Reisverslagen

Schotland 2006

 

In 2002 zijn wij ook al 4 weken met de camper in Schotland geweest en toen hadden we de Hebriden bezocht. Hiervan is op Campersite.nl een verslag gepubliceerd.Wederom hebben we het één en ander op papier gezet om dit te kunnen publiceren op sites, zodat anderen onze ervaringen kunnen lezen.

Zo lang onze vakantie was, zo lang is dus uiteindelijk ook dit verslag geworden. Iedere avond heb ik op de laptop onze route en de meeste bezienswaardigheden beschreven. Uiteraard ging het ook om de overnachtingsplaatsen.

Schotland is voor ons geen onbekend land. Zelf kom ik er al 33 jaar, ik ben een halve Schot, loop in kilt en speel doedelzak, gewoon omdat ik gek ben op het land, zijn cultuur, zijn geschiedenis en zijn bewoners. Ik heb kennissen in dat land die mij veel van het land hebben laten zien en nu deel ik deze kennis graag met anderen.

Vier jaar geleden hebben we met de camper een reis over de eilanden voor de Westkust van Schotland gemaakt, Mull, Iona, Skye en de buiten Hebriden, zoals Lewis, Harris, Benbecula en North en South Uist. Dit jaar wilden we via Wales en het Lake District, Schotland aandoen en door de Yorkshire Dales weer terug naar het zuiden.

Het links rijden valt echt wel mee. De lokale wegen in hele land zijn smal, maar goed te rijden. Je kunt toch niet hard rijden door de vele bochten en afdalingen. De weg is niet ver vooruit te overzien zoals in het platte landje van ons. Houd hier dus goed rekening mee. Houd ook rekening met achteropkomend verkeer en geef hen de ruimte en voor jou dus de rust in het rijden. Jakker niet maar geniet, is het motto. Omdat de bestuurder links zit kun je goed de afstand tussen de wagen en de kant van de weg (veelal heggetjes of muurtjes) bepalen. De bijrijder heeft het overzicht in de bochten, rijd dus met z’n tweeën.Neem regelmatig een pauze, want het rijden op deze kronkelweggetjes is best vermoeiend.

Onze ervaring van vrij kamperen zoals wij dit 4 jaar geleden ervoeren, ging dit jaar niet op. We hebben vaker op (mini)campings. gestaan als ons lief was. In Schotland is vrij kamperen echter praktisch overal toegestaan, behalve in de wat grotere plaatsen en de parkeerplaatsen van de Forrestry Commission.

Moet het toilet of vuil water geloosd worden, in bijna ieder plaatsje is wel een openbaar toilet. Indien je geen chemicaliën gebruikt, dan kun je het hier gewoon legen. Daarna het vuil water in de toiletbak laten stromen en dit ook legen. Kost even wat tijd, maar dan doe je het wel netjes, vooral als je ook even een dweiltje door het toiletgebouwtje haalt als dat nodig is, nadat je er geweest bent.

 

Hierbij dus het verslag van ons “uitstapje” naar Schotland.

 

Na de officiele opening van de camperplek in Zwartsluis zijn we naar de Dordtsche Biesbosch gereden. Hier werd het Schotse Weekend georganiseerd, waarbij een competitie voor doedelzakbands één van de onderdelen was. Toen we daar vrijdag aankwamen miezerde het na dagen van aanhouden regen en het evenemententerrein was reeds omgeploegd door diverse vrachtwagens die tenten hadden gebracht, voorraden bier en andere dranken, standhouders-kramen, podia en noem maar op. Wij zouden met de camper op het evenementen terrein kunnen staan, echter zag ik al dat het een baggerbende was. Er werden rijplaten gelegd en men adviseerde mij om aan het einde van de rijplaten goed rechts aan te houden om zo op het terrein te komen dat als camping was ingericht.

Ik waarschuwde nog dat ik 3.5 ton woog, maar men vond dat het moest kunnen en een ander alternatief als overnachtingsplaats was er niet.

Dus zat de camper na de rijplaten meteen vast in de bagger. Gelukkig had de beveiliging een 4-wheeldrive, dus werden we zo op de overnachtingsplaats gesleept, net als enkele anderen trouwens. De voor de komende vakantie schoongepoetste camper zat onder de bagger. De volgende dag was het aanvankelijk droog en daarna miezerde het uren achtereen waarop besloten was om meteen maar zaterdagavond de camper naar vaste grond te slepen, mede omdat we zondagmiddag de boot naar Harwich moest halen. Om 21.00 uur kwamen een paar als woeste Highlanders uitgedoste figuren met een Landrover in zeer beschonken toestand mij vertellen dat zij ons eruit gingen slepen. Zo gezegd zo gedaan en binnen 5 minuten stonden we weer op het droge met een baggercamper.

De volgende dag (de zon scheen uiteraard) hebben we eerst een wasplaats opgezocht, want zo wilden we niet op vakantie.

Met een weer glimmende camper zijn we ‘s middags van Hoek van Holland naar Harwich gevaren. Aan boord hebben we eerst maar eens een nieuw kaartenboek gekocht, op groot formaat. Was wel nodig want behalve de ANWB route kaarten gebruikte ik nog steeds de kaarten die ik 20 jaar geleden had gekocht. Het leek mij dat er wel wat veranderd zou zijn.

Om 19.00 uur waren we in Harwich aangeland en begon dan de vakantie in de UK. Ook aan deze zijde van de grote plas was het mooi zonnig weer.

Het was weer eventjes wennen om links te rijden, De eerste afslag direkt na de ferry terminal nam ik verkeerd, maar daarna wist ik het weer. De eerste keer als je van rechts invoegers krijgt sta je even te kijken, maar dan ben je weer gewend.

De bedoeling van de vakantie was om eerst door Wales te trekken, kennissen te bezoeken in Bangor-on-Dee en daarna via het Lake District naar Schotland te reizen.

Na Harwich verlaten te hebben zijn we via Colchester naar London gereden en vervolgens via de M25 westwaarts om London heen. Omdat we maandag niet in de spits rond London wilden rijden, zijn we eerst maar een stuk doorgereden. Toen het donker werd zijn we een camping gaan zoeken.. Die vonden we in Chalfont St.Giles. Een boerderij camping, waar het vanwege Bank holiday zeer druk was.

De prijs voor een overnachting zonder stroom kostte 16 pond. Nadat ik had uitgerekend hoe duur dat in Euro’s was schrokken we behoorlijk. 22,50 Euro is een heleboel geld, dus we besloten morgen iets eerder een plek te gaan zoeken, die niets of weinig moest gaan kosten.

Gereden vanaf Harwich 176 kilometer.

 

Maandag 29 mei 2006.

Na alle vuil geloosd en vers drinkwater geladen te hebben zijn we weer op pad gegaan richting Wales. Via de M40 tot aan Oxford en dan de A40 via Cheltenham en Glouchester richting Monmouth, waar Wales ongeveer begint.

De dieselprijs varieert onderweg van 96.9 tot 99.9 pence ( x 1.4) dus behoorlijk aan de prijs in vergelijking met Nederland.

De benzineprijs ligt  2 a 3 pence lager dan de dieselprijs.

Via Abergavenny gaan we richting Brecon, nog steeds op de A40 en zoeken dan het Brecon kanaal op. Dit is een smal kanaaltje, soms nog geen 5 meter breed waar de zogenaamde Narrow Boats varen. Vroeger (sinds 1770) werden deze 50 ft lange en 6-8 ft brede scheepjes gebruikt voor het vervoer van kolen. Nu zijn ze ingericht als leuke plezierbootjes en worden ze verhuurd. Dit kanaal is 35 mijl lang en er zijn diverse sluisjes te passeren. Het is een erg leuk gezicht als zo’n bootje aan komt varen en bij Brenich Aquaduct vaart het scheepje door het kanaal over de rivier de Usk. Langs het kanaal loopt een jaagpad, waar je nu over kunt

wandelen.

 

Een “Narrow Boat”op het Brecon Canal.

 

Bij Pencelli zagen we een camping en omdat het tijd werd voor een overnachtingsplaats hebben we even naar de prijs gevraagd. 17 Pond zonder stroom. Dat vonden we te gek en spraken hierover met de beheerder. Hij vond de prijs ook veel te hoog, maar normaal in Groot Brittanië. Hij beklaagde zich er al over dat er geen Hollanders, Duitsers en Fransen meer kwamen, maar vond het niet vreemd toen ik vertelde hoe `duur`de camperplekken in Frankrijk en Duitsland waren en dat er in praktisch elk dorp wel overnacht kon worden.

We zijn dus verder gereden en op een gegeven moment kwamen we bij een Narrow Boat verhuurbedrijf aan, net buiten Pencelli. Hier was een kleine eenvoudige camping van de Britse Caravan Club en alleen voor leden vermeldde het bord bij de ingang. Toch maar even vragen of het mogelijk was dat wij daar konden overnachten. Nee heb je en ja hebben we gekregen. Ondanks dat we geen lid waren mochten we voor 7 Pond een nachtje blijven. Een pracht van een plekje, slechts 5 plaatsen, maar aan het leuke kanaaltje en een jachthaventje. GPS 51.55.31,6N 3.19.14,7W.

Gereden 230 kilometer..

 

Op de achtergrond zie je de kanaalbootjes.

 

 

 

Dinsdag 30 mei 2006.

Vandaag eerst naar het verderop gelegen Brecon, het begin van het 35 km lange kanaaltje. Klein stadje waar we alleen even getankt hebben en toen vervolgd zijn in zuidelijke richting over de A470 en na ongeveer 16 km via de A4059 en de A465 naar Pontneddfechan in het dal Glyn-Neath. Uit folders hadden info dat hier wandelroutes waren naar een aantal mooie watervallen.

De A4059 is een hele mooie weg waar schapen voorrang hebben en dus los over de weg lopen. De weg gaat over een heuvelrug en is schitterend. In Pontneddfechan hebben we bij de Tourist Information de wandelroute opgevraagd en de camper voor de Tourist Information geparkeerd. Is ook naast de plaatselijke kroeg The Angel en bij navraag bleek dat hier wel vaker campers stonden voor de nacht waar men geen moeite mee had. Onthouden dus: Pontneddfechan. Naast de Pub The Angel. GPS 51.45.22,5N 3.35.40,3W.

 

Na de schitterende wandeling naar de watervallen zijn we naar Rhayader gereden. Over welke wegen we zijn gereden weet ik niet meer, maar Molly bracht ons daar feilloos naar toe. (Molly is ons navigatiesysteem, genoemd naar de eigenwijze Schotse Molly uit de TV serie Monarch of the Glen)

In de omgeving van Rhayader ligt de vallei van Elan waar een aantal stuwmeren zijn. Een prachtige route van ongeveer 25 km gaat om de vier stuwmeren heen, zeer de moeite waard.

Diverse mooie plekjes gezien om te overnachten, maar dat was uitdrukkelijk middels bordjes verboden door het waterleidingbedrijf die de stuwmeren kennelijk beheerden.

Na deze rondrit werd het toch weer eens tijd om een overnachtingsplek op te zoeken.

In Rhayader zelf schrokken we wederom van de prijs van de camping. 11Euro zonder stroom, dus verder gereden over de A470 richting Llangurig. Het plaatselijke plein in dit dorpje konden we niet op vanwege een hoogtebalk, dus weer verder over de A44. Net buiten Llangurig richting Aberystwyth zagen we een bordje van de Britse Caravan Club. Gewoon proberen dus. Bleek een grasveld te zijn met slechts enkele caravans, tenten en 1 camper. Leek ons een echte camperplek. En de prijs? 4Pond, dus 6 Euro. Er was een toilet, douche en water verkrijgbaar en een toilet loospunt. Wat wil een camperaar nog meer?

 

Een ideale camperplek.

 

In gesprek geraakt met een camperaar uit Wales, op mijn vraag waar je zoal met de camper kon staan, kreeg ik van hem een boekwerk met campings. Er blijken twee campingclubs te zijn, The Brittish Caravan and Camping club,daar moet je in principe lid van zijn en die zijn meestal erg duur en de tegenhanger,  The Camping and Caravanning Club met een extensie “the Friendly Club”. Friendly omdat deze vriendelijke prijzen zouden hebben en niet zoveel faciliteiten zoals zwembaden etc.

Op mijn vraag of er ook camperplekken waren werd negatief geantwoord. Camperaars worden vaak vergeleken met zigeuners en worden nog steeds overal weggejaagd.

Ik heb hem toen op de laptop enkele camperplekken laten zien van Nederland, Frankrijk en Duitsland en verteld wat het doorgaans kostte om te overnachten. Hij stond er behooorlijk versteld van en vond dat er in the UK nog veel te doen was op dit gebied.

Het adres van deze Camping: Glangwy Farm, Llangurig, Llanidloes aan de A44.  GPS 52.24.25,3N 3.37.58,6W.

Gereden192.kilometer.

 

 

Woensdag  31 mei 2006.

Met mooi weer deze camperplek verlaten richting het noorden van Wales.Via de A470 (Llanidloes) en A489 en vervolgens de A483 richting Welshpool en Oswestry. Rustige doorgaande wegen en telkens duiken delen van vroegere kanalen op, waarvan sommige weer bevaarbaar zijn gemaakt. Na Oswestry rijden we op de A5 en bij Chirk is een aquaduct van zo’n  smal kanaaltje. Hierna over de A483 naar Rhostyllen, waar een groot landhuis uit vroegere tijden als museum was ingericht, waar men kon zien hoe de bedienden uit die tijd leefden en werkten. Leek ons weer eens iets anders om te zien, maar schrokken danig van de  entreeprijs (8 GBP pp.) dat we dit links hebben liggen.

Hierna zijn we binnendoor gereden naar Bangor-on-Dee, een klein plaatsje aan de rivier de Dee, waar we kennissen hadden wonen, die we uiteraard hebben opgezocht.

Een camperplekje was er niet, wel de plaatselijke pub tegenover de dorpskerk en aan de rivier met een aardig ruime parkeerplaats. Aan de pubbaas gevraagd of wij, indien wij in de pub wat zouden gebruiken, daar mochten overnachten. Vond de pubeigenaar een strak plan. Hij had sowieso al plannen om van zijn parkeerplaatst een kleine camperplek te maken en had al water aangelegd.

Leuke plek dus bij een leuke pub.

Adres: Golden Oak Bangor-on-Dee

GPS: 53.00.12,4N  2.54.45,1W

Gereden 192 kilometer.

 

 

 

Donderdag 1 juni 2006.

Van onze kennissen hadden we de tip gekregen om naar Llangollen te gaan, dat zou een leuk stadje zijn. Vanaf Bangor zijn we eerst over de B5426 en A528 naar de A539 gereden. Rijd je over deze weg dan kom je langs het  Pont Cysyllte, waar het langste aquaduct ter wereld is. Ten behoeve van het vervoer van goederen met de narrow boats is dit aquaduct met een lengte van 300 meter en een breedte van 3 meter gebouwd in 1805. Vanuit deze streek vervoerde men vroeger veelal steenkool en ijzererts naar de grote steden. Vanwege de bergen en dalen duurde het vervoer over de weg te lang, dus is er een kanalenstelsel aangelegd vanuit Birmingham naar alle delen van oa. Wales. (Birmingham heeft meer kilometers aan kanalenstelsel dan Venetie)

Het is een prachtig gezicht om de smalle bootjes op een hoogte van 40 meter over het dal te zien varen. Het kanaal van het aquaduct is slechts 2 meter breed, daarnaast loopt nog een voetpad van 1 meer breed. Als je hoogtevrees hebt moet je er maar niet over heen lopen, doe je het wel dan geniet je van dit impossante bouwwerk.

Bij dit aquaduct is tevens een keerpunt van deze narrowboats en een museum waar de historie van het kanalenstelsel  wordt uitgelegd.

 

 

Hierna zijn we doorgereden naar het mooie Llangollen (spreekt uit langoslen) dat ook aan het kanaal ligt. Hiet kun je een tripje maken met zo’n narrow boat, voortgetrokken door een paard. Vind je varen niet leuk, dan is een reisje met de stoomtrein een optie. Het station van Llangollen is uitgevoerd in de jaren 30 stijl, compleet met grote hutkoffers, handkarren en andere attributen uit die tijd.

Het stadje zelf ligt ook aan de rivier de Dee.

Na Llangollen wilden we via de A5 naar het mooie Bews-y-Coed rijden, maar door een wegomleiding bij Druid werden we de A494 opgestuurd en zijn we daar dus niet terecht gekomen maar via de A4212 en B4391 kwamen we uit in Llan Festiniog. Aangezien we ons hier in een heel groot natuurreservaat bevonden was vrij kamperen niet toegestaan en zochten we een camping op. Dit werd bij het plaatsje Rhyd-y-Sarn aan de A496. Zonder stroom 8 GBP.

GPS: 52.57.09,8 Nb 3.58.06.6 Wl.

Gereden 112 km.

 

Vrijdag 2 juni 2006.

Net als gisteren, ook vandaag weer het mooiste weer van de wereld. We zijn eerst naar  het dorpje Beddgelert aan de A498. Dit plaatsje is de uitvalsbasis voor mensen die de Mount Snowdon, de hoogste berg van Wales willen beklimmen. Het is een leuk plaatsje met van die typische  mooie huisjes die je hier veel ziet. We besluiten om niet de Mount Snowdon te beklimmen maar gewoon even lekker de benen te strekken in het plaatsje. Bij de plaatselijke VVV vonden we nuttige informatie over Wales.

 

 

Daarna zijn we richting Porthmadog gereden en langs de kustweg A497 naar Pwllheli, een havenstadje. Van hieruit hebben we de landtong Penrhyn Llyn afgesneden door de A497 te vervolgen naar Morfa Nefyn aan de noordkant van dit schiereiland. Hier is een maritiem historisch museum gevestigd.

Na Mofra Nefyn kom je over de B4417 in Nefyn terecht en vervolgens via Pistyl en Llithfaen komen we op de A499 en rijden richting Caernarfon. Aangezien het lekker weer was wilden we wat eerder stoppen met rijden en lekker genieten van de zon. We vonden een camping  aan de kust bij Gym-Goch. Aangezien het weggetje smal was en steil naar beneden liep heb ik de camper geparkeerd en ben ik eerst maar even gaan kijken of het te doen was. Niet iedere camping in dit land is ingesteld op campers. Aan het einde van het weggetje kwam ik aan de kust terecht, een prachtige camping en er stonden ook campers, maar de prijs was 12 GBP  en ik wilde de volgende morgen niet met een koude motor de steile helling op.

Dus even verder zoeken. We hadden onderweg bij Bryn-yr-eryr ook een verwijzingsbordje van een camping gezien en daa zijn we eens gaan kijken. Het was een boeren camping met een mega grasveld van waaruit je uitzicht had op zee. Een prachtige plek voor 8 GBP

’s Avonds een strandwandeling gemaakt vanaf de camping en daarna genoten van het uitzicht op de ondergaande zon.

 

                            

Adres: Porsal Farm aan de A499

GPS: 52.59.48.0Nb 4.24.14.9Wl.

Gereden 107 km.

 

 

Zaterdag  3 juni 2006.

Het werd tijd om de voorraden aan te vullen dus hebben we de weg vervolgd naar Caernarfon. Een grotere plaats dus een Tesco was gauw gevonden.

Caernarfon is een vestingstadje aan een brede strook water die het vaste land van het eiland Anglesley scheidt. Alleen bij Bangor (een andere Bangor dan Bangor-on-Dee) kun je via de brug het eiland op rijden.

Na Bangor rijden we over de A55 naar Conwy, een vestingstadje. Hier parkeren we de camper bij een hotel net buiten de stadsmuur van Conwy en gaan te voet het leuke stadje in. In het centrum staat Conwy Castle, een goed bewaarde ruine, waar je over de kasteelmuurkunt lopen en door de diverse zalen van vroeger. Vanuit de torens heb je een prachtig uitzicht over de stad, de haven en over de brug over de gelijknamige rivier Conwy.

 

 

Na Conwy rijden we verder  over de A55 en bij Abergele verlaten we deze weg en volgen de kustweg A548 door Rhyl en Prestatyn. Deze weg raad ik een ieder af. Niet omdat de weg niet goed te berijden valt, maar meer omdat er niets aan is. Het is één grote kermis. Camping naast camping met allemaal stacaravans, gokhallen, kermisparken en hamburger tenten. Hier komen bijna alle inwoners van Liverpool en Manchester hun weekenden en vakanties doorbrengen. Niet mijn idee, die mensenmassa, dus snel verder gereden en bij Flint verlaten we deze weg en via de A5119  komen we in Soughton. In het gekregen campingboek hadden we een goedkope camping uitgezocht in de prijsklasse 3 tot 4 GBP. Deze boederijcamping zou staan in ht plaatsje Sychdyn. We konden het maar niet vinden en volgens de beschrijving zou het toch echt in de buurt van Soughton moeten zijn. Blijkt dat Sychdyn  en Soughton dezelfde plaats is, maar het ene is geschreven op de engelse maniet en de ander op z’n Wales. Moet je maar net weten.

Rijdend op de A5119 in de richting Mold ga je voor Sychdyn linksaf naar Alltami Road en  Soughton Hall. Na 500 meter gaat u weer rechtsaf en volgt u de bordjes van de camping.

 

Het bleek een grasveld te zijn, waar alleen water ( en eieren) verkrijgbaar was. Verder dus geen voorzieningen, maar dat stond al in het boek. Toen we daar aankwamen rijden zagen we een vijftal campers en enkele caravans staan. Bij de ingang van het veld stond een bordje “only members “. Was bedoeld voor leden van de Camping en Caravanning club. Op het moment dat we wilden keren kwam er een Engelsman uit een van de campers aanlopen die ons liet weten dat we hier gerust konden staan. Ze hadden een klein campertreffen en vonden het wel leuk als wij erbij kwamen staan. We hebben op het eind van het grasveld een plekje gevonden en nog voordat we goed en wel de motor hadden uitgezet kwam er een Engelse vrouw aanlopen met een dienblad met een potje thee, kannetje melk, kopjes  en koekjes. Ter verwelkoming.

Ontzettend leuk gebaar en we werden meteen voor de volgende dag voor de koffie uitgenodigd. We besloten om hier onze eerste rustdag in te lassen, mede vanwege het mooie weer en de zeer rustige omgeving.

Adres: Alltami Road Sychdyn

GPS: 53.11.30,8NB 3.07.17,5Wl

Gereden 142 km.

 

 

Zondag 4 juni 2006.

Vanmorgen op de koffie geweest bij de camperaars uit Engeland en Wales. Uiteraard ging het gesprek over camperplaatsen en waar men zoal ging staan buiten de camping om. Blijkt dat de meeste Britse camperaars alleen maar op campings staan. Op de laptop heb ik laten zien hoe het op het vaste land van Europa aan toe gaat en dan zie je de verbaasde gezichten van deze camperaars. Hoe is dat toch allemaal mogelijk, vragen zij zich af.  Zij worden gedwongen om op dure campings te staan en in de maanden tussen oktober en april kunnen ze al helemaal nergens staan.

Na de lunch gingen de Britten langzamerhand allemaal naar huis en bleven wij alleen achter op het nog steeds mooie en steeds rustiger wordende plekje van 3 GBP.

 

Maandag 5 juni 2006.

Vandaag zouden we Wales gaan verlaten en naar het Lak District gaan. Aangezien we door de drukte van de grote steden Liverpool, Manchester en Birmingham moesten gaan, besloten we om de motorway te nemen. Eerst een stukje A55 en bij Chester konden we de M56 en bij Warrington noordwaarts over de drukke M6. Het is net het Ruhr gebied, zo vol en zo druk, maar we moeten er even doorheen. Voorbij Lancaster wordt het wat rustiger en bij afslag 36 verlaten we de M6 en gaan richting Kendal over de A590 en dan verder naar Windermere. Inmiddels zijn we na ongeveer 180 km. te hebben gereden in het Lake District aangekomen.

Windermere is een  watersport en toeristische plaats aan het Lake Windermere, èèn van de vele meren die het Lake District telt. We rijden langs de A592 in zuidelijke richting langs het meer. Bij Bowness-on-Windermere vertrekken rondvaartboten voor een tocht op het meer. Hier staan hele mooie, luxe en dure huizen aan het water en bij Newby Bridge op het zuidelijkste puntje van het meer, gaan we langs de westelijke oever weer in noordelijke richting. Onderweg bezoeken we nog een oude (uit 1835) in werking zijnde zaagmolen. Hier werden vroeger de houten klosjes en spoelen  gemaakt voor de textielindustrie. Ook zien we een parkeerplaats aan het water waar een tweetal campers staan.

Of die hier gaan overnachten weten we niet, maar het zou een mooie camperplek zijn geweest. Wij hadden echter als doel het plaatsje Hawkshead wat enkele kilometers verder lag richting Ambleside. Hawkshead is een prachtig dorpje dicht bij Esthwaite Waters en bekend vanwege Beatrix Potter, de kinderboekenschrijfster. We vinden in het campingboek weer een boerderij camping, Hawkshead Hall Farm aan de B5285. We zijn de enige bezoekers op deze minicamping, maar voldeed aan onze wensen. We konden hier water laden en lozen, meer hadden we niet nodig. Nadat we de camper hadden geparkeerd zijn we het dorpje ingelopne. Omdat het nog vroeg in het seizoen was, was het lekker rustig. Het dorpje ziet er uit als de dorpjes die je veel in Engelse TV series ziet. Met klimop begroeide witte huisjes, mooie kroegjes met versieringen op de gevel en de prachtige uithangborden.

 

Adres Hawkshead Hall Farm (5 GBP)

GPS: 54.22.51,2Nb 3.00.02,7Wl.

Gereden 217 km.

 

Dinsdag 6 juni 2006.

In het ANWB boekje Aktief & Anders werd een wandelroute beschreven naar een paar kleine meertjes. Vanaf de camping was het niet zo ver en gelet op het mooie weer zijn we dus eerst gaan wandelen. Meteen in het begin een behoorlijke steile klim over de weg de bult op, maar daarna ging het wel. We kwamen in een bebost gebied en opeens kom je uit bij een prachtig meertje. De route gaat verder en we wanen ons helemaal alleen in dit prachtige gebied, totdat we weer tot de realiteit komen omdat bosarbeiders de kettingzagen laten brullen.

 

Even later kijken we vanaf een andere heuvel uit op een ander meertje. Dit meertje was eigendom van Beatrix Potter, maar zij heeft het aan de National Trust geschonken en nu is het een natuurpark. We genieten van het uitzicht en vervolgen de route weer. Op de heuvel bij het meer staat Rose Castle, geen kasteel maar een oud woonhuis. Kennelijk voelde de vroegere bewoner zich hier de koning te rijk, nu wordt het door de National Trust gerestaureerd. Aan het einde van de wandelroute kwamen we weer in Hawkshead terecht  waar op de heuvel  St. Michaels Church stond. Rond de kerk op de heuvel is de begraafplaats. De Engelse koning besloot  in 1666 dat de iedere overledene in wol gewikkeld moest worden begraven, dit ter ondersteuning van de wolhandel.

Nadat we weer bij de camper waren aangekomen zijn we weer  met onze zwerfauto vertrokken richting Coniston.  We genieten van de prachtige omgeving en de mooie vergezichten. Op de A593 reden we richting Broughton in Furness. Hier stuitten we op de A595 die we in noordelijke richting volgen en bij Egremont gaan we rechtsaf over de A5088 naar Cockermouth. Hier nemen we de rondweg rond deze stad en nemen dan de B5292 naar Buttermere. Deze weg gaat bij Low Lorton als single track road over in de  B5289. He leek ons wel aardig om deze weg te nemen en op deze manier naar Keswick te rijden. De weg is echter behoorlijk smal en er zitten een paar bergpassen in deze weg. We rijden in het gebied van de Cumbrian Mountains en dan kun je dus bergpassen verwachten. Een plaatselijke boswachter radde ons af om verder te rijden, omdat de weg smaller en steiler werd. Dus besloten we om bij Buttermere te overnachten.

In Buttermere mocht je nergens met de camper staan. Door de ligging was Buttermere erg in trek bij wandelaars. Veel meer dan een paar huisjes en 3 hotels/restaurants was het niet. Er was een camping aan een riviertje, maar volgens de eigenaar konden we daar niet staan omdat er alleen maar tenten konden staan. Op mijn vraag of wij op de parkeerplaats van de camping mochten staan werd eerst vreemd tegenaan gekeken, maar uiteindelijk toch toegestaan. Wij dus op de parkeerplaats aan een beekje met uitzicht op het meer en aan de andere zijde uitzicht op de heuvels waar de kampeerders hun onderkomen hadden neergezet.

Leuk plekje dus en voor ons gevoel aan het einde van de wereld. Een schapenboer drijft met zijn bordercollies de schapen naar een ander veld en wij genieten in de warme zon van een lekker biertje.

 

 GPS: 54.32.27,8Nb 3.16.51,2 Wl.

Gereden 116 km.

  

Woensdag 7 juni 2006.

Er is veel meer te zien in het Lake District, maar we besloten toch om dit gebeid te verlaten en naar het noorden te rijden. Terug bij Cockermouth nemen we de A595 naar Carlisle waar we boodschappen gaan doen. Daarna nemen we de A74 naar Gretna Green, waar je Schotland binnen rijdt. Het voelt weer goed om in het land te zijn waar ik me zo mee verbonden voel.

 

 

In Gretna Green stoppen we op de parkeerplaats van the Blacksmith om te lunchen. Vroeger kon je hier al trouwen als je 16 was, dus minderjarige Engelsen die van hun ouders niet mochten trouwen zijn hier in de echt verbonden. Nu is het een toeristische trekpleister. Business is Business.

Vervolgens rijden over de A75 naar Dumfries, de A76 naar Kilmarnock en dan de M77 naar Glasgow.  We wilden een overnachtingsplaats opzoeken die ik kende van 4 jaar geleden aan het Loch Lomond ten noorden van Glasgow. Ik wilde dus voor de spits om het drukke Glasgow rijden, dus zonder te stoppen reden we verder. Ik had de plaats Dumbarton (aan de noordoever van de Clyde) ingetoets op ons navigatiesysteem en het lag in mijn bedoeling om via Erskine Bridge de Clyde over te steken, maar onze Molly gaf kennelijk een andere route aan en in de wirwar van snelwegen rond Glasgow raakte ik mijn richtinggevoel kwijt en kwamen we tenslotte precies in de spits in het centrum van Glasgow uit. De M74, M77, M8 en M80 kruisen de stad kris kras door elkaar en je raakt helemaal gedesorienteerd.Uiteindelijk gelukte het ons om na 18.00 uur de stad weer te verlaten en zaten we op de goede weg naar Erskine Bridge. Het camperplekje wat we op het oog hadden aan de A82 was door kennelijk door anderen ook ontdekt, want nu stond er overal borden met de tekst “no overnight parking”.

Duidelijke taal dus.We zijn verder gereden langs het mooie en vaak bezongen Loch Lomond en bij Tarbet  vonden we een parkeerplaats bij een Tourist Information. Dan hier maar eens proberen. Helaas, ook hier de borden dat je niet mocht overnachten.

Aangezien het al laat was en wij nog niet hadden gegeten, hebben we meteen de eerste de beste camping opgezocht. Dat was een camping van de Forrestry Commission (zeg maar Staatsbosbeheer) net voorbij het plaatsje Ardgartan. De camping was gelegen aan het Loch Long en het was een hele mooie camping. De prijs was voor Britse begrippen redelijk, GBP 8,90. Alle voorzieningen waren aanwezig.

GPS 56.11.14,3Nb 4.46.44,6Wl.

Gereden 305 km.

 

 

Donderdag 8 juni 2006.

Vandaag  hebben we het weer een beetje rustig aan gedaan. De zon scheen niet, maar we hebben eerst even lekker een boekje gelezen en zijn pas na de koffie vertrokken. Om 12 uur kwam de zon ook weer volop tevoorschijn. We hebben de A83 vervolgd en zagen toen we Inveraray naderden, de witte huisjes van het stadje al opdoemen. Het is een leuk plaatsje aan Loch Fyne, een zeearm die diep het land insnijdt. Inveraray is ook bekend vanwege Inveraray Castle, dat het bezichtigen waard is. Verderop in het plaatsje is een winkel die gigantisch veel verschillende soorten whisky verkoopt en ook in miniatuurflesjes voor de verzamelaar.

De A83 loopt vervolgens deels langs het Loch Fyne naar het zuiden en onderweg  komt u bij Dalchenna  het Argyll Wildlife Park tegen en bij Auchindrain een open lucht museum. Ook vindt langs deze weg bijzonder mooie tuinen die te bezichtigen zijn, zoals de Crarae Glen Gardens en de Kilmory Castle Gardens dicht bij Lochgilphead.

Lochgilphead is een klein plaatsje op een splitsing van wegen. Hier vandaan kunt u langs het Crinan Canal over de A816 in noordelijke richting rijden, maar wij besloten nog zuidelijker te rijden. De A83 wordt na Ardrishaig wat minder, maar er wordt aan verbetering gewerkt zien we. De weg gaat nu helemaal langs het water van Loch Fyne  en tenslotte komen we terecht in Tarbert, een haven en vissersplaatsje. Vroeger was er op Loch Fyne een aktieve vissersvloot van 500-660 schepen die allen op haring visten  Vanuit Tarbert kun je ook met de ferry naar  de overkant waar je dan bij Portavadie op het schiereiland Kyle of Bute terechtkomt. Tarbert ligt precies op het smalste gedeelte van het land. Aan de ene kant ligt het plaatsje aan Loch Fyne, aan de andere kant aan de diep in het land ingesneden zeearm Loch Tarbert. Noord van Tarbert ligt Knapdale, zuidelijk van Tarbert ligt het schiereiland Kintyre, wel bekend van het Mull of Kintyre, het meest zuidwestelijke puntje van dit  stuk land..

 

In Dordrecht waren we tijdens het Keltisch Festival en de doedelzakcompetitie een Schot tegen gekomen  die in de buurt van Tarbert woonde. Hij was als jachtopzichter in dienst van de Forrestry Commission en had samen met zijn vrouw een bedrijfje opgericht om scholen en bedrijven kennis te laten maken met de natuur in deze omgeving. Dit kon op educatieve of sportieve wijze. Om dit in Nederland te promoten was hij in Dordrecht aanwezig. We waren in gesprek geraakt voor zover mogelijk want deze Schot liet ook zien  dat Schotland het land van de whisky was.  Hij nodigde ons uit om eens bij hem langs te komen als we in de buurt waren.

Wij dachten natuurlijk aan een plekje voor de nacht bij hem op het terrein. Het adres wat we van hen hadden was Steward en  Valery Marshall, Rhuval aan de A83. We waren dus op zoek naar het plaatsje Rhuval in de buurt van Tarbert. Dat vonden we niet op de kaart en onze Molly wist ook niet waar het lag. Aangezien er wel een gehuchtje genaamd Rhu op de kaart stond en de meeste Britten die landelijk wonen hun huis een naam geven en Valery de naam van zijn vrouw was, vermoedde ik dat we op zoek moesten naar een huis met de naam Rhuval in de buurt van Rhu. Ja toen was het niet moeilijk meer en vonden we het huis, alleen was er niemand thuis. We zijn een stukje doorgereden en bij Kennacraig aan Loch Tarbert was een Ferry terminal voor de oversteek naar de eilanden Islay en Jura.

Op de parkeerplaats vonden we een aardig plekje in de zon en we besloten om na het avondeten te kijken of de Marshalls thuis waren en anders zouden we hier overnachten. Een bijzonder rustige plek en even later kwamen een Engelse camper hier ook staan. Adres: Kennacraig Ferry Terminal aan de A83. GPS: 55.54.25,4Nb 5.28.50,8Wl.

Na het eten hebben we de familie Marshall opgezocht. Ze vonden het leuk dat we hun uitnodiging hadden aangenomen en uiteraard kon onze camper in de voortuin staan. Ze waren net aan het barbequen geslagen en hadden worstjes gemaakt van het lokale hertevlees. Een lekkere wildsmaak. Als jachtopzichter moet hij regelmatig de populatie op peil houden en het vlees wordt door de lokale slager oa. verwerkt tot barbequevlees. De Marshalls vertelden over hun passie voor de natuur en hoe ze op hun terrein trekkershutten gingen plaatsen voor de gasten. Met hen gesproken  over de onmogelijkheden voor campers in Groot-Brittanië en de gigantische mogelijkheden op hun inmense terrein.Ze vonden het een aardig idee en het paste geheel in hun plan. Afwachten dus of ze er wat mee doen.

Stewards voorkeur voor whisky werd door mij gewaardeerd. We hadden een gezellige avond en in  ruil voor de overnachtingsplaats gaven wij hun een fles Friese Beerenburg.

Adres: Rhuval aan de A83.

GPS: 55.48.54,0Nb 5.28.01,2Wl.

Gereden: 108 km.

 

Vrijdag 9 juni 2006.

Of het vandaag weer zo’n mooie warme en zonnige dag was zal ik niet meer vermelden. Vanaf nu schrijf ik daar niet meer over, ik vermeld wel in het verslag als het een ander weertype wordt.

Volg je de A83 in zuidelijke richting dan kom je tenslotte uit in Campbeltown en het Mull of Kintyre. Netvoorbij Kennacraig leidt de B8001 naar Claonaig, waar u de ferry kunt nemen naar het eiland Arran en  aan de andere kant  van Arran, bij Brodick gaat de ferry naar Ardrossan op het vasteland en zuidwestelijk gelegen van Glasgow. Op deze wijze heeft u een rondje gemaakt. Wij besluiten echter om noordelijk te gaan. Op aanwijzing van de Marshalls gaan we net na Tarbert linksaf de B8024 op. Het is een Singeltrack Raod met passing places langs de noordoever van  Loch Tarbert. Het is een zeer rustige en goed berijdbare weg. De lokale bewoners zijn de enigen die hier altijd voorrang hebben.

 

Bij Kilberry, niet meer dan een gehuchtje staan enkele goed bewaarde stenen met mooie Keltische tekens. Overal zie je de kleine hutjes waar de mensen vroeger in woonden. Het zijn nu allemaal bouwvalletjes, vaak overwoekerd met klimop en brandnetels, maar als je de restanten van de huisjes van binnen bekijkt, zie je hoe krap het vroeger was.

Uiteindelijk komen we na deze rondrit van ongeveer 45 km. weer op de A83 terecht bij Inverneill. We rijden weer naar Lochgilphead en gaan dan linksaf en rijden langs het Crinan Canal naar  het plaatsje Crinan over de B841. Bij Cairnbaan is een prachtige parkeerplaats (no overnight parking) van waar je een prachtig uitzicht hebt over een deel van het kanaal.

                                               

Bij het verderop gelegen Crinan dat aan de Sound of Jura ligt, begint het 14 km. lange Crinan Canal met in totaal 15 sluizen om de hoogte te overbruggen. Het kanaal was gegraven voor oa. vissersbootjes om de hele omweg om Kintyre te besparen en zodoende kon men snel van Loch Fyne  naar de Sound of Jura en de Oceaan varen. Het kanaal werd in 1805 gegraven. Nu dient het om de reis voor jachten te bekorten. In Crinan aan de haven bij de sluis een pracht van een parkeerplaats, maar alleen om de auto voor een paar uurtjes neer te zetten. Ik denk niet dat men er problemen mee zou hebben om in het voor of naseizoen hier te overnachten, maar die ervaring heb ik niet. Bij de haven staan mooie witte huisjes en er liggen boten uit de tijd dat het kanaal voor de beroepsvaart open was. Met een jacht kun je voor een bepaalde prijs door het kanaal varen. Je mag er maximaal 3 dagen over doen en het bedrag is inclusief het schutten van alle sluizen en liggeld. Bij de ligplaatsen zijn tevens toiletgebouwtjes met douches, ideaal om ook met de camper te staan. Jammer dat ze de link niet leggen met andere vormen van recreatie.

 

        

 

Aangezien we hier geen legale overnachtingsplek vonden zijn we teruggereden en bij Bellanoch rechtsaf de B8025  op gegaan naar het puntje van dit schiereiland van Kanpdale.

Op het puntje bij Keillmore  gelegen aan de Sound of Jura zou een kapelletje staan. We dachten hier wel een plekje te kunnen vinden, maar helaas. Het kapelletje was een ruïne en de weg eindigde in de tuin van het laatste huis. Hier kon je moeilijk de camper neer zetten. Overigens was het langs de gehele weg woest, wild en verlaten en geen behoorlijke plek waar je uberhaupt kon overnachten.

Dus terug naar de B841 en bij het sluisje bij Cairnbaan bleek eveneens een aanlegplaats voor jachten te zijn en een parkeerplaats. Toch maar even vragen aan de vrouwlijke sluiswachter. Zij vertelde dat het terrein, net als het kanaal trouwens van de Brittish Waterways was, een beheersmaatschappij tot instandhouding van allerlei kanalen. Het bestuur had vastgelegd dat er geen campers op het sluisterrein mochten overnachten. De sluiswachteres, die hier in het dorpje woonde, begreep er ook niets van en vond het jammer omdat veel toeristen dit plaatsje voorbijreden, waardoor er ook geen inkomsten voor de paar lokale winkeltjes was en er steeds meer bewoners uit het dorpje dreigde te verdwijnen. Zij vroeg mij een formulier in te vullen die bestemd waren voor de pleziervaartuigen, om zo commentaar te leveren op de situatie. Misschien hoor ik er niets meer van, maar wie weet.

Zodoende zijn we verder gereden op zoek naar een plekje voor de nacht. De A816 vervolgd richting Oban en voorbij Kilmartin zijn we rechtsaf de B840 opgereden. Wederom een single track raod en bij het gehuchtje Ford vervolgen we de weg langs de oostelijke over van het  binnenmeer Loch Awe. Een prachtige weg, deels door het bos langs het meer en hier en daar een klein gehuchtje of een plekje waar je beneden aan het kiezelstrand een tentje ziet staan of een eenzame stacaravan. Loch Awe is erg in trek bij sportvissers en aangezien het vrijdagavond is trekken hele gezinnen er na het werk op uit om een weekendje te gaan vissen.

Tenslotte komen we terecht bij het gehuchtje Ballimeannoch. Hier staan een tweetal boerderijen, een huis en enkele stacaravans. Opeens zien we een zandweggetje richting het meer gaan en ik probeer met de camper daar te komen. Eerst te voet om te zien of er niet teveel obstakels zijn en vervolgens rij ik voorzichtig om de grote boomwortels heen n zet ik de camper neer op de oever van Loch Awe. Wat een prachtige plek. We besluiten om hier te blijven staan, want dat gebeurde hier vaker gelet op de restanten van kamp- en barbecue vuurtjes. Nog even lekker buiten gezeten en genoten van de ondergaande zon en dan voor het eerst deze vakantie RAP DE CAMPER IN. Met de ondergaande zon komen ook de midges te voorschijn, kleine vliegjes die je kleine steekjes geven, maar ontzettend jeuken. In de buurt van Giethoorn heb je deze beestjes ook en die heten hier mietzes. Het schijnt dat door deze midges het Highland Dancing is ontstaan. We zaten in ieder geval in de camper te genieten van ons mooie uitzicht toen opeens een tweetal families met kinderen aan kwamen die hier kennelijk al vaker waren geweest en ons op “hun” plekje zagen staan. Er was ruimte genoeg en even verderop zetten deze families hun tentjes op. En inderdaad, geteisterd door de midges waren deze Schotten hun traditionele dans aan het opvoeren terwijl de tentjes werden opgezet.

         

 

GPS: 56.18.13,0Nb 5.13.10,8Wl

Gereden 163 km.

 

 

Zaterdag 10 juni 2006.

Vandaag zou ons doel het stadje Dornoch zijn in het noorden van Schotland boven Inverness. In Dornoch hebben we al 33 jaar kennissen wonen die inmiddels op respectabele leeftijd van rond de 85 jaar zijn en ook bij  de lokale Dornoch Pipe Band heb ik kennissen zitten. En deze doedelzakband speelt in het seizoen iedere zaterdagavond om 8 uur op het plein in het stadje, dus wilden we om 8 uur daar zijn. Het was nog  meer dan 200 km. te gaan, dus we gingen vroeg op pad.

Bij Cladich komen we op de A819, een “brede”weg en bij Dalmally gelegen aan de noordoever van Loch Awe rijden we de A85 op richting Oban. We rijden eerst door het mooie Pass of Brander, langs de River Awe. Deze pas  verbindt de zeearm Loch Etive met Loch Awe. U ziet hier ook de ruïne van Kilchurn Castle, de zetel van de Clan Campbell.

Na Bridge of Awe en Taynuilt komt we terecht in Connell. Vervolg je de A85, dan kom je na 8 km. in de havenstad Oban aan. Hier kun je dan met de ferry naar de diverse eilanden. Oban is een leuke plaats, veel winkeltjes, een distilleerderij en het bekende MacCaigs Fowley, een replica van het Colosseum. Een plaatselijke bankier liet dit in 1897 bouwen om de werkloosheid tegen te gaan. Het is echter nooit afgebouwd.

Aangezien we vorige keer al in Oban waren zijn wij bij Connel Loch Etive overgestoken en de A828 opgereden in noordelijke richting.  Deze weg singert zich langs de kust  van de zeearm Loch Linnhe en iedere keer genieten we weer van het mooie uitzicht wat we hebben. Bij  South Ballachulish moeten we weer een loch oversteken, het Loch Leven. Je kunt ook de A82 op richting Glencoe en dan via Kinlochleven  over de B863 naar North Ballachulish.

Glencoe is zeer bekend vanwege de Massacre of Glencoe in 1692. In opdracht van onze Willem III hebben de zuidelijke Campbells hier een slachting onder de Clan McDonald uitgevoerd, nadat ze door de McDonalds waren uitgenodigd om in het dorp te blijven overnachten. In het dorp is een bezoekerscentrum waar dit alles wordt uitgelegd.

Wij gaan echter door naar het noorden. Bij Corran kunt u weer een ferry pakken naar het schiereiland Ardnarmurchan, wat ook te bereiken is via de A830vanaf Fort William. Ook dit schiereiland is een bezoek waard met de camper, niet vanwege de bezienswaardigheden of steden, want die zijn er niet veel, maar vanwege de gigantisch mooie ongerepte natuur.

Over de A82 komen we in Fort William. Deze vroegere garnizoensplaats van de Engelsen is vernoemd naar Willem III, die hier toen gelegerd was om de Hooglanders onder de Engelse tucht te krijgen wat uiteindelijk in 1746  na de Battle of Culloden gelukt was.

In Fort William kunt u rustig een paar dagen blijven om de omgeving te bekijken of te wandelen. Er is veel te zien en u zou kunnen proberen de Ben Nevis te bewandelen. Ben Nevis is de hoogste berg van Groot Brittanië, 1344 m. en met stevig schoeisel is de tocht van  ongeveer 6 uur (heen en terug) best te doen. Boven op de top heeft u een gigantich uitzicht en in juni is er nog sneeuw, hou daar dus rekening mee.

In Fort William zijn diverse restaurantjes, maar MacTavish Kitchen in de hoofdstraat is wel aardig. Iedere avond laten ze hier tijdens en na het eten een beetje van de schotse cultuur zien en horen.

Vanuit Fort William kunt  over de A830 naar Mallaig om hier vandaan met de ferry naar Skye over te steken. Deze route heb ik echter in mijn vorige verslag beschreven toen we naar de Hebriden gingen.

Na boodschappen gedaan te hebben in de grote supermarkt zijn we weer verder gereden over de A82. Bij Spean Bridge houden we links aan en rijden daarna langs Loch Lochy, Loch Oich en Loch Ness. Dit gebied, een soort scheur in het land noemen ze de Great Glen. Glen is het Gaelic voor dal. Vanaf Inverness aan de Noordzee, konden schepen op deze wijze door de Lochs naar de ander kant van Schotland varen. Daar waar geen verbinding met de Lochs was, werd het Caledonian Canal gegraven. Hier en daar tref je dus sluizen of een complex van sluizen aan, zoals bij Laggan en Fort Augustus

 

 

 

Bij Bridge of Oich zagen we deze mooie oude brug gebouwd door de bekende bruggenbouwer Thomas Telford.

Fort Augustus is gelegen op het zuidelijkste puntje van Loch Ness en hier zijn een achttal sluizen naar het kanaal toe. Het vroegere Fort bestaat niet meer, op de restanten is later een Benedictijnen klooster gesticht. Na deze plaats rijden we nog steeds langs Loch Ness en komen bij Drumnadrochit, waar u alles te weten komt over het monster van Loch Ness. De nabij gelegen ruïne van Urquhart Castle is het bezichtigen waard. Hier vandaan heb je tevens een mooi uitzicht over Loch Ness.

Aangezien we niet door Inverness willen rijden vanwege de drukte die een grote stad met zich mee brengt besluien we een klein stukje over de A831 te rijden en vervolgens rechtsaf te slaan naar de A833. Meteen in het begin gaat het steil omhoog, maar we redden het en zien langs de weg de prachtige bossen gele brem in bloei staan. Na Beauly en  Muir of Ord rijden we over de A832 naar de doorgaande weg A9. Dit is de hoofdweg van het noorden van Schotland naar het zuiden. Bij Alness verlaten we de A9 tijdelijk  en snijden een stukje af door over de B9176 te rijden. Een mooie weg die ik al vele malen heb gereden. OP een gegeven moment heb je een prachtig uitzicht over de Dornoch Firth. Worden de zeearmen in het westen Loch’s genoemd, hier zijn het de Firth’s die diep het land insnijden. Bij Eastern Fearn komen we weer  op de “oude A9”, die nu A836 is genoemd. Voordat  de bruggen over de Firth’s er waren slingerde de A9 zich om deze Firth’s heen. Nu wordt de afstand behoorlijk bekort door de bouw van een drietal bruggen, over de Morray Firth, de Cromarty Firth en de Dornoch Firth. Omdat het een mooie weg is besluiten we om linksaf te slaan en om de Dornoch Firth heen te rijden. Via Bonar Bridge komen we tenslotte in Dornoch. Het was 4 jaar geleden dat we hier waren, maar kennelijk heeft de tijd hier sindsdien stilgestaan, want het leek of  we hier gisteren nog waren geweest.

We zoeken de parkeerplaats op bij het strand, vlakbij de camping, kijken op zee en strand uit tijdens ons avondeten en gaan daarna naar het centrum op het plein bij Dornoch Cathedral, waar de Dornoch Pipe Band aan het inspelen is.  Even de bekenden gedag gezegd, waarna de Band de straat op gaat. Sinds we in Schotland zijn is dit de eerste doedelzakband die we zien

en horen. Er wordt ook een demonstratie Highland Dancing gegeven ondanks dat er geen midges te bekennen zijn.

 

Na het optreden en na het maken met een afspraak met de Pipe Major van de Band zijn we naar onze kennissen gereden.

De laatste keer dat we schriftelijk kontakt hadden was Kertsmis 2005 geweest. In maart van dit jaar had ik deze kennissen nog een brief gestuurd met ons voornemen om naar Schotland te gaan en of het in verband met hun leeftijd gelegen kwam om hen op te zoeken. Aangezien ik tegelijkertijd ook de kennissen uit Wales een berichtje had gestuurd en van beiden geen bericht had ontvangen, heb ik eind april nogmaals een kaartje gestuurd om hen op de hoogte te stellen van onze komst.

Ook dit keer geen antwoord uit Schotland. Met gemengde gevoelens reden we dus naar de woning van de kennissen en waren verbaasd daar de 2e zoon aan te treffen. Bleek dat zijn vader in het ziekenhuis in Brora lag en er slecht aan toe was.  Zijn moeder die aan het dementeren was en hij waren net in Dornoch aangekomen om zijn vader te gaan bezoeken in het ziekenhuis.

Afgesproken om elkaar de volgende dag te ontmoeten.

We zijn dus naar de camping aan het strand van Dornoch gereden en vonden daar een mooi plekje in de duinen.

Adres: Dornoch Links Caravan Park

GPS: 57.52.26,5Nb 4.01.10,2Wl

Gereden 286 km.

 

Zondag 11 juni 2006.

Aangezien er ook gewassen moest worden, een rustdag op de camping gehouden.

Met de zoon van de Fam. Brownlee gesproken. Met zijn vader ging het wat beter, maar hij zou voorlopig in het ziekenhuis blijven. Aangezien zijn moeder niet meer alleen voor zichzelf kon zorgen was zij opgenomen in een verzorgingstehuis in Allness, 40 minuten rijden van Dornoch. Aangezien de zoon in Glasgow werkte en hij maandag daar weer moest zijn, hebben wij aangeboden om in Dornoch te blijven en voor zijn moeder te zorgen tot volgende weekend  Hij zou ons maandagmorgen laten weten of zij van ons aanbod gebruik zouden maken.

De rest van de dag lekker van de zon genoten en een strandwandeling gemaakt en ’s avonds de mevr. Brownlee en haar zoon opgezocht.

 

 

Maandag 12 juni 2006.

Al vroeg in de morgen kwam de zoon van de fam. Brownlee ons vertellen dat zijn vader vannacht was overleden. Gek eigenlijk dat wij beiden al een voorgevoel hadden dat dit zou gaan gebeuren. Helaas hebben wij Mr. Brownlee niet meer kunnen spreken.

Aangezien we op dit moment niets meer voor de familie konden doen en de begrafenis pas volgende week maandag zou zijn, besluiten wij om een rondrit in de Highlands te maken en volgende week weer in Dornoch terug te komen.

De rest van de dag een bezoek gebracht aan Dornoch en zijn omgeving en ’s avonds naar mevr. Brownlee gegaan om te condoleren.

Later op de avond kwam de Pipe Major van de Dornoch Pipe Band met zijn vrouw op bezoek en kon ik wat muzikale gegevens met hem uitwisselen. Afgesproken dat ik dinsdagavond de repetitie van de Band zou bijwonen in Invergordon.

 

 

Dinsdag 13 juni 2006.

Vannacht had het heel hard gewaaid. Je staat aan zee en dat merk je goed. Midden in de nacht de camper verplaatst  met de kop op de wind, waardoor het wat rustiger lag.

Na het ontbijt water geloosd en geladen en daarna weer op pad. nHet was vandaag voor het eerst een bewolkte dag, maar de wind was gelukkig wat afgenomen. Nadat we op de A9 waren beland zijn we in noordelijk richting gereden door het plaatsje Goldspie. Na Goldspie ligt aan de weg en tevens aan de kust het Dunrobin Castle, zetel van de Clan Sutherland. Het is een mooi kasteel, wat te bezichtigen is en de tuinen zijn mooi aangelegd. Eén van Earl of Sutherland had een passie voor jagen in het buitenland en zijn jachttroffeeën zijn in een aparte ruimte te bewonderen. Het volgende plaatsje Brora is bekend vanwege de Clynelsh Distellery. Ernaast staat de oude Brora Distellery. Vanwege ouderdom is deze gesloten en ernaast heeft men de nieuwe distilleerderij gebouwd met een andere naam. Brora Distillery is opgericht in 1890 en in het begin van 1980 gesloten. Sindsdien 1980 waren er nog behoorlijk wat vaten met whisky van deze distilleerderij opgeslagen en vorig jaar is het laatste vat gebotteld.

Er zijn dus nog maar een beperkt aantal flessen whisky van deze distilleerderij en ik zag deze fles te koop voor 300 Euro. Een collectors item dus.

De weg slingert verder langs de kust en je kan aan het verkeer merken dat je in het verlaten noorden van Schotland komt. Bij het plaatsje Helmsdale rijden we de A897 op  richting Kinbrace en rijden door het mooie Strath  of Kildonan. Strath is het gaelic voor dal en door dit dal stroom River Helmsdale. In deze rivier is vroeger goud gevonden en nog steeds zie je regelmatig mensen in het water scharrelen. Misschien een idee om zo onze vakantie terug te verdienen, maar we gaan toch maar door. Na Kildonan Lodge (3 huizen)slaan we linksaf en steken de rivier over. Dit is weer een singel track road en op de kaart ziet het er uit als een heel klein weggetje. We twijfelen, maar een inwoonster ziet ons en zegt dat we een beautiful road hadden uitgezocht met nice scenerys. Op onze vraag of wij met de camper wel hier langs konden zei ze no problem. Dus dan maar door rijden.

De weg slingert eerst een stukje door het dal en dan de bult op, de 626 meter hoge Beinn Dhorain. De weg wordt smaller, niet breder dan de camper  en we kunnen opeen enkele passing place na geen kant uit. Geen mogelijkheid om te keren, hoewel ik dat na 5 km wel zou willen, want de weg werd slechter en ik had er niet echt een lekker gevoel bij. We rijden op een gegeven moment in de mist, wat eigenlijk dus de laaghangende bewolking is. We komen niets en niemand tegen en denken net dat we alleen op de wereld zijn, zien we twee campers ons tegemoet komen. Welke idioot rijdt er nu nog met zo’n grote bak over dit kleine weggetje, denk ik nog, maar mijn tweede gedachte was dat waar hij vandaan kwam, ik dus ook kon rijden. Het kostte enige moeite om elkaar te passeren, maar daarna konden we verder.

In het Glenloth zoeken we een mooi plekje aan een beekje voor de lunch en genieten van de rust.

 

Na diverse gehuchtjes komen bij Pittentrail en het Rogart Station aan de A839 Dit station wordt nog gebruikt, maar het stationshuis is bewoond en in de tuin staan allerlei treinwagons en zijn perrons aangelegd met allerlei voorwerpen uit vervlogen tijden. Deze wagons worden al Youthhostel gebruikt. Je kunt hier dus in een oude treincoupe overnachten. Ontzettend leuk initiatief. Hierna gaan we linksaf over de A839 naar de kust en bij Loch Fleet komen we weer op de A9 net noord van Dornoch. Vervolgens zijn we over de A9 zuidwaarts naar Invergordon. De Dornoch Pipe Band heeft dinsdagavonds in The Social Club zijn wekelijkse repetitie en daar zou ik bij aanwezig zijn.

Mooie parkeergelegenheid, dus even gevraagd of we daar konden blijven staan en dat was goed, dus onze plek voor de nacht was ook geregeld..

Gereden aantal km. 188.

  

  

 Woensdag 14 juni 2006.

Vanuit Invergordon eerst naar Inverness gereden voor boodschappen, maar wat belangrijker was, nieuwe rieten voor mijn doedelzak. Al het materiaal voor mijn hobby komt allemaal origineel uit Schotland. Na Inverness zijn we over de B9006 naar  Culloden Moor gereden. Hier heeft in 1746 de laatste veldslag op Britse bodem gewoed tussen de Schotse Hooglanders, (de Jacobieten) en de Engelsen. Het was een beslissende slag na meer dan een jaar oorlog waarbij de Schotten de Engelsen uit Schotland hadden verdreven. Toen de Schotten zich terugtrokken maakten de Engelsen een omtrekkende beweging en sloten de Schotten bij Culloden Moor in. Vele clanleden liggen op dit slagveld begraven. Nu is het in beheer bij de National Trust for Scotland, die hier een bezoekerscentrum heeft ingericht en uitleg geeft over deze laatste Schotse poging om onder de Engelse tiranie uit te komen. Het is voor vele Schotten een bedevaartsoord en ik moet toegeven het is bijzonder indrukwekkend.

Na Culloden Moor hebben we de B9006 vervolgd en bij Clephanton zijn we rechtsaf de B9090 opgereden richting Cawdor Castle. Het schijnt een mooi kasteel te zijn met mooie tuinen, maar wij maakten daar nu geen tijd voor vrij. We zijn langs het kasteel gereden en die weg vervolgd naar Dulsie. Geloof het of niet, maar weer zo’n prachtige single track road. Het zijn mijn lievelingswegen om te rijden.  Bij Dulsie kom je op de B9007, een weg door het heide landschap waar je in de verte de  bergen van de Cairngorm ziet. Bij Duthill rijden we rechtsaf de A938 op  en vervolgens bij Carrbridge de B9153 richting Aviemore. Carrbridge is een leuk stadje, lekker rustig, in tegenstelling tot Aviemore, dat toeristisch is vanwege het feit dat het zowel zomer als winter druk is. Het is namelijk ook het Schotse ski-resort. Ongeveer 1 kilometer na Aviemore rijden we linkaf de weg op naar Glenmore, een gehuchtje aan het Loch Morlich  Hier is een camping van de Forrestry Commission, een pracht van een camping aan het meer en tegen het bos en vanaf de camping zijn er vele wandelmogelijkheden in de omgeving. Dat was ook de reden dat wij hier naar toe gingen.

Zo konden we ook weer eens lekker barbequen in de avondzon.

Adres: Glenmore Forrestry Camping Glenmore Road. GPS: 57.10.02,1N 3.41.52,7W.

Gereden aantal kilometres: 121.

 

Donderdag 15 juni 2006.

In het ANWB boekje Actief Anders (Schotland) hadden we een wandeling uitgezocht bij Glenmore en deze begon bij het Visitors Centre tegenover de camping. Doel was een 9 km lange wandeling over de 810m hoge Meall a Bhuachaille. Een makkie voor de geoefende wandelaars, voor de overigen een echte uitdaging. Vol goede moed begonnen we meteen aan een gigantische klim over een mooi bospad en tenslotte kom je zwetend uit op het moor en stijg je verder.Het was een beste klim en hadden we dit geweten dan hadden we een gewoon bospaadje afgelopen, maar eenmaal begonnen, dan maak je het af. Dus het was behoorlijk afzien, maar tenslotte bereikten we de 810 m. hoge top Het woei hier boven behoorlijk. Hier is alleen maar kale rots te zien, dus begonnen we kort daarna weer aan de terugtocht., maar dan aan de andere kant van de Meall a Dinges.

 

Dit pad naar beneden was zo niet nog stijler en je moest behoorlijk uitkijken dat je niet uitgleed over de kleine kiezels. Maar het uitzicht was mooi, mede gelet op het bijzonder fraaie weer wat we ook nu weer hadden. Na ongeveer 1 uur waren we weer beneden en zijn we het pad verder gevolgd door een kloof en bos om uiteindelijk na 4,5 uur weer op de camping te eindigen.

 

 

Om 15.00 uur zijn we van de camping vertrokken naar ons volgende doel, Shieldaig aan de westkust. Het is altijd mooi om langs de westkust te rijden (lekker rustig, veel singel track roads) en Shieldaig kennen we van 4 jaar geleden. Voor zover wij weten is dit de enige echte camperplek in Schotland. Shieldaig is een klein plaatsje aan Loch Shieldaig en bovenop de berg heeft een school een grasveldje en voor een door je zelf te bepalen donatie mag je hier met de camper staan. Er is ook een kraan voor het drinkwater en er staan vuilcontainers. Het mooiste is echter het uitzicht. Vanuit de camper kijk je zo over Loch Shieldaig, een zeearm, uit, waarbij je de huizen beneden je niet ziet staan.We komen echter aan de westkust terecht in bewolking en de eerste druppels regen hebben we ook al gehad. Gelukkig bleef het bij slechts enkele druppels.Ons uitzicht is nu echter minder als de vorige keer, toen keken we naar de zonsondergang in Loch Torridon

Vanaf Aviemore hebben we de A9 teruggereden naar Inverness en toen via de A835 naar Garve, de A832 via Achnasheen naar Kinlochewe en dan de A896 naar Shieldaig. De omgeving is hier totaal anders, woeste kale bergen, dan weer een stuk bos, maar vooral de ruigheid die hier de schoonheid van het gebied is. in trek bij vele wandelaars en bergbeklimmers.De plaatsen in dit gebied zijn niet veel meer dan gehuchtjes, zorg dus dat je van alles voldoende bij je hebt als je hier langer wilt verblijven.

Adres: Shieldaig aan de A896, 1e afslag het dorp in. GPS: 57.31.30,5N 5.38.54,0W.

 

 

De camperplek vanaf de andere zijde van het Loch gezien.

 

 

Camperplek Shieldaig (foto uit 2002)

 

 

 

Vrijdag 16 juni 2006.

Vanmorgen was het voor de eerste keer een grijze dag. Het miezerde en het was aan de frisse kant. We wilden over de kustweg van dit schiereiland rijden, via Applecross. Vier jaar geleden wilden we deze route ook rijden, maar door de steile helling, en de vele haarspeldbochten reden we lange tijd in de eerste versnelling, waardoor de temperatuur van het koelwater van de motor opliep. Hierdoor hadden we besloten om terug te keren. In een haarspeldbocht hebben we toen kunnen keren. In Shieldaig hadden we daarna gehoord van een andere camperaar dat vanaf de noordkant het geen probleem zou zijn.

Dus vol goede moed verlieten we deze morgen na Shieldaig de A896 en gingen rechtsaf de 45 km lange kustweg op richting Cuaig en Applecross. Uiteraard een single track road , net een achtbaan, heuveltje op, heuveltje af maar met mooie uitzichten over Loch Shieldaig en Loch Torridon. Na Cuaig zie je de eilanden Rhona en Raasay liggen en daarachter ligt Skye, maar door de bewolking zien we dat eiland niet.. Vervolgens gaat de weg verder naar Applecross, een gehuchtje waarvan je niet begrijpt dat mensen hier gaan wonen. Ver weg van de bewoonde wereld.Het is er echter wel mooi en de witten huizen langs de waterkant zouden nog mooiere zijn als de zon er op zou schijnen.Onderweg zien we verscheidene plekjes waar wij met een gerust hard de nacht met de camper zouden willen doorbrengen Heleboel inhammen langs de weg, zeer geschikt om voor de nacht te parkeren.

Na Applecross moeten we de enige weg die hier is vervolgen en rijden we al gauw omhoog want we moeten de 710 meter hoge en ruige Meall Gorm over. Een verkeersbord geeft aan dat deze weg in de winter niet te berijden is en een ander bord vermeld dat de weg niet geschikt is voor caravans. Hoe verder we omhoog klauteren, hoe minder zicht we hebben. Dit komt echter omdat we op een gegeven moment in de wolken rijden. We zien bijna geen hand voor ogen, slechts een kleine tien meter kun je vooruit kijken  en uiteraard moet je opletten voor tegenliggers, want dan moet je een passingplace induiken.De weg lijkt wel steeds smaller te worden en regelmatig duikt er uit de mist een tegenligger op.Je moet op het asfalt blijven, want naast het asfalt is 20 cm. lager de berm met stenen en heide. 1 keer moeten we achteruit naar een passingplace rijden. Dan hou je je hard vast. Omdat we niet kunnen zien wat er naast ons is hebben we het gevoel naast een afgrond te rijden. Nadat we de top hebben bereikt dalen we af en komen we in de haarspeldbochten terecht. We moeten zelfs een keer steken om de bocht te kunnen nemen. Geleidelijk aan wordt het zicht beter naarmate we lager komen te rijden en uiteindelijk komen we weer op de begane grond.

In het verslag wat we tot nu toe hebben gemaakt hebben we vele mooie weggetjes aangeraden om die met de camper toch vooral ook te gaan rijden. Laat een ding echter goed duidelijk zijn. Deze weg raden wij u beslist niet aan om te rijden, althans vanaf Applecross, helemaal niet als het een regenachtige dag is. Je ziet niets, dus voor het uitzicht hoef je het niet te doen. Onderstaande foto geeft het bord aan wat we zagen nadat we weer op de begane grond terecht waren gekomen aan het einde van de weg

 

  

Uiteindelijk kwamen we weer op de A896 uit die ons naar Lochcarron bracht aan de gelijknamige Loch Carron. Even rechtsaf geslagen richting de ruïne van Strome Castle, want aan deze weg zit een weverij die alle mogelijke tartans heeft om kilts, plaids en sashes te maken. We waren hier al eerder geweest en we vonden het leuk om weer eens rond te neuzen. Na Lochcarron, een klein langgerekt gehucht langs het Loch wordt de A896 nu A890 en bij Achnasheen gaan we naar de A832 in de richting van Inverness. Aangezien het tijd wordt voor een camperplek kijken we eerst bij het station van Achnasheen, (station met 15 huizen). Maar hier staat bij de parkeerplaats van de Tourist Information dat het niet is toegestaan te overnachten, dus verder rijden. Bij Garve hebben we de doorgaande weg verlaten en het dorp ingereden. Bij het station was geen parkeerplaats, althans niet aan de dorpszijde (wel aan de doorgaande weg), maar we vonden een parkeerplaats bij een school en het kerkhof aan het einde van de straat bij enkele huizen. Even gevraagd bij de schoolwoning en de gepensioneerde lerares had er geen problemen mee. Het schooltje heeft nog 1 leraar en 13 leerlingen. Een typisch Highland schooltje dus. Een mooi en rustig plekje voor ons. En het was weer droog weer.

Adres: Garve Matheson Road bij de school. GPS:  57.36.48,6N 4.41.08.0W

Aantal gereden km. 149.

 

 Zaterdag 17 juni 2006.

De dag begon met regen. Jammer zullen de meesten zeggen, maar ik zou het jammer vinden als ik in Schotland was geweest en mijn regenjas was niet gebruikt. (grapje) We hebben echter niet te klagen. Tot nu toe hebben we de eerste dag in Engeland regen gehad en gisteren en vandaag in Schotland. Ook al krijgen we deze laatste week nog de hele week regen dan hebben we het nog goed getroffen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vanwege de regen vertrekken we via de A835 naar Contin om daarna via de A834 naar Dingwall te rijden. Het is niet een erg grote stad, maar er is wel een grote Tesco Supermarkt, dus wordt er van alles ingeslagen voor de thuisblijvers, zoals Shortbread, Outcakes , Haggis en Lemon Curd. Whisky hoef je hier niet te kopen, die is niet te betalen vanwege de accijnzen.

Na Dingwall rijden we over de A862 naar de A9 en gaan in noordelijke richting langs de Cromarty Firth tot aan Alness, om dan de B9176 op te rijden. Vervolgens slaan we de 2e weg linksaf en rijden op een ongenummerde doodlopende weg door het Strath Rusdale. Als et goed is kom je bij een meertje uit en daar zouden we stoppen voor de lunch. Echter bij Braeantra staat er een hek en kunnen we niet verder rijden. Dan maar hier stoppen, het regent toch nog af en toe, dus eruit gaan we toch niet. De weg is mooi, helemaal begroeid met bloeiende brem. Er zijn diverse soorten, het soort dat we thuis hebben en een wilde soort met stekelige bladen, die een wat donkergele kleur hebben. De eerste soort is helder geel van kleur, maar af en toe zien we de brem in het wit of roodbruin.. Hier is dus beide kanten van de weg geel voor zover je kunt kijken.

 

Weer op de B9176 rijden we over Struie Hill, een mooie weg waar je op een gegeven moment een prachtig uitzicht hebt over de Dornoch Firth . Daarna kom je weer op de A836, de hoofdweg, de voormalige A9, die om de Dornoch Firth gaat via Bonar Bridge. Hier gaan we linksaf de A836 oprichting Lairg, de plaats waar de meeste schapenhandel plaatsvindt. Nu is het er echter nog rustig. Vanaf het visitor Centre zijn aan aantal mooie wandelingen te maken. Het is echter al laat in de middag, ondertussen weer droog geworden en dan geniet je weer van de fraaie vergezichten als je over de A839 richting Loch Fleet rijdtdoor het mooie dal van Strath Fleet. Hierna bereiken we Dornoch weer waar we de camping opzoeken.

Gereden aantal km. 148.

 

Zondag 18 juni 2006.

Mooi weer, zonnig en warm, dus lekker een rustdag gehouden en ´s avonds bezoek gehad van de onze kennis , de Pipe Major van de Dornoch Pipe Band en zijn vrouw. Uiteraard onder het genot van enkele whisky´s het een en ander over de muziek uitgewisseld.

 

Maandag 19 juni 2006.

Vandaag was de uitvaartdienst en begrafenis van onze kennis Mr. Brownlee. Hiervoor waren we dus wat langer in het noorden van Schotland gebleven.  Tenslotte kende ik deze kennissen al sinds 1973 en heb ze om het jaar bezocht.

Na deze plechtigheden zijn we om 14.00 uur zuidwaarts vertrokken. Via de A9 van Dornoch naar Inverness en dan over de A96 via Nairn en Forres. Na dit laatste stadje zijn we over de B9089 richting Burghead gereden voor een overnachtingsplekje. Burghead is een beetje een “grijs”stadje aan de kust en het lokte ons niet om hier te gaan staan. Hoewel er wel wat mogelijkheden waren. Van Burghead gaat de B9040 langs de kust naar Lossiemouth en meteen na binnenkomst zijn we linksaf naar beneden gereden, waar een parkerplaats aan zee was bij de plaatselijke golfclub. Hier konden we mooi staan, in het zicht van woningen en uitzicht op de zee.Vandaag was het wisselvallig weer, aan het einde van de dag bleef het wat langer droog.

 

 Adres: Lossiemouth golfclub. GPS: 57.43.17,3N 3.17.59,4W.

Gereden aantal km 150.

 

Dinsdag 20 juni 2006.

Met prachtig zonnig en helder weer wakker geworden aan zee. Na het ontbijt eerst door de rest van Lossiemouth gereden en toen bleek dat er nog wel meer mogelijkheden waren geweest voor een overnachtingsplekje, oa. aan de haven. De A941 bracht ons eerst naar Elgin en daarna zijn we over de hoofdweg A96 naar Fochabers en Keith gereden. Voor Fochabers zijn we even gestopt bij Baxters. Dit levensmiddelenbedrijf heeft in een aantal authentieke gebouwen wat winkeltjes ingericht waar Schotse produkten worden verkocht. Ze zijn daar niet echt duurder dan in de supermarkt, maar op hoogtijdagen komen daar busladingen vol toeristen om al die waar te aanschouwen en eventueel te kopen.

Voor het thuisfront nog wat meegenomen aan shortbread en fudge en een aantal blijkjes Cullen Skink. Dit is soep van oa. gerookte zalm die alleen verkrijgbaar is van Baxters. Had ik eens in een restaurant gegeten en het smaakte mij goed.

Na Huntly opdezelfde A96 hebben we deze “drukke”weg verlaten en over de A97 reden we verder zuidwaarts. Een rustige weg, waarbij je over heuvels en dan weer door dalen rijdt, een afwisselend landschap

In dit gebied zijn vele kastelen. te vinden. Ik ga ze niet allemaal opnoemen, degene die kastelen wil bezichtigen kan hier echt rerecht. Bij de Tourist Informations vind je folders van alle kastelen. Er is zelfs een kastelenroute en uiteraard ook een Whiskytrail, een whisky route, waarbij je op de route een aantal distilleerderijen  tegenkomt die je kunt bezoeken..

Wij doen echter onze eigen route en we zijn blijkbaar de enige toeristen hier want we komen bijna geen andere vakantiegangers tegen.. Schijnbaar verplaatsen die zich alleen over de hoofdwegen.

Bij Kildrummy aan de A97 staat nog de gelijknamige ruine en een paar mijl verder wordt deze weg plotseling de A944. We rijden een hele tijd langs de rivier de Don en slingeren zo mee door het landschap tot aan Tornahaish waar we de A939 tot aan Glenshiel Lodge nemen.. Hierna over een deels Single Track Road tot aan Crathie omdat we even een colletje van de 2e categorie moeten nemen. We eindigen op de A93 en rijden even linksaf naar Balmoral Castle, het vakantieverblijf van het Engelse Koninklijke huis. Ook is hier de Lochnager Distellery gevestigd. Wij gaan hierna de A93 de ander kant op vervolgen richting  Braemar, en volgen nu de River Dee. Braemar is een leuk plaatsje met gezellige winkeltjes aan de rivier de Dee met leuke watervalletjes bij de brug in het centrum. De parkeerplaats voor de brug leek ons een goede overnachtingsplek, maar dan voor de volgende keer. We zouden nu naar Blairgowrie gaan, omdat ik daar een kleermaker moest gaan opzoeken in verband met mijn uniform.

Nadat we Braemar hadden bezocht, inmiddels regende het ook weer, hebben we de A93 vervolgd en reden we eerst door het dal van d Deeside en daarna liep de weg over de bergen en over de 933 meter hoge Cairnwell en de bergpas hier wordt ook de Devils Elbow genoemd. Schrik niet, dit is gewoon een tweebaans weg en goed te berijden. Helaas zagen we nu ook weer weinig van het gigantische uitzicht op de woeste bergen vanwege de regen. Bij de Devils Elbow is ook het Glenshee Ski Centre, nu natuurlijk uitgestorven, maar in de winter gigantisch druk. Na de Devils Elbow gaat de weg langzaam naar en rijden we door Glen Shee naar Blairgowrie. Daar aangekomen bleek de winkel (het was al 17.00 uur) gesloten, dus moesten we hier overnachten. In ons campingboek vonden we een boerencamping voor 4 Pond en die hebben we opgezocht. Redelijke prijs voor camperaars denk ik, want er was een toilet, en je kon vuil water en toilet lozen en water innemen.

Adres: Blairgowrie. BurnHead Fruit Farm,Burn Head Road

GPS 56.35.48,1N 3.20.47,6W. Gereden aantal km. 196.

 

Woensdag 21 juni 2006.

Ook vandaag weer afwisselend weer, motregen en dan weer een droge periode. Eerst de zaken afgehandeld in Blairgowrie, wat ons meer als een halve dag kostte en dan is het nog maar afwachten of de Schotten hun woord houden.Blairgowrie is een echt streek stadje, niet echt toeristisch, maar hier vandaan kun je wel  de steden zoals Dundee en Perth bezoeken. De enige bijzonderheid die ik van deze streek kn is dat er veel landbouw is. Er zijn vele landbouw bedrijven en er worden hier veel aardbeien verkocht vanuit stalletjes langs de weg.

Nadat we Blairgowrie verlaten hadden zijn we via Coupar Angus (A923) gereden naar de A94 richting Perth. Voor Perthkom je door het plaatsje Scone, waar het bekende Scone Palace staat. Het laatste weekend van juni wordt hier ook een heel Schots weekend met veel muziek etc. gehouden.

Perth is een mooie oude stad en wordt door een bocht van de River Tay een beetje in twee delen gesplitst. We houden niet zo van de grote steden, maar toen we erdoor reden hebben we besloten om volgende Schotland reis in ieder geval naar Perth te gaan. We zijn nu op de terugweg en moeten toch een beetje de dagen in de gaten gaan houden, tenzij we in ee ruk naar Harwich terug rijden, maar daar hebben we eigenlijk geen zin in.. Na Perth rijden we eerst een stukje Motorway (M90) om even middels een zijsprong naar Cardenden te rijden waar een doedelzakbouwer zijn bedrijf heeft. Voor mijn Small Pipes die ik jaren gelden bij hem had gekocht had ik rieten nodig, dus die moest ik daar halen.

Daarna weer terug naar de Motorway M90 en via de Forth Road Bridge de Firth of Forth overgestoken. Het was regenachtig en er stond erg veel wind en dat merk je goed op deze brug. Vanwege de krachtige wind was de maximum snelheid slechts 40 mile (60 km). Zodoende konden we ook goed kijken naar de naast de verkeersbrug gelegen spoorbrug. Een hele mooie constructie, rood geverfd, die heel indrukwekkend over deze zeearm heen is aangelegd. Aan de noordoever is de Forth Bridges Museum, waar u alles over deze twee gigantische lange en ook hoge bruggen te weten kunt komen.

Na de brug weer een stukje motorway (M9 en M8) om daarna op de ringweg (A720) uit te komen die om Edinburgh heen leidt.Bij Dalkeith hebben we de drukke wegen weer achter ons gelaten en reden over de minder drukke A7 verder zuidwaarts. Na Galashiels kwamen we op de drukkere A7 terecht en net zuid van Selkirk vonden we een prachtige camperplek voor 5 GBP, water len vuil kon er geloosd worden en schoon drinkwater ingenomen.

Een ideale plek als je niet te ver van de doorgaande route af wilt wijken. Vriendelijke ex-schapenboer.

Adres: Glenburn, Lower Greenhill langs de A7 . Vanaf Selkirk rijdend in de richting Hawick, voorbij de splitsing met de A699 , meteen de 1e weg rechts. GPS: 55.32.08.0N 2.49.33,9W.

Gereden aantal kilometers 203.

 

Donderdag 22 juni 2006.

De dag begon zonnig en we besloten eerst een wandeling te gaan maken uit het ANWB boekje vanuit Melrose, een stadje dat 20 kilometer verder lag. In Melrose staat de bekende ruine van Melrose Abbey, een imposant bouwwerk.

 

 

 Vanwege een boekenfestival was het behoorlijk druk in Melrose, zodat we de camper niet in de stad konden parkeren, maar bij een outdoor activity centre net buiten het stadje bij de kettingbrug, waar ook onze wandelroute zou beginnen. Deze hangbrug is in oktober 1826 gebouwd door een particulier die voor het gebruik van de brug natuurlijk enige shillings vroeg. Aangezien onze voorgenomen wandelroute niet duidelijk werd beschreven hebben we de op de borden aangegeven route gevolgd aan de aan de oevers van de River Tweed. Bij het dorpje Darnick konden we de rivier pas weer oversteken om langs de andere oever weer terug te lopen naar Melrose. Langs deze rivier, die overigens tot aan Berwick upon Tweed aan de kust loopt, staan vele prachtige oude statige landhuizen. Melrose zelf is en leuk stadje zo bleek aan het einde van onze wandeling. Leuke winkeltjes waar je altijd wel iets vindt wat thuis niet te koop is. Bij een slager kochten we enkele hartige gevulde taarten die men “pie”noemt. Deze “pies”(spreek uit “pais”) zijn typisch Brits en smaken voortreffelijk. Bij de supermarkt zijn ze ook te verkrijgen, maar van de slager zijn ze echt heel lekker. Even opwarmen in de camperoven en smullen maar.

Na Melrose, toch maar weer zuidelijker gereden, want Harwich komt niet naar het noorden toe.

Inmiddels was de zon verdwenen, aar het bleef de hele dag verder droog.

Over de A68 naar Jedburgh gereden waar op de heuvel in de stad ook al zo’n mooie ruine van een abdij staat met bijbehorend kasteel. Jedburgh is een plaatsje dat wij een volgende keer wat meer aandacht willen geven.

Jedburgh hebben we verlaten via de B6358 om daarna via de A698 naar Hawick te rijden Deze A896 is wel een aardige weg maar als je van deze kant Hawick binnen rijdt zie je meteen aan een grijze saaie industriestad stad. Hier wordt veel wollen kleding gemaakt veelal voor de export.. In Hawick hebben we nog even een Morrisson opgezocht voor de laatste Schotse boodschappen zoals Haggis en Shortbread.

Na Hawick begonnen wij aan de laatste etappe in Schotland. Eerst een stukje terug over de A698 en dan over de A6088 naar Bonchester Bridge, een gehuchtje., om enige kilometers later de B6357 op te rijden. Een lekkere rustige weg, die zich door het landschap slingert, heuveltje op heuveltje af. Mooie vergezichten vanaf de heuveltoppen. In Nederland kun je nooit ver kijken, maar hier kijk je een behoorlijk eind weg. Je ziet mooie beboste heuvels en prachtige dalen en altijd slingert er wel een of ander watertje langs de weg.. Bij het gehuchtje Saughtree, bestaande uit 4 huizen, kerkje en een paar schuren, slaan we linksaf een ongenummerde weg in naar in Engeland. Dit is een prachtige slingerende Single Track Road. Gelukkig een Single Track Road, want anders zouden al die Engelsen zou Schotland binnenvallen. Na enkele kilometers passeren we de grens en rijden we Engeland binnen en meteen komen we bij het plaatsje Deadwater in het Kielder Forrest  Dit Forrest is jaren geleden aangelegd om een gigantisch stuwmeer heen met vele recreatieve mogelijkheden. De weg langs het stuwmeer van het plaatsje Kielder is mooi en na het neer zijn we even van deze weg afgeweken naar het gehuchtje Falstone. Heel leuk typisch Engels dorpje, in de heuvels, kerkje, kroegje, huisjes en buurtsuper annex postkantoor.

We dachten in het Kielder Forrest te kunnen overnachten, maar helaas, overal bordjes en we zagen regelmatig de rangers van de Forrestry Commission patrouilleren, dus reden we maar verder. In Bellingham vonden we ook geen geschikte plek en inmiddels was het al na 18.00 uur. Dus verder zoeken en via de B6320 en de A 6079 richting Hexham kwamen we in het plaatsje Wall uit. Hier staat ook een gedeelte van de Hadrians Wall, u weet wel de muur die de Romeinen hadden gebouwd van oost naar westkust om de Picten en Scoten in het noorden te houden. Vandaar dat dit plaatsje Wall is genoemd. Hier stond een leuk hotel/restaurant/kroeg met een parkeerplaats aan de achterzijde, dus maar even stoppen en vragen of we hier mochten blijven staan om te overnachten na gebruik van een maaltijd.Er werd door de patron even vreemd gekeken, maar al snel antwoordde hij dat hij het geen probleem vond. De Engelse kroegen hebben vaak naast een pubgedeelte, een lounge voor de hotelgasten en een restaurant. Het is best eens leuk om in zo’n tent te eten en om de mensen eens te bekijken. We hebben lekker gegeten, het was ontzettend veel wat je kreeg aan lamsbout en backgammon (ham) en met nagerecht , bier, wijn en een goede 14 jaar oude malt whisky toe is 32 GBP niet veel. Komt natuurlijk ook omdat de prijzen in Nederland door de Euro gigantisch zijn gestegen. We hebben ons in ieder geval vermaakt in de kroeg. Na afloop heb ik de waard nog extra bedankt met een kruikje Friese Beerenburg en dat hij vooraal vaker camperaars op deze wijze kon toelaten op zijn parkeerplaats.

 

Een aanrader dus.

Adres: Hadrians Wall Hotel aan de A6079 in het plaatsje Wall GPS: 55.00.51,3N 2.08.00,2W.

Gereden aantal kilometers 150.

 

 

 

Vrijdag 23 juni 2006.

Ook vandaag begon de dag zonnig. Halverwege de dag werd het bewolkt, maar het is de hele dag droog gebleven..

W hebben onze camperplek verlaten en zijn over de A6079 naar Hexham gereden om via de B6306 over de Blanchland Moor verder naar het zuiden af te zakken. Net buiten Hexham hebben we een kleine omleiding moeten maken omdat we middels borden werden gewaarschuwd voor een brug die maximaal 5 ton kon hebben en niet toegankelijk was voor voertuigen breder dan 6 ft.. Aangezien 6 ft ongeveer 1.80 meter is en de camper 2.25 meter kon dat dus niet. Na deze omleiding kwamen we over een smalle weg , berg afwaarts, inderdaad, voor deze brug uit. Keren kon bijna niet, maar de camper weegt geen 5 ton en met de breedte leek mij het ook nog mee te vallen. Met ongeveer 20 centimeter aan beide zijden vrij van de stenen brug reden wij erover, om meteen na de brug in een scherpe bocht steil omhoog te rijden. Hadden ze ook niets van gezegd op de bordjes. In ieder geval werd de weg hierna weer behoorlijk goed berijdbaar, voor Britse termen in ieder geval. De weg over het Moor is prachtig en na het plaatsje Blanchland zijn we een ongenummerde weg naar Stanhope ingeslagen. Denk niet dat een ongenummerde weg een single track road is of zo, dat is niet altijd het geval.. Dit was een mooie brede weg, maar er rijdt bijna geen verkeer. De weg slingert zich over de heuvels door het heidelandschap en we rijden op een hoogte van 540 meter. Sommige colletjes zijn 17 of zelfs 20%. Pittig, maar gelukkig gaan we zuidwaarts dus naar beneden, althans tot Stanhope, daarna gaat het net zo steil weer omhoog. Maar onze 2,8 ltr motor brengt ons gewoon naar boven. In Stanhope moeten we even een slinger maken, waarom begrepen we eerst niet, maar later bleek duidelijk waarom. Waren we rechtdoor het dorp gereden naar de B6278, dan hadden we de River Wear overgestoken bij een doorwaadbare plaats in de rivier. Maar dat wilde ik onze Rapido niet aandoen, ondanks dat een wasbeurt na 4 weken  reizen wel nodig was.

Halverwege deze B6278, we rijden nu in het North Pennines gebergte, zijn we een ongenummerde weg rechtsaf geslagen richting Middleton in Teesdale, inderdaad, een stadje dat in het dal van de River Tees ligt. Ook dit is een heel leuk streekstadje met van die opvallende winkelgeveltjes in allerlei kleuren en van die huizen die je in de TV serie van Midsummer Murder tegenkomt.

 

 

Als echte Schotland fanaat die ik meen te zijn, komt het u misschien en beetje vreemd voor, maar ik moet eerlijk toegeven dat Engeland ook wat heeft. Ik ben in ieder geval niet geheel ontevreden dat we hebben besloten om langzaam, dat wil zeggen over kleine wegen, naar Harwich te reizen en niet over de Motorways te jakkeren in 1 dag. Zo zien we de pracht en schoonheid ook van dit land, maar dan moet je wel de kleinere wegen nemen en niet de Motorways of de Dual Carriageways (dus niet de M-wegen en niet de A1-A100 wegen)

Na Middleton on Teesdale over de B6276 door het Lune Forrest naar Brough en de A685 naar Kirkby Stephen rijden we over de heuvelachtige B6259 zuidwaarts. Halverwege, tussen het gehuchtje Nateby en Outhgil stuitten we op een prachtige locatie voor een ideale overnachtingsplek. Die wij u niet willen onthouden. Het is een grasveld/weide aan deze weg , waarlangs een riviertje stroomt. Hier lopen paarden en schapen vrij rond en gelet op de vele restanten van kampvuurtjes, wordt hier wel vaker overnacht.

GPS: 54.26.07,2N 2.20.31,6W.

 

 

Wij lunchen hier, maar rijden daarna wel verder, want we wilden vanmiddag nog een wandeling maken bij het dorpje Aysgarth. Dat bereiken we door na de B6259 linksaf de A684 te volgen richting Hawes en na enkele gehuchtjes kom je in een groot gehucht en dat heet Aysgarth. Hier zoeken we de goedkope camping uit ons campingboek op. Deze minicamping zou aan de rivier de Ure liggen en de wandeling zou onder anderen langs de watervallen van de Ure leiden en dat leek ons wel wat., Ondanks dat het Engels is moet ik toegeven, een schitterende plek voor slechts 5 GBP en de mogelijkheid om te lozen .De eigenaresse was druk bezig om het keurige Engelse gazon te maaien, wat volgens mij helemaal nog niet nodig was, maar ik heb geen verstand van gazons.Kennelijk is er een verschil tussen grasveld en gazon.

Terwijl de zon ging schijnen hebben wij de camper geparkeerd op het gazon en staken wij onze voeten in de wandelschoenen. Inmiddels was het 15.40 uur en de wandeling voerde ons langs de rivier, om ons daarna over de zerken van het oude kerkhof langs de te restaureren watermolen en over de brug naar de watervallen te brengen.Een mooie wandeling eerst langs de rivier, daarna door weilanden en langs diverse boerderijen en telkens het uitzicht op Castle Bolton. Gelet op het tijdstip hebben wij dit kasteel links laten liggen en de wandeling vervolgd, totdat wij om 20.00 uur weer bij de camper waren.

Adres: Hestholme Farm aan de A864, komende vanaf Hawes over de A864 door Aysgarth rijden richting Leyburn en nadat u de afslag naar rechts richting West Burton bent gepasseerd doorrijden tot voor de brug een paar honderd meter verderop. Hier moet u linksaf het erf oprijden, dus komende vanaf de ander kant, na het passeren van de afslag naar de B6160 en na de brug, meteen rechts. GPS 54.17.50,0N 1.57.49,0W.

Gereden aantal kilometers 149.

 

 

 

Zaterdag 24 juni 2006

Toen we vanmorgen vertrokken miezerde het een beetje, maar gelukkig een uurtje later  was het droog en kwam de zon er zelfs weer bij.

We reden het laatste stukje door de Yorkshire Dales over de B6160. Meteen even afgeslagen naar West Burton, vlakbij Aysgarth. Dit is een dorpje met leuke huisjes en wat men zegt het mooiste dorpje van de Yorkshire Dales. Zag er leuk uit, net als zo’n mooi bergdorpje wat je in Frankrijk tegenkomt. Klein Supertje, kroegje, snuisterijwinkeltje en huisjes keurig netjes allemaal.

Nog maar net reden we weer op de B6160, werden we opgehouden door een kudde schapen die door een bordercollie en zijn bazin werden opgedreven naar een ander weiland. Hier aangekomen bleken de schaapscheerders al bezig met het ontdoen van de inerjassen van deze beesten. De baas van het spul (het grootste schaap) vertelde ons dat de schaapscheerders meer kosten dan de wol opleverde. De wol is tegenwoordig bijzaak, vanwege de synthetische kleding die wordt geproduceerd. Vraag naar wol is er nauwelijks, maar die beesten moeten wel de jas uit. De schaapscheerders scheren zich wezenloos en ’s middags wacht de volgende schapenboer met zijn kudde.

 

 

Na dit spektakel reden we verder over deze weg richting Skipton. Even later loopt er bij een gehuchtje een pink op de weg die niet van wijken weet. Het eigenwijze beest heeft de hele weg nodig om heuvel op te lopen. Kennelijk ergens uit een weiland ontsnapt. Normaliter laat het langzame verkeer het snellere verkeer even passeren, maar dit koebeest dacht er anders over. Dus in de eerste versnelling er achteraan omhoog totdat  het beest in de berm ging grazen en we er eindelijk voorbij konden rijden.

Verder ging het langs mooie dorpjes zoals Buckden, en Kettlewell. Kennelijk is dit gebied erg in trek bij wandelaars, want overal zie je op deze zaterdag de parkeerplaatsen langs de weg vol staan met auto’s en overal zie je mensen al dan niet bepakt de helling oplopen. Er zijn vele campings in de buurt, vermoedelijk om hier vandaan te gaan wandelen..

Bij Thresfield verlaten we deze weg en rijden linksaf de B6265 op naar Grassington en daarna richting Pately Bridge. Er zijn enkele steile hellingen te nemen, maar dat is allemaal goed te doen. Na Pately Bridge, wat ons een leuk stadje leek, maar waar we helaas geen tijd aan konden besteden., reden we door naar Knaresborough over de B6165.

We merken dat we de Yorkshire Dales verlaten, het wordt allemaal wat minder heuvelachtig.. Na Knaresborough rijden we richting de A1(M1) en gaan over de motorway zuidwaarts.Bij Tuxford verlaten we de A1 en rijden over de A57 naar Lincoln en daarna over de A15 en A16 naar Boston waar we weer een kleine camping opzoeken. We zijn nu weer een stuk zuidelijker beland

De minicamping uit ons gekregen campingboek is wederom een aardige kleine camping met enkele visvijvers. Voor 7 Pond inclusief stroom konden we hier staan. Geen douches, maar verder alle voorzieningen.

Adres: Thorn House, Cowbridge, Boston aan de B1183 aan het einde van de golfbaan rechts over de brug. GPS: 53.00.38,8N 0.01.16,2W

Gereden aantal kilometers 276.

 

Zondag 25 juni 2006.

Alweer een prachtige dag, lekker zonnetje erbij en nadat we toilet en vuilwatertank geleegd hadden zijn we op pad gegaan. Onze laatste dag. Aangezien we nog maar 250 km moesten rijden tot aan Harwich, hebben we over kleinere wegen gereden. Lekker rustig.

Van Boston eerst over de A16 richting Spalding, om dan na 6 mijl de A17 te volgen naar King’s Lynn. De wegen zijn vlak, net als in Nederland Bij King’s Lynn nemen we de A10 en slaan dan af naar de A134, een kleinere weg die deels door het Thetford Forrest gaat. Een hele mooie weg waar we een lekker rustig plekje vinden voor om even koffie te drinken.

We blijven hierna op de A134 naar Bury St.Edmunds. Het landschap wordt weer wat heuvelachtig en we besluiten een nog kleinere weg te nemen en dat wordt de A1141. We slingeren weer over  over de heuvels richting Hadleigh. We komen allerlei kleine gezellige dorpjes tegen, met van die typisch Engelse cottages. Het lijkt net zo’n dorpje als uit de serie van Midummer Morder. Na Hadleigh volgen we de B1070 richting Manningtree en komen de havens van Harwich en Felixstowe in zicht. Het laatste stukje rijden we over de B1352 en komen bij Ramsey op de A120 . Nog een paar kilometer en we zijn in Harwich. Het was 5 uur ’s middags , de zon was verdwenen en het werd hier zelfs een beetje fris. De boulevard was verlaten, zodat we daar een plekje hebben opgezoch met uitzicht op zee, waar we het komen en gaan van de schepen konden zien. Als ex-zeeman trekt dat nog altijd. Met dit uitzicht hebben hier gegeten en omstreeks 22.00 uur zijn we naar de ferry terminal gereden om daar te gaan staan voor de laatste nacht. De laatste ferry vertrekt om 23.30 uur en het wordt toegestaan om daar te overnachten. Toen we daar kwamen stonden er al 4 campers en een auto met caravan, die allen de volgende dag met de ferry mee moesten. We hebben d camper netjes in het rijtje gezet en met de Engelse camperaars voor ons wat gepraat. Ze gingen een weekje naar Nederland, want daar waren ze nog nooit geweest.

Natuurlijk wat informatie gegeven over Nederland, en twee camperkriebels uitgedeeld en zodoende krijg je dus ook informatie terug. Nadat ik verteld had van het Britse Campingboek, waar we zoveel leuke goedkope en kleine campings uit hadden gehaald, beloofde deze camperaars ieder jaar hun oude boek naar mij toe te sturen.  Ik ga natuurlijk niet ieder jaar naar de andere kant van de plas, dus als er lezers zijn die interesse hebben kan ik het boek uiteraard uitlenen.

Toen we daar stonden begon het ook te regenen. Blijkbaar was nu dus echt de tijd

aangebroken om naar huis te gaan.

Adres: Harwich Ferry Terminal.

Gereden aantal kilometers:226

 

Naschrift:

De afgelopen weken hebben we vele kilometers gemaakt, in totaal 4206 kilometer, de dagelijkse kilometers bleven op enkele dagen na beperkt tot 100-150 km per dag. Op deze wijze hebben we een rondreis gemaakt van Harwich, via Zuid-Wales naar Noord Wales, Lake District, West Schotland, Noord Schotland en terug via Zuid Schotland, dwars door de Yorkshire Dales, om uiteindelijk langs Oost Engeland weer naar Harwich terug te rijden. Dit hebben we alles praktisch over lokale wegen gereden, tenzij wij kilometers moesten zoals bijvoorbeeld de laatste dagen.Vanaf Zuid Wales reden we alles over heuvel- en bergland, waarbij we praktisch alleen maar lokaal verkeer tegenkwamen.

Nadat we de Yorkshire Dales hadden verlaten in zuidelijke richting reden we weer over het vlakke land. De dorpen en steden waar we doorheen reden op de lokale wegen waren toch heel anders dan in het noorden van Engeland, Wales en Schotland. Alles is veel drukker hier in het midden en zuiden, van Engeland, veel mensen, veel auto’s en druk op de weg. De huizen staan hier allemaal in rijtjes, de mensen lopen in rijtjes en de auto’s rijden in rijtjes. Erg netjes en gecultiveerd, dit in tegenstelling met wat we de afgelopen weken hebben gezien en meegemaakt. Helaas, we zullen er weer aan moeten wennen om in het gareel te moeten lopen en in de file te rijden. Maar het is wel eens aardig om te zien hoe anders het ook kan zijn in minder drukke gebieden. Als gestresste Westerlingen, waar bumperkleven normaal schijnt te zijn, is het een aardige ervaring om eens kilometers te rijden zonder dat je uberhaupt iemand tegenkomt.

Wij hebben niet alleen genoten van de rust, ruimte, de natuur en mooie uitzichten, we hebben ook genoten van het weer. Het was prachtig, van de vier weken waren drie weken droog, zonnig en warm en 1 week was met bewolking en een tweetal regendagen minder.

Tenslotte willen wij iedereen, die ook van dit land willen genieten zo als wij gedaan hebben, vooral aanraden om niet te twijfelen, maar gewoon te gaan. Nadat ik de afgelopen 35 jaar vele malen in Engeland ben geweest waarvan de laatste 33 jaar alleen al in Schotland, hebben we besloten om een volgende keer weer, te gaan. Daarvoor hebben wij alvast enkele indrukken opgedaan en plaatsen opgeschreven die wij zeker gaan bezoeken.

Mocht u vragen hebben en denkt u dat ik die zou kunnen beantwoorden, twijfel vooral niet om mij te mailen.

Wij wensen u veel plezier met de voorbereidingen.