten. Bij de eerste afslag naar de westkust hebben we bij het plaatsje Locdar overnacht op de parkeerplaats bij de dorpsschool.

Dag 11 (150 km)
Na een zeer zonnige dag gisteren begon vandaag de dag met regen. Gelukkig waren we nog maar net aan het rijden en toen werd het droog en net zo zonnig als gisteren. De wind jaagt de wolken over het eiland. Door de warme golfstroom zijn de winters hier ontzettend mild. IJs of sneeuw kennen ze hier niet, vertelde een eilandbewoner.

Halverwege South Uist bij het gehucht Kildonan is het Kildonan Museum, een streek museum, waar het leven van de eilandbewoners in vroegere dagen is uitgebeeld en voorwerpen uit die tijd te zien zijn.

Vlakbij ligt de ruïne van Ormacleit Castle en even zuidelijk is de geboorteplaats van Flora MacDonald, het dienstmeisje dat Bonnie Prince Charlie liet ontsnappen.

De A865 eindigt tenslotte bij het plaatsje Lochboisdale, waar u eventueel de ferry kunt nemen naar Oban en Mallaig. Ook hier kunt u bij het toeristenbureau overnachten, direct aan het haventje. Bij het toeristenbureau kunt u ook allerlei informatie en wandelroutes uit de omgeving aanschaffen.

Ca. 7 km. voor Lochboisdale op de A865 kunt u nog linksaf via de B888 naar de uiterste zuidpunt van South Uist. Hier is een mogelijkheid om met de ferry naar het kleine eiland Barra te varen dat u hier vandaan kunt zien liggen. Naar het nog kleinere eiland Erskay ligt sinds 2001 een dam en het is nu ook per auto te bereiken.
Ook hier niets dan zon zee rust en ruimte. Heerlijk om de camper aan de kust neer te zetten en te genieten van de stilte. Bezienswaardigheden zijn er niet veel behalve het prachtige uitzicht wat u heeft als u de enige weg omhoog de heuvels op rijdt.

We zijn de hele weg weer terug naar het noorden gereden over de A865, waarbij wij af en toe een zijweg opreden naar de kust. Denk niet "daar rijd je uren over", want met een snelheid van 80 kilometer per uur ben je in twee uur weer op North Uist. Hier zijn we de A867 opgereden richting Lochmaddy waar we de ferry naar Uig op Skye zouden nemen. We hebben een overnachtingsplaats gevonden bij de haven waar ook een bezoekerscentrum was. Op de parkeerplaats van het bezoekerscentrum hebben we overnacht, nadat we dit eerst hadden gevraagd...
Uitzicht over het water, de pub tegenover de camper, dus een ideale stek, ook om je eens tussen de eilandbewoners te begeven.

Dag 12 (59 km)
Omdat de ferry pas om 12.00 uur vertrok hebben we 's morgens eerst een bewegwijzerde wandeling gemaakt van ongeveer 2 uur door het landschap rond Lochmaddy. Lochmaddy is niet groot en de enige bedrijvigheid is de aankomst en het vertrek van de ferry.
Na een oversteek van 1 uur en 50 minuten komen we weer op Skye aan en dit keer is het prachtig zonnig weer. Na het verlaten van Uig gaan we via de A855 over de noordkant van Skye langs de kust. Dit gedeelte heet Trotternish. Een weg met regelmatige prachtig uitzicht over de spiegelgladde zee.

Door de bergen heb je hier weer grote hoogteverschillen te overbruggen. Bij Kilmuir is het graf van de al eerder genoemde schotse heldin Flora MacDonald. Hier is ook een klein museum en enkel crofters woninkjes.
Een paar kilometer verder, voorbij Staffin, is Kilt Rock, een basaltformatie die vanwege zijn vorm op de plooien van een kilt lijkt. Beneden in de diepte zwemmen de zeehonden en een waterval stort zo'n 100 meter naar beneden.

De A855 eindigt bij het stadje Portree, vanwege een doedelzakfestival door ons gekozen als overnachtingsplaats. Bij de Tourist Info kregen we te horen dat je hier nergens met de camper mocht overnachten. Op de parkeerplaats voor langparkeerders stond ook duidelijk een boord waarop het verbod was aangegeven, maar helemaal achterin stonden al twee campers en de eigenaren vertelden dat ze er al twee nachten stonden. Geen probleem dus, vermoedelijk vanwege het doedelzakfestival.
's Avonds was er een parade van 13 doedelzakbands op het grote plein van Portree en op weg daar naar toe staan we op eens oog in oog met kennissen van ons uit Dornoch. Het was 3 jaar geleden dat we hen voor het laatst hadden gezien en toevallig speelde hij bij één van de bands. Een prettig weerzien dus!
Terug op de overnachtingsplaats bleken er weer drie campers te zijn bijgekomen, waaronder een Nederlandse
.

Dag 13
Deze dag was geheel tegengesteld aan gisteren voor wat betreft het weer. Regenjas en paraplu werden te voorschijn gehaald. Boodschappen gedaan in een grote supermarkt, want dat hadden we op de eilanden gemist. Diesel getankt en water geladen.
Gelukkig hebben we allerlei Gardena aansluitingen in soorten en maten mee, want er zijn diverse maten van kranen in omloop.

Nadat de camper weer op de parkeerplaats was gestald het festival bezocht. Door de regen viel dat letterlijk en figuurlijk in het water, maar daar is men hier aan gewend.
Portree is een stadje met ongeveer 3000 inwoners en heeft een groot aantal winkeltjes, vele hotels en 11 pubs. Na het festival, dat ieder jaar wordt gehouden, nemen de leden van de doedelzakbands, al dan niet in hun kilt gekleed, de pubs in bezit. Een gezellige boel, want hier en daar wordt in de pub doedelzak gespeeld. De doedelzak gaat van hand tot hand en hoe meer ze drinken hoe beter ze spelen lijkt het wel.

Dag 14 (136 km)

 

Beneden aangekomen dachten we bij het haventje te kunnen gaan staan. Helaas, ook hier was het verboden en logisch, want afhankelijk van het getij, wordt er bij dit kleine haventje op diverse momenten vis aan wal gebracht.
Even terug richting dorpje was echter een postkantoor annex buurtsuper met een grote parkeerplaats. Hier hebben we dan ook overnacht en geen problemen ondervonden. Ook hier weer een mogelijkheid om het toilet te legen mits geen chemicaliën toegevoegd. Aan de andere kant van het weggetje stroomde een riviertje. Ook
vandaag weer bijna de gehele dag regen, dus reden om te vertrekken. Over de A850 naar Dunvegan waar we het Dunvegan Castle hebben bezocht. Het kasteel is goed onderhouden en wordt nog steeds door de MacLeods bewoond. De tuinen zijn prachtig onderhouden, de moeite waard om te bekijken, maar door de regen niet aantrekkelijk. In Dunvegan komen we een parkeerplaats tegen met een toiletgebouwtje, echter met het nadrukkelijke verbod om te overnachten.

Vanaf Dunvegan gaat de A863 langs de westkust van het eiland in zuidelijke richting. Na enkele kilometers kunt u over de B864 naar Boreirag waar een doedelzak museum is gevestigd. Via Bracadale vervolgt de A863 naar het zuiden en bij Drynoch gaan we rechtsaf en rijden over de B8009 langs Loch Harport. Doel is de Talisker Distilleerderij aan het einde van deze weg. Helaas, zondags is de distilleerderij niet open voor bezoekers.
Ook hier een mooie plek voor de camper maar met een verbod om te overnachten. Wel is hier een mogelijkheid om vers water te tanken, waar we dan ook gebruik van maken.

De weg weer teruggenomen en de A863 vervolgt. Bij Sligachan komen we weer op de A850 en voor Broadford gaan we rechtsaf de A881 op richting Elgol. We kiezen hiervoor omdat volgens ons ANWB gidsje hier een wandelroute zou zijn.
De weg naar Elgol is heel mooi en afwisselend. Door de regen en de laaghangende bewolking zien we echter niets van de Cuillins, een bekend bergmassief hier op het eiland. Aan het einde van de weg ligt het kleine vissersplaatsje Elgol. We reden op enige hoogte over een smalle singeltrack road en voordat we het wisten daalden we 
dat door de vele regen behoorlijk was gezwollen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag 15 (136 km)
Vanwege de regen onze wandeling uitgesteld tot een volgend bezoek aan Skye. Met de camper de hellingproef genomen. Een benauwde paar minuten waren het wel. In de eerste versnelling kropen we als een slak naar boven. We haalden het net. Bovenaan gekomen zagen we in de berm van het weggetje een bord liggen: helling 25 %. Toch fijn als je dit weet voordat je aan de afdaling begint...

Bij Broadford komen we weer op de A850 en via de tolbrug verlaten we Skye en rijden over de Kyle of Lochalsh. Meteen na de brug gaan we linksaf richting Plockton, een leuk vissersplaatsje waar zelfs palmbomen groeien. Aan het haventje is een parkeerplaats met een mooi uitzicht over de baai.
Na Plockton rijden we even terug en gaan bij het gehuchtje Duirnish dan linksaf richting Stromeferry, waar we op de A890 stuiten. Bij Stromeferry, waar niet meer staat dan een paar huizen en een hotel, kon je vroeger met een ferry het Loch Carron oversteken. Nu staat er een plaatsnaambord Stromeferry en eronder tussen haakjes vermeld: sorry no ferry.
Noodgedwongen, door het ontbreken van een ferry, rijden we een mooie route om Loch Carron. Het gelijknamige plaatsje Lochcarron is een langgerekt dorpje langs het gelijknamige loch.

Na Lochcarron verlaten we de A890 even en gaan linksaf en blijven langs Loch Carron rijden. Na enkele kilometers staat er aan de linkerkant van de weg een houten gebouwtje waarin een weverij is gevestigd. Binnen liggen heleboel verschillende tartans allemaal netjes gesorteerd op de schappen. Wilt u een kilt, hier kunt u er één bestellen.
Aan het eind van de weg staat de ruïne van Strome Castle, maar het blijkt niet meer dan een paar stenen te zijn. Terug naar de A890 die meteen daarna A896 wordt en weer single track. Deze weg gaat naar Shieldaig, ongeveer 25 kilometer verder, maar je kunt er ook komen via een hele mooie kustroute via het plaatsje Applecross.

Deze weg was eveneens een single track road en na enige minuten kronkelden we langs de 2539 ft hoge Sgurr a Chaorachain. Op zich niets mis mee na onze ervaring van deze morgen, echter achter iedere bocht dachten we er bijna te zijn en telkens bleek dat niet het geval. Op een gegeven moment reden we al 10 minuten in de eerste versnelling en de temperatuur van het koelwater begon al behoorlijk op te lopen. Toen ik merkte dat ook een auto met grote moeite hier aan het klimmen was besloten we om te keren. Makkelijk gezegd, maar niet gedaan. Aan de ene zijde de berg, aan de andere zijde een afgrond. In een haarspeld bocht is het uiteindelijk gelukt om de camper te keren en zijn we aan de afdaling begonnen. Mooi was het wel, maar ik wil het u niet aanraden! Dus gewoon de A896 verder rijden richting Shieldaig. Beter is het, naar men ons vertelde, om deze weg vanaf de andere kant te beginnen.

In Shieldaig vonden we een hele mooie overnachtingsplaats. Als u Shieldaig binnenrijdt kunt u beneden langs de kust rijden en aan het einde de weg weer naar boven vervolgen of gewoon op de A896 blijven dan ziet u de camperplaats aan de linkerkant.

Hier vandaan heeft u een prachtig uitzicht over Loch Shieldaig en Loch Torridon. Deze plek ligt boven het dorp en op 150 m. afstand van een toiletgebouwtje. Het gras is na regenval drassig, dus pas op!
Het terrein is van de plaatselijke school en er is een waterkraan. Men vraagt om een donatie ten behoeve van de school in een kastje bij de waterkraan te doen. Hier voldeden we met veel plezier aan, de foto's spreken hierover voor zich.

Dag 16 (169 km)

De vorige dag was met zonnig weer geëindigd en deze dag begon net zo. Na het het ontbijt met prachtig uitzicht zijn we verder gereden door het mooie Glen Torridon tot aan Kinlochewe. Hier zijn we linksaf gereden over de A832 langs Loch Maree. Onderweg zijn er diverse wandel mogelijkheden, ook de meer geoefende bergwandelaars kunnen hier hun hart ophalen.
Vlak voordat u Loch Maree verlaat om weer richting de kust te rijden kunt u de indrukwekkende Victoria Falls bekijken. Aan de kust komen we terecht in het vissersplaatsje Gairloch. Na Gairloch rijden we door Poolewe en Inverewe, waar de bekende Inverewe Gardens zijn.
Hele mooie verschillende tuinen zouden hier zijn aangelegd. Ook hier groeien palmbomen, maar aangezien het weer regende stellen we ook dit bezoek uit. De weg vervolgt langs Gruinard Bay en Little Loch Broom en stuit tenslotte op de A835. Hier is een diepe kloof in het massief ontstaan, bekend als de Corrieshalloch Gorge. Het smeltwater in de ijstijd heeft deze kloof doen ontstaan. Een is een smalle hangbrug over de kloof. Vanaf deze brug kunt u een kijkje nemen in het diepe
ravijn en ziet u de Falls of Measach.

Rechtsaf gaat de A835 richting Inverness, maar wij gaan linksaf naar Ullapool om een rondje Highlands te doen. 12 Mijl verder ligt het stadje Ullapool met een vissershaven, een ferry naar Stornoway en een groot aantal winkels. Het is hier behoorlijk toeristisch en vanuit Ullapool zijn hele mooie dagtrips te maken.
In Ullapool mochten we nergens overnachten, dus de rust van het land weer opgezocht. Ongeveer drie mijl na Ullapool (in noordelijke richting) in de bocht waar je het riviertje de Allt an Strathain oversteekt gaat er links een doodlopende weg langs Loch Broom. Aan het einde van deze weg staan een paar huizen met als gehuchtnaam Ardachadail.
Op goed geluk reden we deze weg in en aan het einde stond al een camper. Hier konden we dus mooi bij aansluiten. Omdat we op enige hoogte stonden hadden we een mooi uitzicht over Loch Broom.

Dag 17 (87 km)
Met mooi weer vertrekken we van onze camperplek. Na ca.18 km. gereden te hebben gaan we linksaf richting het schiereiland Rubha Mór. Hier zijn een aantal bergkammen zoals Cul Mór, Cul Beag en Stac Polly en deze laatste gaan we eens nader bekijken.

Aan de voet van Stac Polly is een parkeerplaats en hier vandaan begint een wandelroute. Deze route stond ook beschreven in het ANWB gidsje en gaat zeer steil omhoog. In 2,5 uur klim je naar de top van Stac Polly en van daar af heb je een prachtig uitzicht over de omgeving en de eerder genoemde bergen. Het laatste stukje naar de top is behoorlijk lastig, goede schoenen zijn een must.

Na het klimavontuur rijden we langs het Loch Bad a Ghaill en bij de splitsing houden we deze weg aan. Op het schiereiland Rubha Mór loopt de weg dood. Er is hier nog wel een camping aan de Enard Bay. We zijn een paar kilometer over dezelfde weg teruggereden en hebben de afslag naar Lochinver genomen. Hier stond een bord dat het niet geschikt was voor tourincars en auto's langer dan 8 meter. Met bijna 7 meter moest het nog kunnen dacht ik en van een eerder bezoek wist ik dat het een mooie route was.

De weg blijkt echter verslechterd en met de camper ging het nog maar net. De weg is zeer smal en bochtig, dus haast is er niet bij. Het was in ieder geval de moeite waard. Via Inverpolly en Inverkirkaig komen we in Lochinver een belangrijke vissershaven en toeristenstadje. Er is een toeristenbureau die tevens uitleg geeft over de omgeving. Desgevraagd zei men ons dat er in Lochinver beslist niet overnacht mocht worden buiten de kampeerterreinen. We zijn dan ook van Lochinver een kilometer over de A897 gereden en vervolgens de B869 ingeslagen, een zeer mooie route langs de kust.

In het plaatsje Achmelvich is een camping in de duinen, maar we zochten een ander plekje dat we enkele jaren geleden hadden gezien. Dit was bij Clachtoll, waar een paar jaar geleden een camping was. Er stonden meerdere campers en ook een paar caravans. Bleek dat de eigenaar plotseling de camping had gelaten voor wat het was. Een ieder kon hier nu gaan staan.
Iets verder was een toiletgebouwtje dat niet tot de camping behoorde. Je kan hier lekker uitwaaien op het strand en er was plaats genoeg, dus bleven we hier staan voor de nacht.

Dag 18 (103 km)
Vervelend toch, heb je een dag mooi weer gehad, de volgende dag regent het weer. Gelukkig regent het echter niet lang. We gaan weer op pad en vervolgen dezelfde weg en rijden eerst naar Stoer Lighthouse.
Hier vlakbij staat de Old man of Stoer, een puntig rotsmassief wat uit het water opduikt. Na Clashnessie en Drumbeg komen we in het gehucht Nedd en dan moeten we opeens weer een heel stuk omhoog rijden. Af en toe stoppen we om van het uitzicht te genieten.

Diverse baaien met witte zandstranden en overal kleine eilandjes voor de kust. De kustlijn is hier erg grillig en alle baaien hebben de prachtigste namen. Met rechts de berg Quinag (2653ft) en links Loch Cairnbawn rijden we naar de A894 en gaan linksaf om na enkele kilometers bij het dorpje Unapool uit te komen.
Vroeger was hier de Kylesku ferry, nu is er een grote brug die de oevers verbindt. In Unapool is een beetje visserij en met bootjes kan men Loch Glendhu en Loch Glencoul op varen, waar veel zeehonden zwemmen. Grootste trekpleister hier is de Eas Coul Aulin, de hoogste waterval in Groot Brittanië waar het water vanaf een hoogte zich 200 meter dieper in het loch stort.

De A894 is een mooie weg en af en toe verlaten we deze om een zijweg in te slaan, zoals naar Badcall Bay. Het is werkelijk een mooi gezicht om de vele eilandjes in de baai te zien liggen. Al deze eilandjes zijn trouwens slechts bewoond door de vele vogelsoorten.
Na Scourie kunt u de A894 weer voor verlaten voor een rondje langs Tarbert en Foindle. Vanaf Tarbet kunt met een boot naar het natuurreservaat Handa.

Bij Laxford Bridge is een splitsing. We stuiten op de A838 en rijden linksaf naar Durness. Het wordt tijd om een plekje te zoeken voor de nacht.
Bij Rhiconich gaan we de B801 op richting Kinlochbervie, eveneens een vissershaven. Hier vinden we echter geen geschikt plekje dus rijden we door richting Sheigra.
Bij Old Shore Beg is een zijweggetje naar de kust en hier is het gehucht Pollin. De weg loopt doodt vlakbij het strand. Niet meer als 10 van die mooie witte huizen staan hier. Even aan de buurvrouw gevraagd of het goed was dat wij hier voor haar deur stonden. Ook hier geen enkele probleem. Zo wisten wij wie er in het huis woonde en zij wie er in de camper zaten. Met mooi zonnig weer een heerlijke strandwandeling gemaakt.

Dag 19 (243 km)
Onze camperplek verlaten, de B801 weer teruggereden naar de doorgaande weg A838 en vervolgens naar Durness. Hier blijkt dat de de diesel steeds duurder wordt. Hoe noordelijker, hoe duurder.

In Durness aan twee collega's van de sterke arm gevraagd hoe het nu eigenlijk precies geregeld was met het overnachten langs de openbare weg. Blijkt dat moeilijk doen niets voor de Schotten is. Is de grond particulier bezit, (bijv. Forrestry Commission) dan moet je het vragen, anders is het toegestaan tenzij uitdrukkelijk verboden.

Links van Durness is Balnakeil Village, een soort kunstenaarsdorp. Rijdt men even verder, dan kom je bij een begraafplaats, kerkje en parkeerplaats voor de lokale golfbaan. Ook hier mag men overnachten met de camper.
Even voorbij Durness bezoeken wij Smoo Cave, een grot waar men vroeger in leefde. Door de grot loopt voor een deel een riviertje. Vervolgens loopt de A838 om Loch Eribol heen. Loch Eribol is heel diep en in de oorlog werd het gebruikt als uitvalsbasis voor onderzeeboten van de marine.
Behalve wat locale museumpjes en lokale bijzonderheden is er hier in het noorden niet veel te bezichtigen. Je komt hier echt om te genieten van de omgeving en achter iedere heuvel of na iedere bocht is er weer een ander vergezicht. Dit moet een ieder echter voor zichzelf ervaren.

Na Tongue rijden we over de A836 richting Bettyhill en voor deze plaats gaan we rechtsaf over de B871 door het Strath Naver naar Dalvina Lodge. Hier splitst de weg zich, maar we houden de B871 aan richting Kinbrace. Langs deze 40 kilometer lange weg staan slechts een paar boerderijen, verder is het helemaal verlaten. Je moet er niet aan denken om hier pech te krijgen, want het duurt hier even voordat de Wegenwacht er is! Gedurende deze 40 kilometer moesten we slechts één keer aan de kant voor een tegenligger.
Bij Kinbrace rijden we over de A897 door Strath Kildonan naar Helmsdale. In Strath Kildonan heeft men wel eens goudklompjes gevonden in de rivier, vandaar dat men daar mensen in de rivier aantreft die wat willen bijverdienen. Vanaf Helmsdale rijden we over de A9 naar Dornoch, waar onze kennissen wonen en wij een aantal dagen zullen verblijven.
Dornoch is een heel leuk klein stadje met een kathedraal, waar onlangs Madonna is getrouwd. Het is een toeristisch stadje dat als uitvalsbasis dient voor allerlei uitstapjes in de omgeving. Er zijn niet echt geschikte plaatsen om te overnachten, maar de camping in de duinen is een goed alternatief.

(3 dagen bij kennissen in Dornoch)

Dag 23 (326 km)

 Na een aantal dagen in Dornoch te zijn gebleven zijn we in alle vroegte vertrokken, want we moeten weer richting het zuiden. Over de A9 rijden we en gelukkig wordt sinds jaren de route naar het zuiden bekort door de brug over de Dornoch Firth en de Cromarty Firth. Ook rijdt men nu om alle plaatsen heen, terwijl nog geen 10 jaar geleden je dóór alle plaatsen heen moest gaan. Om op te schieten is dit goed, toeristisch mis je nogal wat.
Rond de middag stoppen we in Pitlochry om even door het leuke stadje te wandelen en wat inkopen te doen. Hierna via de A924 en de A93 naar Blairgowrie, waar bij de kleermaker het één en ander werd besteld. Soms zijn er dingen die je in Nederland echt niet kopen kunt.
Hierna via de A923 naar Dunkeld, de A822 naar Crieff, een omweg omdat ik hier iets af moest leveren en vervolgens was het tijd om een plekje voor de nacht te zoeken. De hoofdweg verlaten, over de A822 en vervolgens de B8033 opgereden. Hier reden we langs het riviertje Allan Water en bij het dorpje Kinbuck vonden we een geschikt plekje aan de rivier.

Dag 24 (313 km)
Vanaf ons overnachtingsplekje zaten we zo op de M9 naar Stirling en over de M8 naar Glasgow en Paisley. Daarna via de A736 naar Irvine en de A78 naar Troon. Je kon in Troon zo het strand oprijden en hier hebben we dan ook even gestopt. Er stonden meerdere campers, dus het leek mij een gedoogde overnachtingsplaats. Na de lunch verder zuidwaarts gereden langs de kust, een mooie route met leuke plaatsjes.
Op een gegeven moment rijd je door Girvan en als je het stadje bijna uit bent, dan is er aan de kust een parkeerplaats met voorziening. Ook hier kun je goed staan, lijkt mij.

Via Stranrear, dat de moeite waard is om een volgende keer nader te bekijken rijden we over de A75 naar Newton Stewart en Kircudbright. Dit plaatsje heeft een heel leuk vissershaventje en hier dachten we de camper te kunnen neerzetten. Helaas, een uitdrukkelijk verbod. Naast de haven was een Tourist Info en een grote parkeerplaats. Hier mocht men dan wel overnachten (ook volgens de plaatselijke politie), maar de lokale jeugd bezorgt hier wel eens overlast.
Een alternatief was dat je op het industrieterrein mocht staan of het stille weggetje langs Kircudbright Bay. Dit was te bereiken door de A711 te volgen en na ongeveer 4 kilometer rechtsaf de weg langs de baai te volgen. Langs deze weg zijn een aantal parkeerinhammen waar men kan gaan staan. Het plekje werd door ons vanwege het uitzicht goedgekeurd.

Dag 25 (568 km)
Vandaag Schotland verlaten nadat we in Dumfries nog wat boodschappen hadden gedaan en bij de grote supermarkt van Safeways goedkoop hadden getankt. Het verschil tussen tanken in het zuiden en het noorden van Schotland is 20 pence per liter, ongeveer 70 oude nederlandse centen!
Na Gretna Green passeren we de Schotse grens en rijden we via de Motorways naar het zuiden waar we nog een nacht bij kennissen doorbrengen en vervolgens de volgende dag naar Harwich rijden.

Daar onze laatste ferry van deze vakantie pas de volgende morgen vertrekt blijven we tot 22.30 uur in Harwich rondhangen en parkeren uiteindelijk de camper om te overnachten in de hoek van het terrein van Stena Line. De nachtboot was net vertrokken en het terrein is open, dus geen probleem dachten wij en met ons nog een aantal vakantiegangers.  

                                                                                                               

Tot slot
Gedurende deze vakantie hebben wij slechts 6 nachten op een camping gestaan, de overige nachten op een plekje dat wij onderweg tegenkwamen. Schotland is in tegenstelling tot wat men misschien zegt, uitermate geschikt om met de camper te bezoeken.
Als u de eerste keer naar Schotland gaat raad ik u aan om een bepaald deel te bezoeken en een andere keer een ander deel. Zoals u heeft kunnen lezen hebben we de laatste dagen behoorlijk wat kilometers gemaakt, maar dat komt omdat we Schotland al redelijk goed kennen. Het is niet zo dat waar wij snel doorheen gereden zijn niet veel te zien valt!
Wil je cultuur zien dan blijf je in de buurt van Edinburgh, Glasgow of Stirling. Wil je toeristisch dan ga je naar Pitlochry en Fort William. Wil je echter rust, dan ga je nog verder naar het noorden. Voor elk wat wils dus.

Mocht u besluiten om ook eens naar Schotland te gaan, u zult net als wij, er heel veel van genieten!      

                                                                                                             

Ad ten Berge
Zomer 2002

 

Camperplaatsen in Schotland

Voorzieningen

Tijdens onze rondreis van 28 dagen hebben we slechts op 6 campings gestaan.
Gebruik je geen chemische vloeistof dan kun je het toilet in ieder dorp bij een toiletgebouwtje legen. Ook het vuil water heb ik (middels het vullen van de toilettank) hier kunnen lozen.  
Deze toilet gebouwtjes zijn zeer schoon, laat ze ook schoon achter. Vaak kun je hier ook water krijgen, of anders bij de plaatselijke toeristenbureau's.

 

 

Overnachten

Zowel in het uiterste noorden van Schotland als in het zuiden heb ik de plaatselijke politie gevraagd wat de regels waren voor het overnachten langs de weg met een camper.  In principe komt het hier op neer: is de grond eigendom van een particulier (of een natuurinstelling zoals National Trust), dan mag parkeren/overnachten er alleen met toestemming van de eigenaar (in natuurgebieden nooit).
Staat er een uitdrukkelijk verbod zoals "No overnight parking" of "No camping", dan is het dus uitdrukkelijk verboden. 
Overigens mag u gewoon naast de weg op een strookje grond overnachten, zolang u maar geen overlast veroorzaakt of in de weg staat. Daarom vindt u vaak op aantrekkelijke plaatsen een verbod, zoals bij havens. Bij haventjes wordt 's ochtends nog altijd de gevangen vis aangeland en men staat met de camper dan in de weg.
Mooie plekjes zijn ook de afgesneden bochten van wegen. Deze oude gedeeltes van de weg zijn vaak nog wel toegankelijk, maar u staat er meestal verlaten.                                                             
Mijn persoonlijke ervaring: rijd een stil, klein weggetje in, waar aan het eind (bij strand oid) een paar huisjes staan. Vraag of men het niet erg vindt dat u hier een nachtje staat. Men vindt het nooit een bezwaar, men weet nu wie u bent en u heeft gezien wie er woont. Een veilig gevoel voor een ieder.
Vaak zijn deze plekjes één en al rust, verstoor deze dan ook niet.

 

De hierna genoemde plekjes zijn of mijn persoonlijke ervaringen of plekjes waar ik zelf overnacht heb (voorzien van een *)

Eiland Mull

·                       Bij het gehucht Lochbuie aan het gelijknamige loch. Hier zijn mogelijkheden om de camper te plaatsen. Geen voorzieningen. 

·                       Aan het eind van de A849 bij Fionport (Iona) voor de ferry linksaf richting Fidden. Bij een schapeboer mag u voor £ 3,= per persoon gaan staan waar u wilt tussen de schapen. Prachtig uitzicht. Incl. toilet en douches.

·                       In het noordwesten aan de B8073 bij het gehucht Calgary. Aan Calgary Bay is een grasveld waar overnachten is toegestaan. Aan de weg staat een keurig net toiletgebouwtje.

Skye

·         Aan het eind van de A881 bij het plaatsje Elgol. Bij de haven mag je niet overnachten. Ga je voor de haven linksaf bij het winkeltje/postkantoortje dan is daar een parkeerplaats zonder verbod. In de buurt staat een toiletgebouwtje. Let op: om daar te komen ga je een helling af van 25%. Hortend en stotend met een koude motor kwamen we de volgende morgen weer boven.

·       Portree aan de A850. Op de langparkeerplaats aan de zuidkant van het stadje staat duidelijk een verbod om te overnachten. Gedurende twee nachten is er ons en 5 andere campers geen strobreed in de weg gelegd.

Harris & Lewis

Hier vindt u vanzelf allerlei mogelijkheden om te overnachten met de camper. Teveel om op te noemen. De Hebriden zijn wat dat betreft ideaal voor de camper. Bijna in elk dorp nette, schone, openbare toiletgebouwtjes. Enkele mooie plekken zijn:

 

·              In het noorden van Lewis bij Port of Ness (einde A857) bij het haventje, met toiletgebouwtje.

·                       Vlakbij Port of Ness, aan het weggetje dat dood loopt bij de vuurtoren Butt of Lewis. Prachtig uitzicht!

·                       Westkust A858, rechtsaf bij Upper Carloway richting Gearrannan (Youth Hostel). Hier is een museumdorp van gerestaureerde crofters woningen. Op de parkeerplaats kunt u overnachten.

·                       Great Bernera, aan het einde van de B8059 bij het gehucht Bostadh. Helemaal doorrijden naar het strand bij de begraafplaats. Op de parkeerplaats staat een toiletgebouwtje.

·                       Het eilandje Scalpay (in de buurt van Tarbert, te bereiken via een vaste brug). Bij het haventje naast het Community Centre en de brandweer kunt u staan. Hier is tevens een toiletgebouwtje met douche.

·                       Leverburgh op het zuidpuntje van Harris (ferry naar Berneray). Op de parkeerplaats bij de ferry kunt u overnachten. Er staat een restaurant, dus eten kan hier ook.

Berneray

·                       Bij aankomst met de ferry rechtsaf richting Borve. Net buiten dit dorp is een parkeerplaats aan het water in de buurt van bebouwing. Mooie plek. Met laagwater liggen de zeehonden voor uw deur te zonnen.

North Uist

·                       Aan de A865 op het meest westelijke punt van Nort Uist is het Balranald Nature Reserve. Hier is een visitors centre met toilet gebouw. Volgens een andere camperbezitter geen probleem om hier te overnachten.

·                       Lochmaddy aan de A867, waar de ferry naar Skye vertrekt, is een Tourist Info/postkantoortje met parkeerplaats. Men had er geen probleem mee om hier na sluitingstijd te gaan staan. Ook bij de ferry terminal is een parkeerplaats, waar men kan gaan staan.Toiletvoorziening bij de ferry terminal.

South Uist

·                       Aan de A865, net over de vaste brug op het eiland, hebben we bij het plaatsje Lochdar op een parkeerplaats bij een school gestaan. Geen voorzieningen.

Eriskay

·                       Op het kleine eiland Ersikay, dat nu verbonden is met South Uist middels een vaste brug, zijn perse mogelijkheden om te overnachten.

Noordwestkust Schotland

          Aan der A 830 richting Mallaig, voorbij Arisaig op splitsing links, borden 'Back of Keppoch' en 'Gorten Sands Caravan Site'. Op de eerste camping aan de rechterkant kun je voor £ 5,- staan. Er is wel een toilet, geen douche. Men heeft eigenlijk alleen maar kampeerders die er al jaren komen, maar campers zijn welkom. De andere campings in de buurt vragen £ 10,- tot £ 12,- per nacht. 

·                       A896 bij het plaatsje Shieldaig. Boven het dorp is een plaats voor ongeveer 10-15 campers. Er is water verkrijbaar. Beneden in het dorp is een toilet gebouwtje. U heeft vanaf deze plek een prachtig uitzicht. Het terrein is van de plaatselijke school en bij de waterkraan is een bakje voor een donatie voor de school.

·                       Aan de A835, eerste weg links (komende van Ullapool in noordelijke richting). Aan het eind van deze weg is een gehucht, Ardachadail, en een plekje waar vaker campers staan. Geen voorzieningen. 

·                       Voor Lochinver aan de A837, rechtsaf de 'single track road' B869 inrijden. Bij Clachtol is in de duinen een voormalige camping, maar de eigenaar is verdwenen. Hier kun je staan en er is tevens een toiletgebouwtje in de buurt. De weg verder naar het noorden over Clashnessie is zeer mooi, bochtig en er zijn vrij steile gedeeltes te overbruggen. Niet voor iedere camper geschikt.

·                       A838 bij Durness. Richting Balnakeil rijden en aan het eind van de weg bij een begraafplaats vlak voor de golfbaan mag je overnachten.

Oostkust Schotland

·                       A9, ten noorden van Dornoch. Bij Goldspie in zuidelijke richting naar Littleferry, aan deze weg zijn enkele mogelijkheden om te overnachten. Uitzicht op de zeehonden.

Midden Schotland

·                       Boven Stirling aan de B8033 en de rivier Allan Water ligt het gehuchtje Kinbuck. Hier is een doodlopende inham waar je kunt gaan staan.

Zuidwestkust Schotland

·                       A78 Troon, boven Ayr. Aan het strand stonden hier enkele campers. Geen borden gezien dat het verboden was, wel een toiletgebouwtje.                                                                                      A77 bij het plaatsje Girvan. Zuidelijk van dit stadje is een parkeerplaats aan zee. Ook hier geen borden dat het verboden was om te overnachten. Voorzien van een toiletgebouw. Hier vandaan zijn mooie wandelroutes uitgezet.                                                                                                            A75 Kirkcudbright. Op het plein bij de Tourist Information mag men overnachten. Voorzien van een toiletgebouw. Volgens de politie wil het's nachts nog wel eens rumoerig zijn met jeugd. Men mag beslist niet bij de vissershaven staan. Wel mag men achteraan op het industrieterrein staan net buiten Kirkcudbright.                                                                                                Ca. 3 km na Kirkcudbright op de A711 rechtsaf langs Kirkcudbright Bay. Hier zijn enkele inhammen langs de kant van het smalle weggetje waar men kan overnachten