Reisverslagen

Schotland 2011 en 2014.

In 2011 willen we weer eens naar Schotland. De laatste keer was in 2006 en we willen graag weer een andere deel van Schotland verkennen en onze kennissen opzoeken.  De voorbereidingen doen we al. Eerst organiseren we een Schotlandweekend in maart 2011 voor iedereen die geinteresseerd is. Aanmelden via http://www.camperforum.nl/   en http://www.camperinfoforum.nl/

Zelf wil ik graag naar het eiland Islay en  Jura vanwege de bekende distilleerderijen. We gaan het zien. Ook Raasay lijkt mij een mooi eiland.

Ik ben eerst gaan bekijken waar we met de ferry over wilden. We gaan altijd met de Stena Line van Hoek van Holland naar Harwich. Of we reden in een keer naar Schotland door, of we gingen via kennissen in Wales. Een retourtje met de camper kostte nu 470 Euro inclusief de diesel naar Schotland en terug.

Een andere optie was om Zuid Engeland eens te bekijken, dus eerst naar Duinkerken, met de ferry naar Dover en dan via Zuid Engeland naar Schotland. Een retourtje met de NorfolkLine kost 69 Euro, maar dan moeten we eerst 450 km naar Duinkerken rijden en nog eens 1200 naar Schotland. De diesel in Engeland is straks  omgerekend 1,80 Euro, dus reken maar uit, was ook ongeveer 465Euro.

IJmuiden-Newcastle was ook een optie. Retourtje kost 466 Euro en je bent 1 uur rijden van Schotland vandaan.

Alles op een rijtje gezet en blijkt dat het geen verschil maakt hoe je gaat. Of je gaat meer kilometers rijden en doet er dus langer over, of je betaalt een dure ferry en reist korter, de uitgaven zijn even groot, maar je maakt een keus of je dit aan een feryy besteed of aan diesel.

Wij kozen dit keer voor een relaxte overtocht naar Newcastle om zodoende wat langer in Schotland te kunnen blijven.

De laatste maanden zit ik veel op een Engels camper forum (http://motorhomingwild.forumup.co.uk/index.php?mforum=motorhomingwild )

Behalve dat het een leuk forum is zonder gezeik, staat er ontzettend veel informatie op, on der anderen over plaatsen waar je met de camper kunt staan. Ik deed een oproepje over wandelingen in Schotland en kreeg meteen een hele goede tip:( http://www.walkhighlands.co.uk/ ) Op deze site staan diverse wandelingen op kaart, die je ook kunt uit printen.

Zoals al gezegd wilden we Islay en Jura gaan bezoeken. Bij de site van Calledonian MacBrayne, de eilanden ferry maatschappij ( http://www.calmac.co.uk/ ) ben ik even geschrokken van de prijzen. Een aantal jaren geleden (2002) hebben we een 15 dagen kaart voor de camper gekocht, maar nu ben ik voor een retourtje naar Islay net zoveel kwijt. (165 Euro) Een optie was om de camper bij Kennecraig te laten staan en met de fiets naar Islay over te gaan en dan 2 nachten B&B. Nou leuk hoor, 2 X B&B en de overtocht is net zo duur als de overtocht met de camper. Dus ons huisje op wielen gaat mee, maar we gaan alleen de eilanden bezoeken als het mooi helder weer is, anders doen we dat een andere keer wel. Ik heb al prachtige plekken gevonden, waar je lekker moederziel alleen aan het strand of een baai kunt staan. Heerlijk lijkt me dat.

Van Islay naar Jura is maar 15 minuten varen en ik denk dat we daar een fietsdag van maken. Op het eiland Skye ( via de brug te bereiken) zijn ook veel wandelingen dus daar gaan we waarschijnlijk ook naar toe en dan met de ferry over naar Raasay. Hier wonen niet veel mensen en hier zou je ook een dag kunnen door brengen met wandelen en fietsen.

Voorlopig gaan we verder met de voorbereidingen.

Het Schotland Info Weekend hebben we achter de rug. Het was een geslaagd weekend, 39 campers, in totaal 76 personen en allemaal enthousiast. Daarbij ook nog heel mooi zonnig weer, (wel wat fris) en een mooie omgeving.

Leuke lezingen met veel tips, een whiskyproeverij en ter afsluiting een diner. Het was geweldig en we kregen hele leuke reakties.

20mei 2011                                                                                                                 Het plan tot nu toe is donderdag 26 mei om 09.00 uur aankomen in NewCastle, doorrijden naar Kennecraig aan d westkust en dan over naar Islay. Op internet zag ik dat er ook een festivalweek is op Islay en de Jura Fell Run, een hardloopwedstrijd van 28 km. over de heuvels van Jura. Trekt ook veel bezoekers, weet dus nog niet of we direkt over kunnen met de ferry. We zien wel.

 

 

Woensdag 25 mei 2011                                                                                           Km. stand bij vertrek:  96230

Nadat we gisteren al van huis waren gegaan via kennissen in Anna Paulowna, waar we ook hebben overnacht, zijn we vandaag naar IJmuiden vertrokken. Hier stonden we op tijd in de rij bij de ferry naar Newcastle, maar het duurde nog even voordat we de boot op konden rijden. We stonden lekker in het zonnetje, prachtig weer. Het aan boord gaan ging ook niet zo vlot, dan doen de Grieken toch beter. Daar is alles met een uurtje van en aan boord en hier duurde het twee keer zo lang. We hadden een hut met een 2 persoons bed met zeezicht gereserveerd, nou die stond er dwars in, voor het raam, wat ook nog hoog zat, zodat je op het bed moest kruipen om naar buiten te kunnen kijken. Er was geen stoel of bank waar je op kunt zitten, want dat paste er niet meer in. Het bleek een ouder schip te zijn, die niet echt meer aan de eisen van deze tijd voldoet. Maar ja, ’t is maar voor een nachie. Om 17.45 uur vertrok het schip richting de spiegelgladde zee. Er stond nauwelijks wind. De vooruitzichten voor Schotland waren echter niet gunstig.   We hebben eerst in de bar wat gedronken en daarna aan boord lekkere fish and chips gegeten en later de kooi opgezocht.

Plaats       : Noordzee.                                                                                            Km.stand :96500                                                                                                                                                 Gereden   :  170 km

Ferry in IJmuiden

Donderdag 26 mei 2011.

We werden wakker met een prachtig zonnetje op het licht deinende schip.Na het ontbijt kwam het schip om 09.00 uur Engelse tijd in Newcastle aan. De lucht betrok, maar de zon deed goed zijn best. Wij konden pas als een van de laatste van het schip afrijden, maar dat was niet zo erg, want alle auto’s werden eerst op een parkeerplaats neergezet en toen die vol was konden wij meteen in de rij voor de paspoortcontrole. Bij de douane konden we zo doorrijden, wat ik erg vreemd vond met 5 illegalen Libiërs onder het bed en een stuk of drie in de doucheruimte. Kennelijk kunnen de Britten het illegalen probleem niet meer winnen en laten ze het maar zo.     Onze bitch die in de nieuwe TomTom (TT 950 Live) zit ingebouwd wijst ons feilloos de weg de stad uit. Het links rijden is geen probleem, alsof ik dat al jaren doe. De eerste rotonde neem ik ook goed, dus dat gaat wel lukken de komende 4 weken. Na tig rotondes en een aantal keren voorrang te hebben genomen en een paar Engelsen kwaad achter mij te hebben  gelaten komen we uiteindelijk op de A696 richting Carter Bar, de Schotse grens. Onderweg maken we een koffiestop en genieten van de prachtige omgeving, heuvelachtig,  regenachtig en op de achtergrond mooie wolken en de zon die verderop schijnt.                                                                                                                                                       Ja, het is begonnen met miezeren, maar niet de hele tijd. De hele dag is het afwisselend zeer zonnig en dan weer bewolkt met een paar druppies water.

Om 12.00 uur gingen we bij Carter Bar de Schotse grens over. Er stond ook een oudere doedelzakspeler, die even in de auto aan het schuilen was. Hij vertelde dat het weer aan de westkust niet al te best was. Een reden voor ons om onze plannen te wijzigen. We hadden gepland om eerst naar de westkust te rijden en naar de eilanden Islay en Jura over te steken, maar als het zo slecht weer is doen we dat later wel. We richten ons dus nu op het oosten van Schotland. Even later komen we in Jedburgh, de eerste “grote” plaats in Schotland. Hier bezoeken we het oude huis waar Koningin Mary Stuart  op haar vlucht naar Engeland enkele dagen verbleef . Een stukje Schotse geschiedenis wordt hier weergegeven, best interessant. Nadat ze naar Engeland was gevlucht is ze daar gevangen genomen en door haar nicht , de koningin van Engeland, ter dood veroordeeld.

We stonden geparkeerd op de parkeerplaats voor de ruïnes van de Jedburgh Abbey. Volgens een Brits forum (http://www.motorhomingwild.forumup.co.uk/) zou je op deze parkeerplaats mogen overnachten. We zien hier  ook enkele campers staan.   Het is echter nog vroeg, dus we gaan eerst nog een stukje rijden. De volgende plaats is Melrose en op de parkeerplaats bij de Melrose Abbey  zou je ook kunnen staan. Dit vonden we niet echt een goede plek.  Vijf jaar geleden stonden we echter op een plekje aan de River Tweed bij een Survival club, maar nu hadden ze hun parkeerplaats afgezet, zodat we er niet konden staan. We reden verder en zoeken we Smailholm Tower op, maar door een wegomlegging raken we het spoor bijster. Uiteindelijk gaan we weer terug naar Jedburgh en hier blijken alle campers verdwenen te zijn. Op de plaatselijke camping kon je ook staan en hier zou de prijs voor een overnachting £7,=  bedragen. Toen we daar kwamen was de prijs opeens £19,50 omdat we geen lid waren van de Carvanning and Camping Club (the friendly one) anders was het £16 zonder stroom. Vast staat dat we geen lid worden van deze “on”vriendelijke club.

We zijn dus op de parkeerplaats van Jedburgh gaan staan. En hebben daar rustig kunnen overnachten. In het begin van de avond was er wat overlast van jeugd die met hun opgetutte autootjes met lawaai uitlaten aan het raggen waren, maar ach dat viel wel mee.

Plaats:  Jedburgh                                                                                                          Positie: 55.28.37,7N   2.33.09,52W                                                                                                 Km.stand: 96715                                                                                                       Gereden:  215 km 

Vrijdag 27 mei 2011.

Toen we wakker werden was het prachtig weer, hele stukken lucht onbewolkt, maar later betrok het toch weer. Het is echter het grootste deel van de dag droog gebleven. We zijn weer naar Melrose gereden, omdat hier een wandeling was die ik ergens in een Schots tijdschrift gevonden heb. Nadat we de camper geparkeerd hadden zijn op pad gegaan. Een mooie wandeling, de berg op en dan langzaam afdalend over paadjes met aan weerszijden de bloeiende gele brem. Prachtig gezicht en een mooie wandeling. Niet te lang voor de eerste keer. Daarna zijn we nog even door het stadje Melrose gelopen. De Melrose Abbey hadden we 5 jaar geleden al bezichtigd, die lieten we nu dus voor wat het was.

Na Melrose hebben we in Galashiels bij een grote Asda inkopen gedaan en getankt. Onderweg zagen we dat de dieselprijs £1,40 was, hier slechts £1,36 (komt overeen met ongeveer € 1,63) Bij de grote supermarkten is het dus en stuk goedkoper. Na Galashiels hebben we de A72 gevolgd die door het mooie glooiende Tweed Valley gaat.. Een heel mooi dal vooral met het prachtige weer dat we hebben. Na Peebles rijden we over de A703 en komen buiten Edinburgh op de rondweg A720 die we in westelijke richting volgen.

We willen de Falkirk Wheel gaan bezoeken en daar overnachten,. Ik had Falkirk op de TomTom ingevoerd en die leidde ons via de M9 en M876 er naar toe. We kwamen bij de Falkirk Wheel terecht, maar deze parkeerplaats leek niet op de overnachtingsplek die in ons boekwerk stond. Later zagen we dat er nog een parkeerplaats was aan de andere kant  van The Wheel, en daar stonden inderdaad campers.

De Falkirk Wheel is een ingenieus bouwerk, dat twee kanaalgedeelten met elkaar verbindt en een hoogte van 35 meter overbrugt. Deze kanalen zijn niet al te breed, slechts geschikt voor de bekende narrowboats. Toen het kanaal was gegraven rond 1865 waren hier in Falkirk 13 sluizen om deze hoogte te overbruggen. Het kanaal en de sluizen waren in verval geraakt maar zijn later weer opgeknapt en bevaarbaar gemaakt. De Falkirk Wheel was de laatste schakel in de verbinding. Je kunt nu van Edinburgh via Falkirk naar Glasgow varen.

De Falkirk Wheel is een bak waar je invaart en die daarna afgesloten wordt. De bak heeft aan de onderzijde een aantal wielen die aan de voor- en achterkant in een groot wiel draait en hierdoor horizontaal blijft, net als de gondels in een reuzenrad.

35 meter hoger, waar het kanaal verder gaat is er precies zo’n bak. Als de ene bak water met een schip er in naar boven draait, gaat het andere naar beneden. In het visitor centre wordt het hele systeem uitgelegd. Boven gekomen, vaar je de bak weer uit en vaar je het  kanaal verder op. Even later vaar je trouwens ook door een tunnel van 180 meter, voordat je bij de volgende sluizen komt. Het leek ons ontzettende leuk om ook eens met een bootje door deze kanalen te varen. In het visitors centre vind je veel informatie over de kanalen van British Waterways. Nadat we verschillende foto’s hebben gemaakt zijn we terug naar de camper gegaan en naar de parkeerplek aan de andere kant van het kanaal gereden. Hier bleken de andere campers te zijn vertrokken. Zou je hier dan toch niet mogen staan? Bij het hek stond namelijk een bord dat het hek gesloten werd om 20.00 uur. Toch maar even navraag gedaan, want ik wil niet om 20.00 uur weggestuurd worden en dan nog en andere parkeerplaats moeten opzoeken. Bij de info vertelde men dat je hier inderdaad mocht overnachten. Kostte wel £10,=, maar je kon  dan ook gebruik maken van de douches en toiletten. Aangezien we niet wilde verkassen zijn we hier toch maar gebleven. Inmiddels was het ook beginnen te waaien en regenen en hadden we gelet op het tijdstip geen zin meer om verder te rijden.

Plaats:       Falkirk Wheel.                                                                                  Positie: 55.59.58,4N 03.50.19W                                                                                                    Km.stand: 96870                                                                                                                                       Gereden:  165 km

Zaterdag 28 mei 2011.

Het heeft vannacht behoorlijk geregend en toen het vanmorgen droog was zag je van die mooie grote witte wolken tegen een blauwe lucht. Even later begint het dan te regenen en na 10 minuten straalt de zon weer. We hebben een korte wandeling gemaakt door de tunnel en naar de volgende twee sluizen. Daarna nog even naar het visitors centre om wat info te halen over de narrow boats. Hier bleek een boekingskantoor te zijn waar ik wat folders kreeg van de diverse verhuurbedrijven. Je kunt bij de Falkirk Wheel inschepen en vandaar uit in 2 dagen naar Edinburgh en in 2 dagen naar Glasgow varen. In Edinburgh lig je midden in de stad. Op mijn vraag waar ik dan de camper kon laten als ik in de toekomst hier een keer zo’n boot ging huren, vertelde men  mij dat je van hun een parkeerkaart kreeg voor dezelfde parkeerplaats waar wij vannacht hadden gestaan. En prompt kreeg ik twee parkeerkaarten. Balen dus, had ik gisteren moeten weten. Dus wil je bij de Falkirk Wheel overnachten, eerst info vragen bij het boekingskantoor en dan een parkeerkaart vragen.

Na de koffie zijn we in de regen verder gereden. Een stukje M80 naar Stirling en dan bij Bridge of Alan  eraf. Hier had ik een wandeling uitgezocht, maar gelet op de regen bedankten wij hiervoor.

Via Dunblane zijn we over de A8033 in noordelijke richting gereden  en dan over de A822 via Crieff naar Dunkeld. Hiervandaan en stukje over de A9 en we stoppen in Pitlochry om een beetje de toerist uit te hangen. Er zijn hier diverse leuke winkeltjes, onder anderen Robertson, waar ik iedere keer als ik hier kom miniatuur flesjes whisky koop voor de verzameling. Tot mijn grote verbazing hadden ze hier voor een redelijke prijs ook twee verschillende flessen Malt whisky voor  £30,= die ik niet kon laten staan. (omgerekend €18 per fles) Geen miniatuur flesjes dit keer dus.

Na Pitlochry zoeken we de A8019 op, die langs de Queens Vieuw gaat. Queen Victoria had tijdens haar bezoek aan dit gebied hier vandaan een mooi uitzicht en daar hebben ze nu gebruik van gemaakt. Er is een Visitors centre van de Forrestry Commission en op de parkeerplaats mag je overnachten. We rijden echter verder, want we wilden overnachten bij Rannoch Station aan het eind van Loch Rannochl aan de doodlopende weg. Nadat we eerst langs Loch Tummel rijden komen we bij Tummel Bridge op de B846 en even later bij het gehucht Kinloch Rannoch. Een prachtige weg ondanks dat het af en toe regent. Mooie vergezichten in het verlaten Schotse landschap.  In de gedeelten dat je door het bos rijdt zien we langs de weg verschillende bomen die zijn omgewaaid en daarna door midden gezaagd, kennelijk om de weg weer vrij te maken. Het heeft hier behoorlijk gewaaid zo te zien. Langs de kant aan het water zien we verschillende plekken waar je met de camper zou kunnen overnachten, maar aangezien het hier al een aantal dagen heeft geregend is het erg modderig. We rijden verder langs het Loch Rannoch en als het meer ophoudt komen we na nog eens 5 mijl rijden terecht bij Rannoch Station, een gehucht met treinstation. Dit gehucht telt een hotelletje met restaurant, vier huizen en het station. Deze spoorlijn, aangelegd in 1865 loopt van Glasgow naar Mallaig en voor het grootste gedeelte door het verlaten Rannoch Moor. Toch heeft men vroeger gemeend om hier een station aan te leggen. 5x per dag komt hier een trien voorbij, drie keer heen en 2 keer terug. Vlakbij het station zien we aan de kant van de weg opeens een hert staan. Hij kijkt ons wazig aan en nadat hij op de foto is gezet verdwijnt hij weer.

Volgens ons boekwerk met “wilding places” zou je hier kunnen staan. We zagen echter achteraan op  het minst hellende deel van de parkeerplaats een bordje staan “No overnight parking”. 20 meter terug stond geen bordje, dus daar mag het naar mijn idee wel en hier hebben we de camper ook neergezet. Het regende, het was inmiddels 19.30 uur, dus wie stuurt hier nou iemand weg? Er was trouwens ook niemand te zien.

Plaats:        Rannoch Station.                                                                                                Positie: 56.41.06,4N 04.34.35,5W                                                                                        Km. stand:  97060                                                                                                     Gereden:    190 km. 

Zondag 29 mei 2010.

Toen we wakker warden miezerde het behoorlijk, maar na het ontbijt zijn we toch gehuld in regenpak een stuk gaan wandelen. Pak aan en natuurlijk, prachtig zonnig weer. We hebben een stuk langs de weg gelopen en zagen we de ruïnes van een aantal woningen in het veld langs een woest kabbelend beekje. Altijd leuk om daar eens te kijken. Stond daar ook nog één of andere grote roestige kookpot met een doorsnede van zo’n 80 cm. Ook het station hebben we nog nader bekeken. Er was hier zelfs nog een tearoom die in de zomermaanden kennelijk nog wordt gebruikt. Er zullen hier dan veel wandelaars komen, want er zijn diverse wandelroutes. Hier vandaan loop je  oa.dwars over het gebergte (lag nu nog sneeuw zagen we) naar Glencoe. Wegen zijn hier verder niet.

Na de koffie rijden we dezelfde weg weer terug, want een andere keus hebben we niet. Bij Bridge of Gaur komen we weer bij Loch Rannoch, maar rijden nu aan de zuidkant van dit meer. Een smalle weg, met prachtig uitzicht over het meer. We zoeken een mooi plekje aan het meer, want vandaag willen we niet veel rijden. Als we aan het meer staan steekt af en toe de wind behoorlijk op en de camper schudt behoorlijk. Met dit prachtige uitzicht zitten we lekker te luieren, boekje lezen, verslag maken etc. Af en toe rijdt er een auto langs, verder is er alleen maar rust. Om 16.00 uur rijden we verder naar Kinloch Rannoch, een dorpje tussen de twee Lochs, waar we gisteren een mooi overnachtingsplekje hadden gezien bij een Health Centre.

We komen nu echter van de andere kant het dorp binnen rijden en zien dat op de zuidoever van het Loch Rannoch een prachtig  plekje is om te gaan staan. Omdat de sterke wind hier echter pal op staat, besluiten we hier toch maar niet te gaan staan, maar zoeken de parkeerplaats bij het Health Centre op.

Plaats:       Kinloch Rannoch.                                                                                           Positie: 56.42.01,4N 04.11.29,1W                                                                                    Km.stand: 97086                                                                                                        Gereden:   26 

Maandag 30 mei 2011.

Vandaag zijn we weer op pad gegaan en over dezelfde weg terug naar Pitlochry. We hebben af en toe miezerregen gehad, maar ook van die prachtige witte wolken tegen een bergachtige achtergrond. Bij Pitlochry nemen we de A924 via Dalnavaid naar Kirkmichael, een klein dorpje aan de rivier de Ardle. Bij de plaatselijke garage waar ook diesel te verkrijgen is en een klein winkeltje is, vragen we of we wat water mogen innemen tegen betaling. Water nemen mocht wel, betalen niet. We hebben daar dan ook maar diesel getankt tegen € 1,45 de liter. Even verderop in het dorp bij een parkeerplaats wat en ideale overnachtingsplaats zou zijn hebben we brood gegeten. Daarna zijn we weer verder gereden, maar nu over de B950 en na een paar  kilometer komen we op de A93. Hier gaan we noordwaarts, klimmen omhoog en na Spittal of Glenshee en de Devil’s Elbow, twee skigebieden, rijden we door het mooie dal Glen Clunie naar Braemar. Op de parking bij het politiebureau of bij de Tourist Information kun je met de camper staan. Bij het Touristen bureau koop ik een boekwerkje met wandelingen in de buurt. Hierna rijden we naar de doodlopende weg richting Linn of Dee. Een mooie weg langs de River Dee. Hier en daar een paar huisjes bij Inverey en opeens zien we langs de kant van de weg een vijftal herten. Linn of Dee is een smalle kloof waardoor de rivier de Dee zich perst. Spectaculair om te zien. Er is hier na de brug een grote parkeerplaats waar je kunt staan. De weg vervolgt langs de andere kant van de rivier naar Allanaquoich, waar de weg eindigt, maar daarvoor kunnen we al niet verder. Bij een parkeerplaats staan veel auto’s van wandelaars en mountainbikers. Het is een ideaal gebied voor wandelen en fietsen. We rijden dezelfde weg terug en zoeken de parkeerplaats naast de weg bij Inverey op. Tegenover een paar huizen leek ons dit een mooie overnachtingsplaats. In het avondzonnetje zitten we te genieten van deze prachtige plek.

Plaats:       Inverey.                                                                                                     Positie:56.59.07N 03.30.00W                                                                                          Km.stand: 97212                                                                                                      Gereden:  126 km

Dinsdag 31 mei 2011.

Stonden we gisteravond nog lekker in het zonnetje, dan sta je de volgende morgen natuurlijk verkeerd en in de schaduw. De zon schijnt , dus na het ontbijt gaan we terug naar Braemar en zetten de camper op de parkeerplaats neer. We trekken de wandelschoenen aan een wandeling om Creag Choinnich, een heuvel waar vandaan je een heel mooi  uitzicht hebt. We wandelen door een prachtig bos. Onderweg hebben we uitzicht op Invercauld House, waar de plannen voor de Jacobite Rebellion (de Schotse opstand van 1745) werden gesmeed.

Na de wandeling rijden we verder over de A93 richting Balmoral. Hier staat het zomerverblijf van de Engelse Koninging en het is er vreselijk druk et bezoekers. Iedereen wil kijken waar zij woont, maar wij zijn niet geïnteresseerd en rijden verder naar Ballater een klein plaatsje. Omdat het nog vroeg is rijden we eerst de doodlopende weg naar Loch Muick door het gelijknamige dal. Een mooie route en opeens staan we oog in oog met een drietal herten die heerlijk in het zonnetje liggen te luieren. Even later zien we op wat grotere afstand wel 15 herten die bij de rivier staan te drinken. Bij het Loch Muick is een grote parkeerplaats en van hieruit zijn er diverse wandelingen te maken.

Omdat je daar niet mag overnachten gaan we terug naar Ballater.. We zien op de kaart dat er onderweg in het dal nog een gehuchtje Aucholzie is. We slaan af, rijden over een zeer smalle weg naar beneden en nadat we een scherpe bocht naar rechts hebben genomen staan we ineens in een bocht voor een smalle kleine brug. We proberen toch maar niet om de brug over te steken, maar kunnen geen kant op. Achteruit rijdend vinden we een oprit van de een woning waar we net in kunnen draaien. Daarna maar weer de bult op richting de iets bredere single track road. In Ballater gaan we staan op de parkeerplaats achter de kerk. Lekker in het zonnetje.

Plaats:       Ballater.                                                                                                         Positie: 57.02.56,6N 03.02.19,4W                                                                               Km.stand:  97274                                                                                                        Gereden:   103 km. 

Woensdag 1 juni 2011.

Bij het wakker worden is het buiten grauw en grijs, maar droog.  We gaan dus snel op pad richting de Speyside, het whiskygebied. We rijden over de A939 richting Tomintoul. Bij het begin van deze weg staat er een waarschuwingsbord dat er verderop een brug is waarbij lange voertuigen problemen kunnen krijgen omdat de knik in de brug hoog is. Daar aangekomen krab ik me inderdaad even achter de oren, maar Liesbeth stapt uit en kijkt of we niet met de gastank die onder de auto hangt, het wegdek raken. Alles gaat (weer) goed en we rijden verder en de weg gaat nu in rap tempo omhoog. We rijden boven de bomengrens en het waait verschrikkelijk. Bij Coinabaichin slaan we linksaf de A939 op en passeren weer een bultje van 20%. Vlak voor Tomintoul, dat het hoogst gelegen plaatsje van Schotland zou zijn, vinden we een picknickplek waar we koffie gaan drinken. Het is een prachtige plek om hier te overnachten, er staat zelfs al een camper, dus deze plek voegen we toe aan onze lijst voor een volgende keer.

In een touristeninfo zag ik een advertentie van “the whisky Castle” en daar zou men 500 verschillende whisky’s hebben. Daar wilde ik natuurlijk wel even een kijkje nemen. Een klein winkeltje die inderdaad een heleboel whisky’s had. Ook de “gewone”merken, maar vooral hele bijzondere en de meeste waren “single cask” whisky’s. Aangezien de gezellige eigenaar van deze winkel een heleboel kennis over whisky had, kwam ik weer wat meer over whisky te weten. Als de whisky na een aantal jaren gebotteld wordt, dan worden de flessen niet uit één vat gevuld, maar meerdere vaten gaan tegelijk in een groot vat en de smaakmeester bepaald  wanneer de smaak overkomt met de standaard smaak van die distilleerderij en dan worden de flessen gevuld. Vaak bevat de whisky uit het vat ook teveel percentage alcohol, wat naar beneden moet worden gebracht. Single Cask whisky is whisky die wel uit één en hetzelfde vat komt, maar waarbij wel het alcohol percentage is teruggebracht naar 40 of 43 %. Single Cask Strength is de onverdunde whisky uit één vat.

Ik heb een paar whisky’s geroken en slechts een tweetal een klein nippertje geproefd, want we wilden ook nog verder rijden. Ik mocht nog wel meer proeven, maar helaas. Uiteindelijk heb ik maar een whisky gekocht, een Coal Ila uit 2000. Er waren wel whisky’s die ouder waren en zelfs van distilleerderijen die niet meer bestaan, maar die waren ook prijzig.

Na Tomintoul rijden we over de B9008 naar GlenLivet en bezoeken hier de gelijknamige distilleerderij. We kunnen meteen aansluiten voor een rondleiding door de distilleerderij, maar hij is niet in produktie vanwege onderhoud wat 1x per jaar gebeuren moet. Deze produktie hal is net 1 jaar oud. We krijgen een mooie uitleg van de gids en aan het eind een dram. Er was de keus tussen de gewone 12 jaar oude,  een speciale cask strength en een 18 jaar oude.

De 12 jaar oude heb ik thuis, dus dat werd de cask strength en Liesbeth nam de 18 jaar oude. Die was het lekkerste van de twee vond ik, want Liesbeth drinkt geen whisky dus moest ik er aan geloven. Daarna ga je via de winkel naar de uitgang. In de winkel zijn natuurlijk die whisky’s te koop die je al geproefd hebt, maar allen te duur. 60 pond voor een flessie is heel wat. Er stond ook een 15 jaar oude te koop voor een redelijke prijs, alleen had ik die niet geproefd. Even later wel en daarna was de keus niet moeilijk meer. Aangezien je bij andere distilleerderijen 4 a 5 pond moet betalen voor de rondleiding en hier niets, heb ik dit geld in een 15 jaar oude geïnvesteerd.

Daarna hebben we eerst maar even wat gegeten want van whisky proeven krijg je trek.

Na GlenLivet rijden we over de B9009 door het Glen Rinnes naar Dufftown. Vanuit dit stadje gaat ook de stoomtrein richting Keith en retour, maar helaas alleen op vrijdag, zaterdag en zondag, dus dat is misschien voor een andere keer.

Na Dufftown  over de A941 via Craigellachie  naar Rothes waar de Glen Grant distilleerderij staat. Hier kon je op de parkeerplaats overnachten, dus ik dacht dat mooi te kunnen combineren, zodat ik na het proeven niet verder hoefde te rijden. Helaas mocht je hier niet meer overnachten, dus na het bezoek aan deze distilleerderij (inmiddels in het bezit van een Italiaans drankenmerk) zijn we verder gereden en vonden een plaats om te overnachten in Aberlour aan de rivier de Spey en achter het kerkhof. Lekker rustig  en in het zonnetje.

Plaats:       Aberlour.                                                                                                Positie:  57.28.11,7N 03.13.46,3W                                                                                Km.stand:  97377                                                                                                    Gereden:   126 km. 

Donderdag 2 juni 2011.

We werden wakker door een paar zonnestralen die de camper binnendrongen. Bleek de zon uitbundig te schijnen aan een strak blauwe lucht.

Ik heb eerst het reisverslag wat bijgewerkt, voordat we na de koffie terugreden naar Craigellachie. Hier was DE vaten makerij van Schotland en uiteraard was dat te bezichtigen. Je kon middels een videopresentatie eerst zien hoe het proces was en daarna kon je van bovenaf de vatenmakers bezig zien. Hier worden zowel nieuwe vaten gemaakt als gebruikte.

De meeste distilleerderijen gebruiken gebruikte  Amerikaanse Bourbonvaten. De Amerikaanse wet zegt dat de Bourbonvaten slechts 1 keer gebruikt mogen worden voor de Bourbon. De Schotten kunnen dus goedkoop aan deze vaten komen, want de Amerikanen kunnen er niets mee. In Amerika worden de vaten uit elkaar gehaald en per vat op pallets opgestapeld en geseald. Daarna worden ze verscheept naar Schotland en hier in Craigellachie weer in elkaar gezet, van binnen gebrand en vloeistofdicht gemaakt. De Bourbonkleur die nog in de vaten zit geeft de whisky die er later in komt de kleur en de speciale smaak. Zo komen er ook sherryvaten uit Spanje die hier weer in elkaar worden gezet. De vatenmakers werken als gekken. Iedere vatenmaker doet het gehele proces. Vat in elkaar zetten, branden, vloeistof dicht maken, afwerken, etc. Ze krijgen niet per dag of uur betaald, maar per vat. Wie hard werkt, verdient dus meer. Lijkt me heel eerlijk. Het geklop en gehamer is ook de hele tijd te horen. Heel interessant om dit proces te zien, vooral omdat je weet wat voor lekkers er in bewaard gaat worden voor een aantal jaren..

Na Craigellachie ( spreek uit Krakelakki) zoeken we de A95 weer op richting Marypark, waar we, nadat we de distilleerderij van Aberlour en  GlenFarclass voorbij zijn gereden, de River Spey oversteken. Daarna volgen we de River Spey over de B9102 en komen zo in Grantown-on-Spey.

Nadat we even hebben geshopt rijden we verder over de A95 en even later bij Dulnain Bridge nemen we de A938 via Duthil naar de A9. De A9 is de hoofdweg die van Stirling via Perth en Inverness naar John O’Groats in het noorden gaat. We rijden een stukje in noordelijke richting en gaan er dan voorbij Slochd Summit (het hoogste punt van dit “gebergte”) af en via een parallelweg naar Tomatin. In dit kleine dorpje vinden we bij het buurthuis en sportaccommodatie een plekje om te overnachten.

Plaats:       Tomatin.                                                                                                           Positie: 57.19.58,4N 03.59.21,1W                                                                                   Km.stand:  97453                                                                                                    Gereden:   76 km.

Vrijdag 3 juni 2011.

Vandaag zijn we eerst naar Inverness gereden.  Net buiten Tomatin sreden we voorbij de gelijknamige distilleerderij. Aangezien het nog vroeg was, was deze nog niet geopend. Kort daarop kwamen we op de A9 en reden in noordelijke richting naar Inverness. Op loopafstand van het centrum, aan de zuidkant van de rivier de Ness vonden we een parkerplaats bij de Tesco supermarkt. Hier kon je 3 uur staan. In Inverness heb ik eerst mijn kilt weggebracht naar de stomerij. Na 25 jaar mag die wel eens gecleand worden. Daarna bij een winkel enkele rieten gekocht voor mijn doedelzak en op zoek naar nieuwe Ghillie Broques (speciale schoenen die horen bij mijn uniform. De Broques die ik wilde hebben hadden ze niet in mijn maat, dus naar de volgende winkel. Helaas, in Inverness niet te krijgen, althans niet met rubberen zool. Nadat we bij de Tesco ook gewone boodschappen hadden gedaan, zijn we verder gereden en waren we om 16.00 uur bij Magbrins Nursery. We hadden hier via het forum afgesproken, want er zou dit weekend een Motorhome Gathering zijn. Daar aangekomen stonder er pas 3 campers en later kwam er nog eentje bij. Margareth  heeft samen met haar man een kruiden kwekerij annex theeschenkerij in een voormalige school, waar ze ook allemaal streeksprodukten verkoopt. We worden welkome geheten en krijgen een lekkere kop kruiden thee. Het is prachtig weer , bijna onbewolkt en we zitten lekker in het zonnetje te genieten van het mooie uitzicht om ons heen. Vanavond waarschijnlijk BBquen.

Plaats:      Croachy .57.19.50N 04.13.18W                                                                         Km.stand: 97523                                                                                                         Gereden:  70 km.

 

Zaterdag 4 juni 2011.

Vandaag een lekkere rustige dag, beetje kletsen met de andere camperaars en ’s middags hebben we een wandeling gemaakt naar Loch Rutven, waar zeer bijzondere eenden schijnen te broeden, althans volgens de informatie. ’s Avonds weer BBQen en iedereen had wat lekkers klaargemaakt, salade of cake, het was er allemaal.. Margareth had gevraagd of ik wile doedelzakspelen, dus ook een halfuurtje herrie gemaakt. Vonden ze allemaal wel leuk. Het weer begon deze dag bewolkt, maar het was droog en tijdens de BBQ zaten we alweer in de zon.

Zondag 5 juni 2011.

Vandaag ook weer een deels bewolkte dag. Om 12.00 uur gingen we met een 8 persoons busje naar het plaatsje Dores aan het Loch Ness waar een goed restaurant was. Daar zouden we de lunch gaan gebruiken. De weg er naar toe was mooi, kon ik goed om me heen kijken omdat ik niet hoefde te sturen. In de middag heb ik samen met camperaar Tony de kop en het gewei van een hert opgehaald die langs de kant van de weg lag. Beest had kennelijk een aanrijding niet overleefd, maar had een mooi gewei. Aangezien ik de kop niet mee kon nemen in de camper (wat een lucht) heb ik gevraagd of Angus (de man van Margareth) dit gewei wilde hebben.

Dus gewapend met schep en plastic zak naar de plaats van het ongeval gefietst, de kop met gewei van de romp gehakt en in de plastic zak meegenomen. Daarna hebben we een kuil gegraven en de kop met gewei begraven, dus na een jaartje of 2 dan is het vlees er wel af en heeft Angus een mooie kop met gewei voor boven de deur. En anders graaf ik hem over een jaartje of 2 a 3 wel weer op voor thuis. 

 

Maandag 6 juni 2011.

De dag begon erg zonnig, maar later betrok de lucht weer helemaal.  Na afscheid te hebben genomen van de Engelse en Schotse camperaars zijn we op pad gegaan. Eerst naar Inverness om nog een aar boodschappen te doen bij de Tesco supermarkt en daarna via de A9 naar de A832 in de richting Achnasheen. Nadat we de drukte van Inverness en de A9 achter ons hadden gelaten, reden we nu weer op een rustige weg door het Strath Bran. Bij Achnasheen (niets meer als en station en een paar huizen, blijven we de A832 volgen en hier is deze weg deels een single track road na Kinlochewe. Voorbij Talladale stoppen we even om bij de Victoria Falls te gaan kijken, maar worden door de midges snel  weer de camper ingejaagd. Kort hierna is de weg weer een single track met passing places en met een gangetje van 40 km per uur rijden we verder door een geweldig mooi en stil gebied. Voordat we Gairloch bereiken slaan we linksaf en rijden nu over een geweldig mooi doodlopend weggetje langs kleine plaatsjes die aan Loch Gairloch liggen zoals Shieldaig, Badachro en Port Henderson. Overal inhammen aan de kust en schilderachtige huisjes. Even later gaat deze weg langs de kust en rijden we door gehuchtjes als Opinan en Red Point.. Red Point is het eindpunt van de weg en hier stoppen we even om een wandeling over het strand te maken. Inmiddels was het prachtig zonnig weer geworden en dan is het ook weer warm. De naam heeft dit punt waarschijnlijk te danken aan de rode zandstranden die je hier veel ziet. Na de wandeling keren we weer terug en zoeken bij Opinal een plekje langs de kant van de weg tussen de grazende schapen en lammetjes met het uitzicht op het strand. Aan de overkant zien we op een afstand van 25 km.het noorden van het eiland Skye liggen.

Plaats:       Opinan.                                                                                                           Positie: 57.41.13N 54.47.00W                                                                                       Km.stand:  97677                                                                                                             Gereden:   154 km

Dinsdag 7 juni 2011.

Vanmorgen werden we wakker met regen. De wolken hangen laag en Skye is niet meer te zien. We vertrekken vroeg, want we willen naar Poolewe om daar een wandeling te gaan maken. We rijden deze doodlopende weg weer terug naar de A832 en gaan dan richting Gairloch. Onderweg regent het de hele tijd en ook als we bij Poolewe zijn houdt het niet op. We besluiten een stukje door te rijden, want bij het volgende plaatsje aan de A832, Aultbea zou de kleinste distilleerderij van Schotland zijn.

Het betreft de Loch Ewe Distillery, gelegen op een heuvel naast een hotel. De hotel eigenaar, een liefhebber van whisky wilde zijn eigen whisky stoken op de traditionele manier  in een distilleerketel van 150 liter. Uiteraard moet je daarvoor een vergunning hebben, maar ook een distilleerketel van minimaal 1800 liter inhoud. De man heeft deze ketel aangeschaft en in de schuur geplaatst en distilleert zijn whisky in de ketel van 150 liter. Hij distilleert niet voor de massa verkoop, maar puur voor zijn hotelgasten en voor de bezoekers van de distillerderij.

Het hele proces is precies hetzelfde als de grootste distilleerderijen, maar hij gebruikt kleine vaten, waarmee vroeger ook gesmikkeld werd, dus tot maximaal 50 liter. Hierdoor hoeft de whisky ook niet zo lang te rijpen en dat gebeurde vroeger (toen alles nog illegaal was) ook niet. De produktie is erg kleinschalig en omdat er niet 3 jaar gerijpt wordt op vaten, mag het ook de naam whisky niet hebben.

Na het bezoek aan deze grappige distilleerderij zijn we weer terug gereden naar Poolewe om te wandelen, omdat het inmiddels weer droog was geworden, behalve toen we de wandelschoenen aan hadden. In de motregen zijn we toch maar vertrokken voor onze wandeling rond Loch Kernseray. Zodra we van de doorgaande weg af waren liepen we al gauw over een rotsachtig gedeelte langs een berg. Als een berggeit klimmen we omhoog en dan weer omlaag tot we aan het Loch Kernsary komen. Het pad slingert over de rotsen langs dit meer en het laatste gedeelte voor we in Kernsary is door de vele regen erg drassig. Bij dit gehucht zien we opeens een stuk of 30 herten lopen en denken eerst dat het tamme herten zijn. Als ze ons zien schieten ze weg de heuvels in. We lopen nu over een zandpad en dat loopt wat beter als over de stenen van het bergpad. Na nog een uurtje lopen zijn we weer terug op de parkeerplaats en hebben we 10 km gedaan.

We gaan weer rijden en vervolgen de A832 verder in noordelijke richting. We rijden eerst langs Loch Ewe, dan Gruinard Bay en tenslotte Little Loch Broom. Bij  de Corrieshalloch Gorge, een kloof tussen twee bergkammen, stuitten we op de A835 en gaan linksaf naar Ullapool. Hier mag je nergens overnachten, dus rijden we verder. Het is inmiddels 18.00 uur, dus een plekkie is wel gewenst. Bij Drumrunie verlaten we de A832 en gaan linksaf over een niet genummerde weg richting Reif en Achiltbuie. Dit zijn twee van de vele gehuchtjes die langs deze weg liggen, waarvan de meeste niet eens een kerk hebben. Bij BAdnagyle gaan we rechtsaf naar Lochinver. Deze weg heb ik enkele jaren geleden ook al eens gereden. Je wordt gewaarschuwd dat deze weg niet geschikt is voor voertuigen langer dan 7.50 meter. Aangezien onze camper 6.88 meter langs is, zal dit dus moeten kunnen. Op een schitterende weg, niet breder dan een fietspad rijden we bultje op bultje af via Inverkirkaig naar Lochinver. In Lochinver zien we overal bordjes staan “No Overnight Parking”dus besluiten we verder te rijden naar Clachtol, waar een voormalige camping gebruikt wordt door kampeerders. Dus rijden we na Lochinver over de B869 . Ook deze weg is een prachtige Single Track Road. Vlak voor Clachtol zien we een bord staan van de Clachtol Campsite en vrezen het ergste. Inderdaad, de camping is weer helemaal opgetuigd. De eigenaar vertelt ons dat hij de vervallen camping heeft opgekocht en weer heeft opgebouwd. Aangezien we voor deze simpele parkeerplek 14 pond moesten betalen zijn we doorgereden en vonden we vlakbij de Point of Stoer aan het eind van een doodlopende weg  een strandje en op het gras een ideale overnachtingsplaats. Het was inmiddels 20.00 uur en ondanks de regen hadden we een fantastisch uitzicht overhet strandje, de zee en de rotsen.

Plaats:      Culkein.                                                                                                           Positie: 58.14.38,1N 05.20.39,8W                                                                               Km.stand: 97868                                                                                                         Gereden:  189 km. 

Woensdag 8 juni 2011.

Met prachtig zonnig weer en een blauwe lucht verlaten we deze schitterende plek. Meteen na Culkein zien we een 5-tal herten langs de kant van de weg lopen. Schitterende beesten om die zo in het wild te zien. Als we na een paar kilometer weer op de B869 komen gaan we linksaf richting Drumbeg. Dit weggedeelte kenmerkt zich door de vele op- en afdalingen , soms 25%. Een schitterende weg en nadat je weer boven op een bult bent gekomen heb je weer een andere fascinerend uitzicht  over dit woeste verlaten landschap.We komen bijna geen auto tegen en in Nederland zou ik denken dat ik op een fietspad zou rijden. Het is maar goed dat er niet zoveel auto’s rijden op dit smalle weggetje met af en toe een afgrond naast je en als bescherming een laag muurtje. Onderweg krijgen we bijna  een hert voor de auto. Het beest wil het bos invluchten, maar langs de weg is een metershoog hekwerk geplaatst waar het beest niet overheen kan.

Even verderop zien we een persoon bezig met turfsteken. Hij vertelde dat het 4 weken duurde voordat de turf gedroogd was. Uiteindelijk bereiken we de doorgaande weg A894 en gaan weer verder in noordelijke richting.

Bij het plaatsje Kylesku zou je een boottrip kunnen maken naar de hoogste waterval van Groot Brittanie, de Eas Coul Aulin. Deze watrval zou 200 meter hoog zijn. Aangezien het behoorlijk heeft geregend aan de Westkust, komt er genoeg water vanaf.

Toen we in Kylesku navraag deden waar vandaan de boottrip begon, bleek deze trip niet meer te bestaan. De eigenaar had zijn boot te koop en was er mee opgehouden. Een tweetal Engelse toeristen wilden ook naar de waterval, maar helaas dus. Er was in de buurt ook geen bootje te huur, dus dat helemaal niet door. In de afgelopen 38 jaar ben ik al een paar keer hier geweest om de waterval te gaan zien, maar het is me nog nooit gelukt. Volgende Schotland reis maar weer eens zien.

We rijden verder over de A894 en bij Laxford Bridge gaan we rechtsaf naar Lairg over de A838. Deze weg van 65 km is in het geheel een Single Track Road. Bij het Loch Shin stoppen we om het verslag bij te werken en een boekje te lezen. Opeens horen we een donderslag en blijkt de lucht in het westen, waar we vanmorgen vandaan kwamen, geheel betrokken en helemaal zwart. We zien in de verte de regen met bakken uit de hemel vallen in het dal achter ons. We rijden verder oostwaarts richting Lairg, maar als we daar komen heet de regen ons ingehaald. Bij Lairg nemen we de A839 en dan de A837 naar Altass en Inveran. Daarna stuiten we weer op de A836 en bij Bonar Bridge gaan we de Kyle of Sutherland over, want ik wist dat er net over het water een parkeerplaats was. Helaas stonden hier borden dat het verboden was om te overnachten. We rijden naar Ardgay en nemen dan een klein weggetje naar Culrain. Hier zou een plek zijn om te staan op een parkeerplaats. Dit bleek te zijn bij Carbisdale Castle, dat al sinds jaren een Youth Hostel is. Hier sta je echter onder de bomen, dus gaan we in Culrain kijken bij het stationnetje. Dit is echter niet meer dan een perron, maar we vinden een parkeerplaats tegenover het station bij het buurthuis (Community Centre) van dit gehuchtje. Inmiddels is de zon weer volop aan het schijnen en kijken we tegen een blauwe lucht aan, maar veel later op de avond gaat het weer regenen.

Plaats:       Culrain.                                                                                                           Positie:57.55.09,8N 04.24.20,3W                                                                                   Km.stand: 98027                                                                                                              Gereden:  159 km 

Donderdag 9 juni 2011.

Het heeft behoorlijk geregend vannacht, maar nu schijnt de zon weer. Lekker afwisselend in dit land, maar dat is juist het mooie ervan. Na het ontbijt rijden we naar Dornoch, waar we diesel (1,45 GBP) en LPG (0,87 GBP) kunnen tanken.

We gaan naar Dornoch, omdat ik daar iedere keer naar toe ga als ik in Schotland ben. We hebben daar al 38 jaar kennissen wonen en 5 jaar geleden is mr. Brownlee, net toen wij daar waren, op 88 jarige leeftijd overleden. Daarna is Mevr. Brownlee, die al dementerend was in een verzorgingstehuis terecht gekomen en hebben we niets meer van haar gehoord. Via een andere kennis hadden we gehoord dat ze misschien was overleden. Mailtjes naar een verzorgingstehuis in Dornoch zijn nooit beantwoord. We gaan op het kerkhof kijken waar we Mr. Brownlee  5 jaar geleden hadden begraven, maar daar lag zij niet bij.

In Dornoch bij het toeristenbureau heb ik gevraagd welke verzorgingstehuizen er waren en één van de medewerksters kende mevr. Brownlee en vertelde dat ze vorig jaar nog leefde.

Dus zijn we naar het bejaardentehuis gereden en inderdaad kreeg ik te horen dat ze nog leefde. Ze was behoorlijk dementerend en had de afgelopen 2 weken een slechte tijd gehad. Ik heb haar even gezien en zag een zielig wegkwijnend uitgemergeld figuurtje zitten, dat eens de trotse en forse Mevr. Brownlee was. Wat ontzettend triest. Ze herkende me wel en er kwam een glimlach op haar gezicht.We hebben met het tehuis afgesproken dat we ’s middags weer even zouden komen.

Na dit weerzien zijn we naar de camping gereden en hebben helemaal achter in de duinen een mooi plekje gevonden. Lekker rustig en zo aan zee. Is de eerste camping waar we staan sinds we in dit land zijn dit jaar.

We hebben voor de eerste keer de fietsen van het rek afgehaald en zijn het dorp in gefietst op zoek naar een bloemetje voor Mevr. Brownlee. In dit kleine dorp heeft een bloemist geen kans om te overleven, maar er was een winkel waar wel iets aan bloemen te koop was, echter niet veel soeps. Dus hebben we een mooi plantje gekocht en een fleurige bloempot en dat mooi opgemaakt. Mevr. Brownlee  was vroeger erg goed in bloemschikken en wist heel veel van planten. Ze vond het in ieder geval leuk toen we dit aan haar gaven. Aangezien ze na een half uurtje in slaap viel zijn we stilletjes weg gegaan met de bedoeling om iedere dag even langs te komen. Daarna zijn we nog even langs de winkeltjes gefietst en hebben de camper opgezocht. Na een tweetal kleine buitjes was het nu weer onbewolkt en de zon scheen lekker de camper in. Pas om 22.15 uur ging de zon onder en het werd eigenlijk niet helemaal donker.

Plaats:      Dornoch.                                                                                                          Positie: 57.52.46 N 04.01.27W                                                                                        Km.stand: 98062                                                                                                                Gereden:  35 km.

 

 

Vrijdag 10 juni 2011.

Vandaag was het wasdag voor Liesbeth. Na twee weken rondtoeren mag het één en ander wel door het sop geslingerd worden. Dat is ook de enige reden dat we nu op een camping staan en in Dornoch komen we graag dus hebben we dat zo geregeld in onze planning.

’s Middags zijn we nog bij mevr. Brownlee op bezoek geweest en hebben we wat door het dorp rondgekeuteld. Het weer was geweldig, hebben zelfs nog buiten gezeten in de luwte, want de zeewind maakt het toch nog fris.

 

Zaterdag 11 juni 2011.

Vandaag ook weer in Dornoch gebleven. Eerst een wandeling gemaakt over het strand. Zo vanuit de camper de duinen in het strand op, geweldig. In de Dornoch Firth, de zeearm die bij Dornoch landinwaarts gaat zwemmen veel zeehonden. % jaar geleden hebben we die ook al eens gezien, zonnebadend op een drooggevallen zandplaat. Nu hebben we ze alleen met de verrekijker kunnen zien, want ze lagen aan de overkant. Het gehuil van die beestjes kon je door de wind, die onze kant opstond, wel goed horen.

“s Middags even internetten, het thuisfront weer wat mailtjes en foto’s toesturen, en binnen gezeten, want inmiddels was het gaan regenen. Ook nog even naar mevr,. Brownlee geweest en haar op de laptop wat foto’s laten zien, van de kinderen, maar die herkende ze vermoedelijk helemaal niet meer. Na een uurtje wat met haar “gesproken” te hebben, hebben we afscheid van haar genomen omdat we morgen weer verder reizen. Ik denk dat dit afscheid voor altijd was, want als we weer in Schotland zijn weet ik niet of we haar weer zien.

Gelukkig was het ’s avonds weer droog, want de Dornoch Pipe Band ging op het Square spelen. De Pipe Major Willie Fraser ken ik goed, we hebben door omstandigheden echter geen afspraak kunnen maken. De band speelde fantastisch, hoop nieuwe en vooral jonge spelers. De zoon van Willie Fraser die ook in de band speelt, had voor mij een set drone rieten en een practice chanter reed meegenomen. Hij maakte ze tegenwoordig zelf, heeft instrumenten overgenomen om de rieten te maken en probeert als reedmaker voet aan de grond te krijgen. Of ik ze wilde uitproberen. Natuurlijk ga ik dat doen en als ze goed zijn uiteraard promoten. Naast het optreden van de band was er ook een Highland Dancing optreden. Dit optreden van de band op het Square doet de Pipe Band al jaren op zaterdagavond. Speciaal voor alle toeristen, want dat zijn er nogal wat in Dornoch.

 

Zondag 12 juni 2011.

Vandaag is het weer prachtig zonnig weer. Eigenlijk zouden we nog wel een dag willen blijven, maar anders komt ons schema in de war, we willen nog naar de eilanden, maar niet voor één of twee dagen. Dus nadat alles geloosd en de water tank weer gevuld is gaan we op pad. We rijden over de A9 richting Inverness en zien dat er bij Tain een Lidl open is. Aangezien daar ook een benzinepomp is, tanken we nog even vol, want op de eilanden zal het wel duur zijn (als er überhaupt een benzinepomp is). Hier kost een liter diesel 142,9, ongeveer 1,60 Euro. Even later zien we langs de A9 bij Alness en Dingwal dat de prijs hier 1,379 is. Moet je maar weten.

Na Dingwal pakken we een binnenweg, de A834 naar Contin en dan komen we op de A823 die we vorige week ook al hebben gereden. Soms ontkom je er niet aan dat jee weg 2 keer rijdt, want veel wegen doorkruisen het noorden van Schotland niet. Onderweg krijgen we bijna een hert voor de auto, gelukkig loopt het beest door en twijfelt hij niet anders hadden we zeker het beessie geraakt. Bij Achnasheen gaan we dit keer echter niet rechts, maar linksaf, De A890 richting Loch Carron. Het wordt een mooie Singel Track Road door het Glen Carron Vóór Loch Carron gaat de weg naar links en rijden we links van het Loch, want nu weer eens een zeearm is. Aan de overkant liggen een aantal weverijen die nog tartans weven. Ik weet dat, want de vorige keer heb ik daar stof besteld voor een Plaid voor mijn Full Dress uniform. Bij Stromeferry ( “sorry no ferry “ zegt het plaatsnaambord) besluiten we om de kustweg te nemen via Plockton.

De ferry naar Raasay gaat op zondag allen nog om 16.30 uur en die wilden we zeker halen, ander kun je pas de volgende dag over. Voordat we in Plockton komen rijden we over een Single track road langs de kust en nadat ik een auto op een passing place voorbij heb laten gaan (het is altijd makkelijker om een auto voor je te hebben ivm. tegenliggers) zie ik deze auto voor een bocht stoppen, omdat er, naar later bleek, drie tegenliggers aan kwamen rijden.

Ik kon nog net een passing place induiken, maar van de andere vier auto’s wilde niemand meer voor of achteruit. Niemand wilde in de afgrond of aan de andere kant in de bagger en na enige tijd kwam er toch nog beweging in de voertuigen. Daarna moesten ze onze camper nog voorbij, maar deze mensen waren kennelijk toeristen en dachten dat wij nog verder in de bagger gingen. De enige manier om duidelijk te maken dat ik niet van plan was iets te doen, is de bestuurdersstoel omdraaien een een boekje gaan lezen. Langzaam komt er dan toch nog schot in de zaak en als de drie auto’s ons eindelijk gepasseerd zijn, rijden we verder.

Plockton met zijn palmbomen ziet er prachtig uit in het zonnetje, het is echter druk vanwege het mooie weer, dus we rijden gauw weer verder. Bij het dorpje Erbusaig ligt er een hele kudde Schotse Hooglanders op de weg en pootje badend in de rivier. Hier kunnen we mooie foto’s van maken. Van zo dicht bij hebben we die Hooglanders nog niet gezien, althans in Schotland, in Drenthe natuurlijk wel. Daarna stuiten we al rijdend al gauw weer op A87 en Bij Kyle of Lochalsh gaan we over een brug naar het eiland Skye. Voordat de brug werd aangelegd was er een ferry en waren de eiland bewoners tegen een brug en verbinding met de vaste wal, maar nu zien ze het voordeel van de brug, vooral nadat deze tolvrij werd, waardoor er meer toeristen naar het eiland komen. We rjden de weg verder tot aan Sconcer. We zijn hier ruim op tijd en er staat maar één auto in de rij, dus we kunnen zo aansluiten. Ik heb geen idee hoeveel auto’s er op de ferry kunnen, maar we zien wel. Dit blijken er later 14 te zijn. Niet echt groot dus.

Na een overtocht van 25 minuten zijn we om 17.00 uur op het eiland Raasay. Op dit eiland zijn 150 vaste bewoners en in de zomermaanden zijn dit het er meer vanwege de 2e woningen en de nog weinig toeristen die het eiland bezoeken. Vanaf de ferry terminal zijn er twee wegen, eentje die 7 kilometer rechtsom gaat en de ander gaat 22 kilometer de andere kant op. De Tomtom gebruiken we niet om ons de richting aan te geven, maar om ons te waarschuwen voor de vele bochten in deze uiteraard Singel Track Road. Onzinnig ook om hier een tweebaans weg aan te leggen, want we komen slechts 1 auto tegen. Ook onzinnig om de weg te onderhouden dus en dat is ook niet gebeurd volgens mij sinds de laatste clanstrijd op het eiland in 1745. Wat een kuilen in de weg zeg. Dus langzaam zigzaggend rijden we nu en niet alleen vanwege de vele bochten in de weg, maar ook om de kuilen te ontwijken. Het gaat trouwens ook behoorlijk steil naar beneden en dan moet je weer omhoog. De camper trekt het maar net. Van het internet heb ik een aantal wandelingen op eiland geplukt en onder anderen eentje bij Brochel, waar een ruïne van een kasteel staat. Hier zou ook een parkeerplaats zijn waar we dachten te kunnen overnachten. Daar aangekomen staat er een bordje “No overnight parking” kennelijk komen er dus toch meer toeristen als je denkt en zelfs met campers dus anders hadden ze geen bord hoeven plaatsen.

We rijden verder tot het einde van de weg bij het gehucht Arnish. Hier staan een zestal auto’s van bewoners, de huizen staan veel verderop ergens in de heuvels op de hei, daar kun je me de auto niet bij komen. Aangezien het hier zo vreselijk scheef staat en ik de laatste helling morgen met een koude motor niet wil nemen, rijden we terug en vinden een mooi plkej met uitzicht op de Sound of Raasay en zien we behalve Skye ook de Hebriden liggen.

Later op de avond begint het voor het eerst vandaag te regenen.

Plaats:      Arnish (Raasay).                                                                                                    Positie: 57.37.18N 04.58.45W

Km.stand: 98284

Gereden:  222 km

 

Maandag 13 juni 2011.

Het heeft de hele nacht geregend, waarschijnlijk omdat we wilde gaan wandelen, of zou dit toeval zijn.? Aangezien het blijft regenen wachten we eerst af tot vanmiddag, om dan alsnog te gaan wandelen. Er komt geen auto voorbij. We zien een jonge vrouw op de fiets naar het eindpunt Arnish rijden. We herkennen haar van de ferry van gistermiddag.

Opeens zie ik vanuit de camper een auto naar benenden komen rijden, maar zo steil, dat ik mij afvraag of wij daar ook langs gekomen zijn gisteren. Ondanks de regen ga ik even kijken en inderdaad, hier moeten wij straks omhoog. Het is behoorlijk steil en een lange weg voordat je boven bent. Dit hadden we gisteren niet zo gezien toen we naar beneden reden, dan ziet het er toch anders uit. Aangezien ik er behoorlijk van geschrokken ben en het toch blijft regenen, waardoor er geen wandeling in zit, besluiten we om onmiddellijk terug te rijden. Ik laat de motor even warme draaien, want met een koude motor lukt het nooit.

Daarna gaan we rijden. Het eerste bultje gaat wel, maar die steile weg begint met een bocht, waardoor je geen vaart kunt maken. Halverwege de bult moet ik terug schakelen in de 1e versnelling en met horten en stoten komen we uiteindelijk boven. Hierna komen er nog een stuk of drie van dergelijke hellingen.

Als we weer bij Brochel Castle, athans, de ruïne er van komen stoppen we op de parkeerplaats. Als het even droog is gaan we bij de ruïne kijken.Aangezien het droog blijft gaan we de wandeling maken die hier begint. Na 30 minuten gaan we terug, want inmiddels heb ik natte voeten. Het pad is onbegaanbaar door de vele regen van de afgelopen dagen.

Op dat moment komt ook de fietster weer voorbij die ook bij de ruïne gaat kijken. Als ze terugkomt hebben we net een kop thee gezet en bieden deze verregende persoon ook een koppie aan. Even kletsen. Blijkt dat ze van baan gewisseld is en hierdoor een wat langere tijd vrij heeft. Ze fiets en loopt veel en op Raasay was ze nog nooit geweest. Ze heeft vanmorgen wel die wandeling gemaakt die wij wilden doen, maar die was ook erg nat. Maar goed dat wij niet zijn gegaan.

Als wij vanaf de ruïne van Brochel Castle vertrekken, moeten we weer twee steile hellingen nemen, maar daarna wordt het allemaal wat geleidelijker en ook een stuk droger. Zelfs de zon begint aan het eind van de middag uitbundig te schijnen. We willen nog naar North Fearn rijden omdat hier ook een wandeling zou beginnen naar een verlaten dorp, echter als we de bult op rijden van deze smalle weg staat er opeens voor ons een trekker met een aanhangwagen boomstammen te laden. Dus achteruit de bult af en dan keren. Weer geen wandeling dus. We zoeken in het dorp Inverarish een plek voor de nacht en vinden die op een nieuwe parkeerplaats met picknick banken. Hier vandaan beginnen een aantal wandelingen, dus een mooie plek voor ons.

Na het eten gaan we in de zon eindelijk een wandeling maken. Langs de kust en dan een stuk door het bos. Uit eindelijk komen uit bij het plaatselijke hotel met kroeg en hebben daar wat gedronken.

Plaats:       Inverarish (Raasay)                                                                                            Positie: 57.20.48N 06.03.56W

Km. Stand: 98306

Gereden:   22 km.

 

Dinsdag 14 juni 2011.

Het heeft vannacht wat gespetterd, maar ondanks de bewolking gaan we toch een lange wandeling maken. Als we starten gaat de zon schijnen en we lopen het dorp uit over de weg omhoog naar langs het Youth Hostel, niet meer dan een grote hut op de berg in de hei.

Na 6 kilometer komen we bij de wandeling aan die we willen gaan lopen, naar Dun Caan, de hoogste top van Raasay. Daarna willen we het pad vervolgen en over de bergtoppen naar Inverarish terugkeren. Als we bijna op de top zijn, moeten we via een geitenpaadje met kiezels een steile helling afdalen om daarna weer een eind omhoog te klimmen. Dat laatste stuk zouden we ook weer terug moeten lopen om onze weg te vervolgen, dus besluiten we dat niet te doen. We hebben hier al een fantastisch uitzicht. Aan de ene kant zien we het eiland Skye, aan de andere kant het schiereiland waar Applecross ligt.

Op deze hoogte hebben we ook weer verbinding met onze GSM, dus even met het thuisfront SMS-en. Daarna lopen we langs een aantal Lochs, er is geen pad meer, dus op ons gevoel gaan we langzaam naar beneden. Hier en daar is de heide door en door nat en onze schoenen dus ook. De Schotten noemen dit “boggy”, drassig. Als we zo’n een beetje de weg kwijt zijn, komen er van de andere kant een paar wandelaars aan, die zoeken we dus op en komen terecht op een modderpaadje. Door de regen van de afgelopen weken is het allemaal erg drassig. Het is wel een mooie wandeling en ondanks de dreigende wolken blijft het droog en gaat later de zon zelfs weer volop schijnen. Omstreeks 14.00 uur zijn we weer terug bij de camper, na in 5 uur tijd 13 km. te hebben gelopen.

Hierna rijden we nog een rondje over het zuidelijk deel van het eiland, kijken nog even bij een oud kapelletje en kerkhof, waar een vooraanstaande doedelzakspeler van de Clan Mackay of Raasay begraven ligt en nemen daarna om 15.30 uur de ferry terug naar Skye.

Na de ferry gaan we vanaf Sconser over de hoofdweg A87 terug naar Kyleakin, de Kyle of Lochalsh over en rijden langs Loch Alsh en Loch Duich Waar het koekblikken/filmkasteel Eilean Donan Castle ligt. Mooi gezicht, lekker toeristisch, dus rijden we maar verder. Bij Shiel Bridge verlaten we het water en rijden door het mooie Glen Shiel langs de bergtoppen genaamd The Five Sisters. Nadat we langs Loch Cluanie zijn gereden gaan we rechtsaf en vervolgen de A87. Als we bij het Loch Garry komen nemen we de weg langs de noordoever van het Loch Garry en vinden we bij een zalmkwekerij een plekje langs het Loch om te overnachten. Even vragen bij het huis aan de overkant en de bewoner vindt het geen probleem. Mooi plekje in het zonnetje aan het water tussen de midges, dus blijven we binnen.

Plaats:      Inchlaggan.                                                                                                           Positie: 57.04.35N04.57.52W

Km.stand: 98424.

Gereden:  118 km.

 

Woensdag 15 juni 2011.

Als we wakker worden regent het. Na 5 minuten ben je die regen al zat, dus vertrekken we weer. We zoeken de A87 weer op en bij Invergarry rijden we verder over de A82. Na Spean Bridge komen we bij Fort William en doen daar bij de grote supermarkt van Morrisson inkopen. We kunnen daar ook tanken ( £1,37) en water laden. Daarna gaan we snel op pad, want we willen om 18.00 uur in Kennecraig zijn om de laatste ferry naar Islay te halen. Na Ballachulish slaan we af en rijden over de A828 en de A85 via allerlei kleine dorpen naar Oban, ook wel een toeristisch plaatsje net als Fort William. Als we Oban verlaten rijden we over de A816 verder in zuidelijke richting. Het is inmiddels droog geworden. Bij Kilninver staat een bord dat je via de Atlantische brug naar het eiland Seil kunt rijden. Als ik later op de kaart kijk is het eiland Seil, dat inderdaad in de Atlantische Oceaan ligt, gescheiden door een smalle strook water de, Seil Sound. We rijden lekker door en komen bij Loichgilphead op de A83. Hier is het einde van het Crinan Kanaal, een kanaal met 14 sluizen, zodat de visserschepen niet helemaal om het schiereiland Kintyre hoefden te varen om op de Atlantische Oceaan (Sound of Jura) te komen. Na Tarbert, ook al een leuk vissersplaatsje komen we bij Kennacraig en gaan hier in de rij staan voor de ferry. Meteen komt er een man aanlopen van de ferry maatschappij of wij al geboekt hebben. Nee dus. Moesten we binnen maar even vragen of we mee konden met de laatste ferry en meteen werd de maat van de camper doorgegeven. Er bleek nog net een plekje vrij voor ons en ons werd aangeraden ook maar voor de terugweg te boeken. Dat zou dan volgende week woensdagmorgen om 8 uur moeten zijn, want de de dag erop moesten we om 16.00 uur in Newcastle zijn voor de ferry terug naar Nederland. Nou, die was al volgeboekt, dus moesten we eerder terug want later wilden we niet gokken. Dat wordt nu dus dinsdagavond om 18.00 uur.

We stonden nog maar net opgesteld en toen kwam de (nieuwe) ferry er al aan. Om18.00 uur vertrokken we en om 20.00 uur kwamen we met stralend weer op Islay aan. De ferry komt aan bij Port Askaig, wat niets voorstelt. Je kunt ook niet om je heen kijken want als je van de ferry af rijdt moet je steil omhoog rijden. Als je boven bent, zie je het water ook al niet meer. Omdat het tijd wordt om een plekje voor de nacht te vinden, nemen we meteen de eerste weg rechts richting de Distilleerderij van Caol Ila, een single track road. Na een paar kilometer rijden we voorbij een paar huisjes, vervolgens rijden we bergaf naar de kust en we rijden zo het terrein van de distilleerderij op, waar ook de weg eindigt Er staat echter een bord dat de distilleerderij wegens verbouwing helaas gesloten is. We vinden hier geen plek om te overnachten, dus keren we om, rijden de steile weg weer omhoog en zoeken de doorgaande weg weer op. De volgende weg rechtsaf is de weg naar de Bunnahabhain Distilleerderij. Ook deze weg eindigt weer steil bergafwaarts bij de distilleerderij. Er zijn 8 distilleerderijen, als er aan elke weg die doodloopt eentje ligt, zijn ze niet moeilijk te vinden, want zoveel wegen zijn er niet op het eiland. Bij deze distilleerderij vinden we echter wel een plaats naast de toegangspoort en besluiten hier te blijven staan. Aan de waterkant, in het zonnetje en verderop zwemt een zeehond.

Plaats:      Bunnahabhain.(Islay).                                                                                        Positie: 55.53.02N6.07.39W

Km.stand: 98645.

Gereden:  221 km.

 

Donderdag 16 juni 2011.

Wederom is het prachtig weer. Aangezien de Bunnahbhain Distillery pas om 10.30 uur de eerste tour heeft besluiten we hier niet op te gaan wachten, maar rijden we eerst een stukje over het eiland en proberen de volgende te nemen. Dat is de Kilchoman Distillery.

Over de A846 rijden we via Ballygrant en Bridgend eerst naar Bowmore voor wat informatie over het eiland. In Bowmore is het enige Toeristen Info punt. Hierna rijden we terug naar Bridgend en gaan linksaf over de A847. Deze weg gaat langs de kust van het Loch Indaal, een grote baai. Na een paar kilometer slaan we rechtsaf over de B8018. Deze single track road brengt ons na 8 kilometer bij het plaatsje Kilchoman, maar voordat we hier komen zien we een bord met “Distillery closed Thursday June 16th.Sorry” Dat is dus vandaag. Een streep door onze planning. We sukkelen verder over deze weg en besluiten een rondje te maken. Sommige stukken rij ik niet harden dan 30 km, want zo goed zijn die wegen hier nu ook weer niet. Bij Machir Bay gaan we even op het strand kijken naar de hoge golven van de Atlantische Oceaan en maken ons rondje dan verder af langs de kust, waar koeien en schapen doodleuk over de weg lopen en je boos aankijken. Als we via Gruinard over de B817 de A847 weer treffen rijden we richting Port Charlotte en stoppen bij het plaatsje Bruichladdich bij de distilleerderij met dezelfde naam. Ik doe mee aan de rondleiding en na afloop krijg je een Dram. Schotse zuinigheid alom, want het gaat tenslotte maar om te proeven. De rondleiding kost £5,= en als je een fles whisky koopt krijg je £ 5,= korting. Gedwongen winkelnering lijkt dat wel. De rondleiding is leuk, de hele distilleerderij is oud en gebruikt machines en Stills die stammen uit het begin namelijk 1881. Ook het vullen van de flessen konden we zien en dat kan niet bij iedere distilleerderij. De rondleiding eindigt bij de kassa van de shop en ik stap af van het verzamelen van miniatuurflesjes whisky en zie een fles staan die je in Nederland waarschijnlijk alleen maar in speciaal zaken kunt kopen.

Na Bruichladdich rijden we verder over deze weg naar Port Charlotte, een klein plaatsje aan het Loch Indaal. Hier is ook een klein streekmuseum, gevestigd in het oude gebouw van de distilleerderij. Islay heeft vroeger meer dan 20 legale distilleerderijen gehad waarvan er nu nog maar 8 over zijn. Kilchoman is de nieuwste, slechts 5 jaar oud en is een farm distillery.

De laatste plaats aan deze weg is Pornahaven, een leuk klein plaatsje met een vissershaventje, vuurtoren en mooie huisjes. Portnahaven ligt aan Rinns Point, één van de uitsteeksel van het eiland. We kunnen ook via Kilchiaran een omweg maken, maar gelet op de kwaliteit van de weg die we nu al hebben gehad, besluiten we dit maar niet te doen. We gaan dezelfde A847 weer terug tot aan Bridgend en rijden dan via de A846 naar Bowmore. Hier staat ook de bekende Bowmore Distillery, maar zo bekend, dat ik die maar over sla. Onderweg hebben we net die ene bui van de dag. Na Bowmore is het nog 15 mijl tot aan Port Ellen, ons volgende doel. Het is een slechte weg door de eenzame vlakte, een enkel gehucht en vliegveld en dan komen we in Port Ellen. Vlak voor Port Ellen kun je rechtsaf naar het schiereiland The Oa, wat één groot natuurgebeid schijnt te zijn. Bij het dorpje Killeyan is ook een Amerikaans Memorial, vanweg de vele Amerikanen die hier in de 1e wereldoorlog zijn verdronken nadat hun schip was gebombardeerd.

Port Ellen is een havenplaatsje, waar ook de ferry naar het eiland aan komt, echter wegens aanpassing aan de pier, nu even niet. Als je Port Ellen binnen komt zie je meteen de grote graanpakhuizen en de naam Diageo, een drankengrootmacht, die 2 distilleerderijen op dit eiland heeft (Caol Ila en Lagavullin). Hier wordt ook het graan gemout, oftewel met turf gerookt (gedroogd) voordat het in de Wash gaat. Port Ellen distilleerderij bestaat ook niet meer, de laatste bottelingen zijn nog wel te verkrijgen en kosten vanaf £160, een schijntje want bij Bowmore hebben ze een fles van £2350, maar die is in de aanbieding.

Na Port Ellen gaat de weg verder tot het eindpunt bij Ardtalla, maar eerst krijg je nog drie distilleerderijen, op korte afstand van elkaar. Vanaf Port Ellen in volgorde: Laphroaig, Lagavullin en Ardbeg. Inmiddels is het al 17.30 uur, dus gaan we bij Lagavulling op de parkeerplaats staan, omdat deze morgen het eerste open is. De parkeerplaats is aan de doorgaande weg, maar zoveel mensen wonen hier niet, dus de drukte valt mee. We staan lekker in het zonnetje.

Plaats:      Lagavullin,                                                                                               Positie:55.38.06N06.07.40W

Km.stand: 98775

Gereden:  135 km.


 

Vrijdag 17 juni 2011.

We worden met regen. Het is een grauwe en grijze dag. Omdat je in de regen toch niets anders kunt doen dan binnen te zijn, besluit ik dat dan toch maar naar de distilleerderij te gaan van Lagavullin. Een mooie rondleiding, een gids die probeerde leuk te doen, omdat hij dacht dat niemand verstand van whisky had. Wel blijk bij deze distilleerderij de policy van Diageo: produktie. De whisky wordt hier niet gebotteled, maar gaat in vaten en tanks naar het vaste land en wordt daar opgeslagen in de grote pakhuizen van Diageo en na rijping geflest. Diageo koopt ook kleine distilleerderijen op en sluit die vervolgens, wat niet alleen ten koste gaat van werkgelegenheid in een hele gemeenschap, maar ook ten koste van een whiskymerk met zijn bepaalde karakteristieke eigenschappen van kleur, smaak en geur. Ik heb dus geen Lagavullin gekocht.

Na de koffie is het de beurt aan Ardbeg Distillery. Een hele mooie distilleerderij, met een hele geschiedenis. Van het vrouwtje die de rondleiding verzorgt, krijgen de bezoekers de hele geschiedenis vanaf het begin te horen. Een hele goede uitleg. Nu blijkt maar weer hoe triest het is als een distilleerderij moet sluiten. Ardbeg is een klein gehuchtje en vroeger werkte iedereen (50 personen) bij de distilleerderij. Er werd zelf gemout, turf gestoken om te mouten, de vaten werden zelf gemaakt etc. Tot 1970 was dit een goed lopend bedrijf en aangezien de vraag naar whisky terugliep, moesten ze noodgedwongen sluiten. Jaren later werden ze overgenomen door DCL, die een paar jaar later de distilleerderij weer sloot. Iedereen uit het dorp werd toen opnieuw werkloos. In 2000 heeft Glenmorangie ( uit Tain) deze distilleerderij overgenomen en is gaan vernieuwen. Nu is Glenmorangie overgenomen door Hennesy uit Frankrijk, dus ook Ardbeg is nu van Hennesy. Tot 2000 was de produktie van de Ardbeg whisky bestemd om te blenden, sinds 2000 wordt de whisky geproduceerd alleen voor de eigen Malts. Ze hebben dus nu net een 10 jaar oude Malt whisky. Lekker spul, maar aangezien ze een kleine produktie hebben (500.000 liter op jaar basis) ook best aan de prijs.

Om 15.30 uur is het de beurt aan Laphroaig. Het regent nog steeds en om warm te blijven moet je wat. Ook dit is weer een bijzondere distilleerderij. Behalve dat je al een 18 jaar oude single malt bij binnenkomst wordt aangeboden is dit ook één van de weinige distilleerderijen die nog zelf zijn gerst mout. Ze hebben twee moutvloeren waar het gerst eerst wordt uitgespreid en nat gemaakt zodat het een paar dagen kan kiemen. Daarna wordt het met eigen gestoken turf gerookt en dan pas begint het produktie proces in de Wash tun en de Stills. Ze gebruiken eigen gerookte mout, en dat komt tot uiting in de karakteristieke sterke turfsmaak van de whisky. De gids is een gezellige Schot en die blijkt tot twee jaar terug basedrummer was van de Islay Pipe Band te zijn geweest. We hadden dus iets om over te praten. Na de rondleiding mochten we uiteraard proeven en behalve de 10 jaar en 18 jaar oude single malt , de Cask Strength, de Quarter Cask en nog een speciale die op sherryvaten heeft gelegen, besloot ik op de parkeerplaats van de distilleerderij te blijven staan om te overnachten.

Plaats:      Laphroaig Distillery.                                                                                          Positie: 55.37.50N 06.09.03W

Km.stand: 98781

Gereden:  6 km.

 

Zaterdag 18 juni 2011.

Het miezert nog steeds en we gaan eerst rijden naar Kildonan, waar een groot Keltisch kruis bij een oud kapelletje zou staan. Na Ardbeg wordt deze weg een single track road en sommige gedeelten is de weg niet al te best, kuilen etc. De omgeving is ondanks de regen geweldig.

Dit Keltische kruis stamt uit het jaar 800 en is 3 meter hoog, hetgeen hem zo bijzonder maakt, alsmede de bijna niet meer te ontdekken gravures.

Bij het bijna vervallen kappelletje uit dezelfde tijd is ook een bijzonder mooie grafsteen te zien.

Na dit bezoek rijden we weer terug over dezelfde weg naar Port Ellen en nemen dan een secundaire weg naar Bowmore, die aanzienlijk beter is dan de hoofdweg. In Bowmore doen we een paar boodschappen, lopen even bij de distilleerderij naar binnen en net zo snel er weer uit en rijden verder. Aangezien donderdag Kilchoman Distillery niet geopend was, rijden we er nu nog even naar toe. Het is een Farm Distillery, wat betekent dat het een werkend boerenbedrijf is, die tevens whisky maakt. Nou, dat het een boerenbedrijf was hebben we gemerkt, wat een baggerzooi vanwege de regen. We hebben even in de shop gekeken, maar ik had geen zin in een rondleiding. Hij zal wel distilleerderij zijn en aan alle wettelijke eisen voldoen, maar ik vond dit niet echt een distilleerderij zoals ik die in gedachten had. Binnen 10 minuten waren we weer op pad. We zijn richting Port Askaig gereden richting de ferry naar Jura en onderweg nog even gestopt bij de Islay Woolen Mill, waar sinds 1883 stoffen worden geweven. De huidige eigenaar doet niet nog steeds op dezelfde machines en in hetzelfde gebouw. Van deze vriendelijke man krijgen we een rondleiding en het is onbeschrijfelijk wat we aantreffen. Wat en oude zooi, en het werkt nog allemaal. Verder wordt er van alles verkocht aan tweed, stoffen, jassen, tassen met tweed etc. Zelfs de Engelse Koningin heeft bij hem besteld.

Na dit leuke bezoek rijden we naar Port Askaig en gaan als enig voertuig met deze kleine ferry over. We moeten in totaal £ 32,80 betalen voor de heen en terugreis (je kunt toch nergens anders heen dan weer terug) maar nadat ik hem het certificaat van de Jura Distillery had laten zien dat ik een Diurach was (fan van de distilleerderij, certificaat kun je gewoon downloaden) en dat ik hiermee korting kon krijgen keek de ferryman mij vreemd aan. Hij had er nog nooit van gehoord, maar zei dat hij de korting wel met de distilleerderij zou regelen, Dus ging er meteen £6 van de trip af. Da’s pas zaken doen.

Na krap 10 minuten zijn we aan de overkant en rijden we het eiland Jura op. Hier wonen 180 mensen en ongeveer 5000 herten. Dat merken we meteen, we zien hier niemand en worden begroet door de lokale bevolking met geweien. Die beesten kijken je aan met een blik van: “kijk daar heb je er weer een paar” en grazen vervolgens gewoon verder. Vervolgens rijden we over de enige weg die het eiland heeft, de A846. en na 15 kilometer komen we aan in Craighouse, waar de meeste mensen wonen op dit eiland omdat hier ook de distilleerderij staat, de enige pub en hotel, de enige winkel en het enige buurthuis. Hier zien we een aantal jongelui in kilt en nu blijkt er een trouwerij te zijn geweest, compleet met een doedelzakspeler van Islay, wat we dus net hebben gemist. Vanavond was er feest in het dorpshuis, een Ceilidh, en we waren van harte welkom. We zoeken een plaatsje bij het haventje, waar we mooi kunnen overnachten en na het eten zoeken we het hotel op, waar we in het pubgedeelte wat gaan drinken. Het is er stampvol met alle feestgangers, de meeste in kilt en weer worden we aangesproken door een eilandbewoner en van harte uitgenodigd om te komen op het feest. Meer als 180 bezoekers zouden er toch niet komen. Ze hadden ons ’s middags met de camper aan zien komen en iedereen wist al dat wij bij de camper hoorden.

Als iedereen weer in het dorpshuis is gaan wij ook even een kijkje nemen, nadat wij nog even een kruikje kruidenbitter en een paar klompjes hadden opgehaald in de camper. Je kunt tenslotte niet met lege handen aankomen op een bruiloftsfeest. Bruid en bruidegom vonden het erg leuk dat ze van ons iets kregen en waren ontzettend hartelijk. Al pratend kwamen we erachter dat vele van de gekilte jongelui familieleden waren van het bruidspaar, maar inmiddels elders woonden. Voor het feest kwamen ze weer bij elkaar. Er was een bandje bestaande uit accordeon, viool en drum, die allemaal traditionele Schotse dansmuziek ten gehore bracht en iedereen deed mee aan deze Schotse dansen. Geweldig wat een leuk feest.

Wij zijn om 24.00 uur terug naar de camper gegaan, maar de muziek ging door tot 04.30 uur.

Plaats:       Craighouse (Jura)                                                                                                   Positie: 55.49.56N05.56.50W

Km.stand : 98881.

Gereden :  100 km.

 

 

Zondag 19 juni 2011.

Het is droog, maar zwaar bewolkt. We rijden over de enige weg in noordelijke richting (nou ja, het is weer een smal fietspad met af en toe een middenberm van gras omdat er zo weinig verkeer rijdt).

Hier en daar staat er een huisje of een aantal huisjes en kun je even dwarsuit richting de kust waar er ook en paar staan zoals bij Tarbert en Lagg. Bij Tarbert, dat aan de westkant van Jura ligt kun je een wandeling maken naar Loch Tarbert . Hier zien we ook weer een hele kudde herten. Loch Tarbert is een zeearm die vanaf de westkust diep het land insnijdt tot aan Tarbert. Omdat boven Jura langs een hele sterke stroming heerst bij de Golf van Corryvrackan, waar je met een schip nu en ook vroeger niet kon varen, voer men Loch Tarbert in en kon men na 1,5 mijl over land lopen aan de andere kant bij Tarbert met een ander schip weer verder. Vroeger werd veel gebruikt gemaakt van dit pad en nu is het dus een wandelpad. Wij lopen naar Loch Tarbert, maar kunnen op een gegeven moment niet over het stroompje heen dat van de bergen afkomt en de zee instroomt. Door de vele regen komt er veel water naar beneden. Na de wandeling rijden we door en komen bijna bij het einde van de weg bij het gehucht Ardlussa. Nog 3,5 mijl duidt een bord aan en dan is het einde weg. Na het gehucht gaat het steil naar benden en daarna, na een baai, weer steil omhoog. Net als we weer bergaf gaan komen we een hek tegen. Je kunt hier nog wel doorrijden naar beneden, maar ik weet niet of ik daar kan keren, want aan beide zijden van het “fietspad” loopt het af. Ik loop een eindje naar beneden en zie geen mogelijkheid om te keren. Dus terug naar de camper en dan maar achteruit, een eindje de bult op en langzaam achteruit de steile helling af. Omdat moment komt er natuurlijk ook nog een auto van de andere kant, wat het allemaal nog spannender maakt. Langzaam rijd ik achterwaarts de bult af totdat ik weer bij de baai kom en hier gelegenheid vind om te gaan keren en de andere auto te laten passeren. Nadat we gekeerd zijn rijden we terug. Na 3 mijl konden we toch niet verder en om het huis van George Orwell te zien moeten we nog 15 mijl lopen en dat waren we toch niet van plan. Bij Inverlussa kun je op het strand via een walkie talkie thee bestellen, wat ze dan komen brengen, en zo probeert iedere eiland bewoner er wat bij te snabbelen. Aangezien het borreltijd is en ik geen zin meer heb in uitdagingen in de vorm van smalle wegen die nergens toe leiden, gaan we weer terug. Onderweg zien we weer herten en die beesten lijken zo mak als wat.

Bij River Corran rijden we over een oud bruggetje en naast de rivier die met veel kabaal naar de zee stroomt, zien we een mooi plekje aan het water om te overnachten. Met het ruisen van het water en uitzicht op de Paps of Jura, de bekende bergen van Jura, genieten we van een borreltje.

Plaats:      River Corran.                                                                                                       Positie: 55.52.42N05.55.38W

Km.stand: 98933

Gereden:  51 km.

 

Maandag 20 juni 2011.

Toen we de gordijnen open deden bleek het behalve bewolkt ook nog eens windstil te zijn en dat betekent: MIDGES. Inderdaad, overal zagen wij deze kleine verschrikkelijke beestjes en toen we even een raampje per vergissing open hadden gedaan leek het wel of er een hele wolk van die beesten binnenkwam. We zijn gauw hier vertrokken en een plekje aan zee opgezocht waar je iets meer wind hebt en dus minder kans op die beessies. Hier hebben we een paar uur gestaan, zodat ik dit verslag kon bijwerken. Daarna zijn we naar het gemeentehuis gereden waar internet verbinding was. Met een verkregen netwerksleutel kon ik vanuit de camper internetten.

Daarna was het tijd voor een bezoek aan de Jura distilleerderij. Aangezien de tour van 14.00 uur volgeboekt was, kon ik om 15.00 uur wel een korte rondleiding krijgen. Jura heeft de hoogste stills van alle distilleerderijen en daarmee wordt de turfsmaak zo behouden. 4 weken per jaar stoken ze whisky met een hele sterke overheersende turfsmaak en die smaakte voortreffelijk.

Geweldige prijs ook, dus maar eens in de supermarkt kijken als we nog tijd hebben, want daar zijn die ook te koop.

Om 16.00 uur hebben we nog een zonnige wandeling gemaakt rond het gehuchtje Keil en langs de kust.

Toen we terugkwamen hebben we de camper midden in het dorp neergezet op de parkeerplaats van de distilleerderij. Dit hadden we eerst gevraagd, want het was de personeels parkeerplaats. Hier vandaan stonden we binnen 1 minuut in de pub van het hotel, waar we ook zouden gaan eten en wat drinken. Liesbeth een fish pie en ik een venison pie. Venison is hertevlees, lekker mals met een wildsmaakje. Ook de lekkere turfachtige whisky hadden ze hier natuurlijk en omdat ik was aangemeld bij de distilleerderij van Jura en te boek sta als Diurach, mag ik iedere maand een glaasje whisky komen halen in de pub. En die smaakte weer goed natuurlijk.

Plaats:       Craighouse.                                                                                                       Positie: 55.49.49N 05.57.00W

Km.stand: 98942.

Gereden:  9 km.

 

Dinsdag 21 juni 2011.

We rijden de enige weg op het eiland weer terug naar Feolin, waarvandaan de ferry vertrekt en ons over vaart naar Port Askaig op Islay. Omdat we pas om 18.00 uur met de ferry terug kunnen naar het vasteland van Schotland, rijden we eerst nog even naar Finlaggan, woonplaats van de vroegere Lord of the Isles. Op het eiland Eilean Mor hadden de Clan MacDonalds hun woonplaats. Restanten van een kapelletje en enkele woningen zijn hier te zien en er wordt in het Visitor Centre tekst en uitleg gegeven.

Als we een rondje gaan lopen om de restanten te bekijken, begint het te miezeren. Daarna rijden we nog even naar de Bunnahabhain Distilleerderij, want die had ik nog niet bezocht, maar ik ben de enige bezoeker op dat moment en krijg een privé rondleiding. Ook hier zie je weer enige verschillen met andere distilleerderijen.

Aangezien we na dit bezoek niet meer weten waar we in de motregen naar toe kunnen gaan besluiten we naar Port Askaig te rijden om te zien of we met de ferry van 15.30 uur mee kunnen. We hadden geboekt voor die van 18.00 uur, maar je kunt het altijd proberen.

Toen we daar in de rij stonden gingen er nogal wat vrachtauto's mee, dus een plekje voor onze camper bleek er niet in te zitten. Er waren trouwens nog meerdere voertuigen die niet geboekt hadden en niet mee konden.

Uiteindelijk zijn we om 17.40 uur de ferry opgereden en om 18.00 uur vertrok deze richting Kennacraig. Aan boord hebben we nog een Fish and Chips en een Pie gegeten. Lekker makkelijk, dan kunnen we straks nog even doorrijden.

Om 20.15 uur verlaten we de ferry in Kennacraig en rijden over de A83 via Tarbert in noordelijke richting. Bij Lochgilphead kunnen we weer voor een redelijke prijs tanken, want op de eilanden was het niet te betalen (£ 1,55 per liter).

Daarna rijden we door naar Inveraray, waar we moeite hebben om een plaatsje te vinden. Overal staan op de parkeerplaatsen borden dat je daar niet mag staan met vrachtauto's, campers en caravans. Op de grote parkeerplaats “no overnight parking”. Tenslotte hebben een plaats buiten het centrum van dit kleine stadje gevonden met uitzicht op het laatste stukje van Loch Fyne, een zout water Loch.

Plaats:       Inveraray.                                                                                                       Positie:56.13.31N 05.04.38W

Km.stand: 99053

Gereden:  111 km.

 

Woensdag 23 juni 2011.

Vandaag was het weer een bewolkte dag, maar gelukkig droog. We rijden over de mooie A83 richting Tarbet (niet te verwarren met Tarbert). Er is meer verkeer dan we de laatste tijd gewend waren, maar het uitzicht is weer prachtig. Bij Tarbet stuiten we op de A82 en rijden richting Glasgow. Omdat ik nog nieuwe Ghillie Broques (schoenen voor Schotse outfit) moet hebben en nergens deze kon vinden (met een rubberen zool, want die wilde ik hebben) besluiten we Glasgow in te rijden. Ik had een adres van een winkel en die was midden in het centrum. Met enige moeite vonden we een parkeerplaats en toen ben ik alleen op stap gegaan. De winkel waar ik dacht dat ik kon slagen, had ze niet. Met een nieuw adres rijden we verder door het centrum. Geen parkeerplaats, dan maar even langs de enkele gele streep staan. Mag niet, maar anderen doen het ook, dus....

Ook hier slaag ik niet en na de 3e poging krijg ik het adres door van The Piping Centre. Daar rijden we naar toe en inderdaad hier slaag ik.

Daarna rijden we de stad weer uit en proberen nog enkele kilometers te maken, dus nemen we de M8, een motorway, die we bij afslag 6 weer verlaten. Wat een gejakker. We rijden nu over de A73 tot aan Carluke, dan de A721 en bij Blyth Bridge komen we op de A72. Als we om 18.00 uur Peebles binnenrijden zien we meteen een parkeerplaats waar al een camper staat.

We zijn hier gaan staan en binnen een half uur stond de hele parkeerplaats vol. Iedereen die hier ging parkeren liep richting het centrum. Zeker wat te doen.

Bleek dat er het jaarlijkse Festival Week aan de gang was. Ieder jaar wordt er een week lang het traditionele feest georganiseerd, waarbij vanavond een paardenrace gehouden zou worden. Voorafgegaan door de plaatselijke doedelzakband rijden ongeveer 75 paarden met berijders in allerlei leeftijden door het dorp en dan rijden de paarden over de heuvels buiten Peebles, keren terug door de rivier en gaan dan een parcours racen om de prijzen.

We zien de paarden een paar keer aan onze camper voorbijrijden. Mooi gezicht. Later op de avond is er op het marktplein in Peebles nog een dans uitgevoerd door enkele berijders en begeleid door de doedelzakband. We lopen naar het centrum en kijken naar de dansen en luisteren naar de muziek, maar als het begint te miezeren besluiten we om naar de camper terug te lopen.

Plaats:      Peebles.                                                                                                               Positie: 55.39.10N 03.12.08W

Km.stand: 99236

Gereden:  183 km.

 

Donderdag 23 juni 2011.

Met een waterig zonnetje leggen we de laatste kilometers af richting Newcastle.

We volgen de A72 door de Tweed Valley, die we op de heenweg ook al hadden gereden, maar gaan nu richting Selkirk. Daarna nemen we een stukje A7 en bij Hawick doen we bij Morrison de laatste boodschappen voor thuis en voor de kinderen. Haggis, Lemon Curd en Shortbread. Na Hawick rijden we over de A6088 binnendoor naar Carter Bar, de grens met Engeland. De oude doedelzakspeler die we op de heenweg ook al zagen staat te spelen, want er stopte net een bus met toeristen en dat is business voor hem. Over de A68 en de A696 rijden we verder richting Tynemouth, waar we om 15.30 uur aankomen.

Er staan behalve een paar campers en auto's heel veel motorrijders in de rij voor de ferry.

Da's waar ook, morgen begint de TT in Assen, reden waarom ik de vakantie moest “afbreken”. Mooi gezicht al die motoren. Om 16.30 uur rijden we de ferry op, krijgen een plaatsje toegewezen door een DFDS medewerker en als ik hem vriendelijk vraag of morgen de camper gewassen is als we van boord rijden, vindt hij dit niet leuk. Nou ja, dan moet ik hem zelf maar wassen.

We zoeken onze hut op en boffen, want die is helemaal aan de voorzijde van de scheepsaccomodatie. We kijken dus uit op het voordek.

Als we vertrekken, is het weer helemaal bewolkt en begint het te miezeren, tijd dus om naar huis te gaan.

Plaats:      hut 8004

Km.stand: 99410.

Gereden:  174 km

 

 

 

Vrijdag 24 juni 2011.

Om 10.00 uur Nederlandse tijd rijden we van de ferry af en verlaten Ijmuiden. We krijgen een bui op ons dak, zo erg hebben we het in Schotland niet gehad. We rijden ook nu weer over de Afsluitdijk en gaan via Drachten om even bij schoonmoe langs te gaan.

Om 16.30 uur zijn we uiteindelijk thuis.

De kilometerteller staat op 99621 km. Dat wil zeggen dat we 3391 kilometers hebben gereden. Voor onze doen valt dat mee, gemiddeld doen we 4500 km op een vakantie.

 

Schotland blijft een mooi land, vooral als je van natuur houdt. De mensen zijn ontzettend vriendelijk en willen je graag helpen. Het is toch geweldig dat je ergens komt (Jura) en je wordt meteen uitgenodigd om op een bruiloftsfeest te komen? Je kunt met de camper (bijna) overal staan en het is nooit een probleem geweest om een veilige plek voor de nacht te vinden. Gedurende deze 4 weken hebben we slechts 1 keer, 3 dagen, op een camping gestaan, maar alleen omdat we een wasmachine nodig hadden en we daar kennissen hadden wonen.

De midges vielen mee, maar we hebben ook van Avon een spray gekocht, die echt helpt.

Ja, en dan het weer. We hebben geen hinder ondervonden als het een keertje regende of als het bewolkt was. We kunnen zeggen, dat het op een paar dagen na, bijzonder mooi Schots weer was. Vorig jaar wilden we de zon op zoeken en hadden 3 weken regen in Portugal. Dit jaar gingen we naar Schotland en kregen wat ze beloofd hadden.

Schotland blijft voor bij ons op de lijst staan.

 

 

 

Vakantie Schotland 2014.

Vrijdag 13 juni 2014.

Km.stand vertrek 11058

Dag van vertrek naar Schotland en wel omstreeks 11.30 uur. We rijden rechtstreeks naar IJmuiden en doen onderweg nog enkele boodschappen. In IJmuiden nog even aftanken en we kunnen binnen 20 minuten na aankomst de boot op. Het is dan 15.45 uur. Het is lekker weer en nadat we de (binnen)hut hadden opgezocht zijn we even rondgelopen op het dek en bleven we hangen op dek 10 waar een buitenbar was. Mijn eerste lekkere Engelse biertje. Om 17.15 uur vertrokken we uiteindelijk en toen we Nederland een heel eind achter ons hadden gelaten zijn we gaan kijken wat we konden eten op deze ferry. We besluiten om het lopend buffet te nemen, allerlei verschillende gerechten waaruit je kon kiezen voor een prijs die een 4 sterrenrestaurant niet zou misstaan. Maar we kunnen geen kant op, dus toe maar. Het was in ieder geval erg lekker allemaal. Nog even kijken in de voormalige taxfree shop, want taxfree is het allang niet meer. Ik koop whisky thuis goedkoper als hier taxfree, dus laten we de whisky voor wat het is.

Km.stand: 11268                                                                                                          Gereden : 210 km.

 

Zaterdag 14 juni 2014.

Ja, dat hadden ze al voorspeld, vandaag zou in Engeland het een bewolkte dag zijn en dat was ook zo. Maar in ieder geval droog. Ik dacht dat de ferry om 07.00 uur aan zou komen, maar dat werd pas 09.00 uur, had ik mij dus op verkeken met onze afspraak met Ian. een kennis van het Engelse forum.

Om 09.15 uur kunnen we de ferry afrijden, en zoeken meteen een parkeerplek op om te kunnen ontbijten. Links rijden gaat vanzelf, de eerste rotonde even uitkijken en daarna gaat alles als vanouds. Na het ontbijt rijden we naar de A1 en volgen die in richting Berwick-upon-Tweed. Vlak daarvoor bij het plaatsje Scremerston gaan we richting de kust en volgen de borden naar Cockburnlaw Beach. Hier was een zogenaamde “wilding spot”, een plaats waar je met de camper kunt staan. Hier ontmoeten we Ian en ook Jim en zijn vrouw Ann, die ook lid van het forum waren. Aangezien het vandaag hier aardig druk was stelde Ian voor om naar zijn ideale plekje te gaan, Abbey st. Bathans, dat net over de grens in Schotland lag. Jim en Ann zouden later ook hier naar toe komen.

We volgen Ian naar het gehuchtje dat 40 km. verderop lag. Hij scheurt over de smalle weggetjes en wij proberen hem te volgen en geven het dan op. Gelukkig houd hij ons in de gaten en gaat daarna ook langzamer rijden. Uiteindelijk komen we in het gehuchtje Abbey St. Bathans aan. Vroeger was hier op de berg een klooster, nu is het nog slechts een klein gehuchtje met een kerkje, enkele boerderijen, een houtzagerij, een forrellenkwekerij en een restaurantje. We staan achter de voormalige houtzagerij en restaurant, praktisch aan het riviertje de Whiteadder. Wat een rust hier, je hoort alleen maar het ruisen van het riviertje.

Na de lunch gaan we met Ian een wandeling maken naar een Edinns Hall Broch die 3 km. verderop ligt. Een Broch is een voormalige behuizing van de eerste bewoners van Scotland zo’n 2000 jaar geleden. In feite was dit vroeger een ronde woontoren, waar diverse families in woonden met hun vee. Nu zie je de fundaties, dikke muren waren dat geweest, gemaakt van de stenen die hier in de buurt lagen. Een mooie wandeling en onderweg liet Ian zien,  (hij is echt een natuurmens) welke planten je kon eten en welke planten knolletjes hadden die ook eetbaar waren. Natuurlijk hebben we die even uitgeprobeerd en het smaakte naar hazelnoten. Lekker dus. De wandeling was mooi, niet te lang, gewoon goed om even de benen te strekken.

De eigenaresse van onze camperplek kwam het omliggende gras maaien en die heb ik even een paar Nederlandse klompjes gegeven, wat ze een aardige geste vond. Gewoon een steekpenning dus. Na het eten (sla uit buurmans tuin) hebben we met z’n allen nog even buiten gezeten en een klein vuurkorfje aangemaakt tot de midges de overhand aannamen en het te koud werd. Het was opnieuw een mooie dag, we hadden een paar spetters regen, maar verder droog en een lekkere temperatuur.

Plaats       :  Abbey St. Bathans                                                                                           Km. stand: 11415                                                                                                         Gereden  : 147 km.

 Abbey St. Bathans.

Zondag 15 juni 2014.

Hert was weer bewolkt, maar het is de hele dag praktisch droog gebleven. We hebben genoten van de stilte en de rust, een boekje gelezen etc. en na de lunch zijn we met Ian weer een wandeling gaan maken. Hij  heeft hier vroeger gewoond en kent het gebied goed. We vroegen om een wandeling van ongeveer 8 km, aangezien we onze spiertjes nog even wilden laten wennen. IN ieder geval werd het een wandeling van bijna 4 uur en dus zo’n 15 km. Voldaan, maar doodop kwamen we weer terug. Mooie wandeling door de Schotse Lowlands. Na het eten waren we zodanig uitgeblust, dat we lekker in de camper zijn blijven hangen tot het lampje uitging.

 

Maandag 16 juni 2014.

Tijd om weer te gaan zwerven. Het was vandaag zonnig en een beetje wind, maar zeer aangenaam. We zijn om 09.30 uur vertrokken vanuit Abbey St. Bathans, een plaatsje waar we zeker zullen terugkomen, vanwege de rust. Via allerlei binnendoor weggetjes rijden we naar Cockburnspath en komen daarna weer op de A1. Voor Dunbar verlaten we de A1 en rijden over de A1087 naar Dunbar. Aan het haventje, wat vanwege het lage tij helemaal droog staat, drinken we onze koffie. Een inwoner van Dunbar heeft vroeger (lang geleden dus) de schroef van de motorschepen ontwikkeld en geperfectioniseerd. Aan de kop van de haven staat een ruine van een burcht, dat nu ingenomen is door honderden zeemeeuwen die hier nestelen. Een gekrijs alom.

Na Dunbar rijden we over de A198 langs de kust naar Edinburgh en rijden zo door allerlei stadjes  als North Berwick, Aberlady en Musselburgh. We zoeken een parkeerplaats om een boterhammetje te eten, maar overal hoogte barriers op de parkeerplaatsen. We rijden bovenlangs Edinburgh en vinden geen geschikte parkeerplaats. Uiteindelijk komen we op de A90/M9 en rijden via de Forthbridge het water over bij North Queensferry vinden we een parkeerplaats van een museum waar we om 13.30 uur eindelijk een boterhammetje kunnen eten.

Aangezien we nodig het toiletje moeten legen zoeken we de parkeerplaats op waar een toilet is. Hier betaal je 30 pence en dan gaat de deur open. Als je het “pand” weer verlaat wordt alles helemaal gereinigd en ontsmet. Na 2x 30 pence is meeste shit geleegd en kunnen we verder. We rijden langs de kust over de A921 via Burntisland naar Kirkaldy. Hier doen we bij een Morrison supermarkt een paar boodschappen (Ledaig whisky 18,65 pond = 22,35 Euro = goedkoop) en tanken we de camper even af. Daarna rijden we verder, nu over de A955 via Wemys, Buckhaven en Elie. We zoeken een plaatsje om te overnachten, maar overal vinden we bordjes met NO OVERNIGHT CAMPING. Elie, St Moanans, Pittenweem, allerlei plaatsjes met kleine haventjes, maar nergens mag je meer staan om de nacht door te brengen. In Anstruther hetzelfde verhaal. Daarna rijden we door het dorpje Anstruther met z’n zeer smalle straatjes, waar ook nog auto’s geparkeerd staan naar een volgend adres. Heel voorzichtig, want we kunnen niet meer keren. We moeten dus wel doorrijden en uiteindelijk komen we bij de zeezijde van het dorpje en vinden een parkeerplaats waar al een camper staat. Hier kunnen we mooi staan en hoe we morgen door het dorpje met z’n smalle straatjes weer verder kunnen zien we wel weer. Prachtig uitzicht met een lekker zonnetje genieten we van deze 3e dag in Schotland.

Plaats       : Cellardyke near Anstruther                                                                                 Km. stand: 11601                                                                                                      Gereden  : 186 km.

Dinsdag 17 juni 2014.

We werden gewekt door een lekker zonnetje aan het verlaten doodlopende weggetje, wringen ons weer door de nauwe straatjes terug naar de hoofdweg de A917. Crail is een schilderachtig vissersstadje, althans, dat wist ik me van 30 jaar geleden nog te herinneren. Schilderachtig was het nog wel, maar de haven lag er praktisch verlaten en door het getij droog bij. Na Crail stoppen we in St. Andrews en gaan na de lunch kijken bij de restanten van St. Andrews Cathedral. St.Andrews is hierom bekend, maar ook vanwege de golf links en als studentenstad. We kunnen de camper vlakbij de restanten van de kathedraal parkeren en maken een wandeling door dit deel van de stad.

Vervolgens gaan we weer rijden en het is warm in de camper, buiten schijnt regelmatig de zon en dan hebben we weer van die donkere wolken, maar het blijft droog. We rijden nu over de A91 en bij Newport on Tay gaan we de rivier de Tay over en onderlangs Dundee vervolgen we weer langs de kust tot Broughty Ferry. Dit plaatsje ligt aan de Firth of Tay en op de parkeerplaats aan de haven tegenover het kasteel zoeken we een plekje voor de nacht en staan hier lekker in het zonnetje. Na het eten slenteren we wat door het plaatsje en duiken een leuk kroegje in om daar wat te drinken.  Als we terugkomen bij de camper zijn enkele jongelui een beetje luidruchtig en stoer met hun knalpijp autootjes aanwezig en die houden ons tot 23.30 uur bezig.

Plaats      : Broughty Ferry.                                                                                         Km.stand: 11662.                                                                                                             Gereden :  61 km.

 

Woensdag 18 juni 2014.

Als we wakker worden is het grijs weer, maar gelukkig wel droog. Om 09.00 uur rijden we weer en nu over de A930 naar Arbroath en dan via de A92 naar Montrose, een haven voor de offshore schepen. Na de koffie die we hier aan de oever van de River South Esk drinken, rijden we verder langs de kust over de A92 via Stonehaven en dan de A90 naar Aberdeen. Hier wilden we eigenlijk weer een wandeling door het havengedeelte van de stad maken, maar kunnen geen geschikte parkeerplek vinden, dus rijden we verder noordwaarts. Bij Balmedie zoeken we een plek bijna bij het strand, maar als we dicht aan de kust zijn, is het ook wat mistig.

Als we weer verder rijden is het weer afwisselend zonnig en dan weer mistig. Bij  Cruden Bay zou een mooi camperplekje aan de haven zijn, maar toen we daar kwamen was het mistig en konden we niets zien, dan maar doorrijden. Bij Peterhead moeten we een stukje omrijden, want vlak voor ons was een ongeluk gebeurd en lag er nog een persoon op straat. Ambulance erbij etc. dus verder rijden. Voorbij Crimond op de A90 gaan we rechtsaf over de B9033 naar St. Combs en gaan alle camperplekjes af die op mijn lijst stonden om te zien of we hier konden overnachten. Daarna rijden we door Fraserburgh, ook een vissersplaats. Na deze plaats rijden we over de B9031 langs de kust westwaards en in het kleine plaatsje Rosehearthy vinden we een plekje met uitzicht over zee. De plaatselijke jeugd vermaakt zich goed in het koude water, maar daarom dragen ze ook wetsuits. De mist en zon wisselen elkaar nog steeds af, tot het wat harder begint te waaien. Na het eten nog even een wandeling door het dorpje, maar omdat er gitzwarte wolken tevoorschijn komen duiken we al gauw de camper in, maar de regen blijft uit. Wel gaat het harder waaien en de wind is gedraaid, dus zet ik de camper ook met de kop op de wind.

Plaats        : Rosehearthy.                                                                                                    Km. stand : 11879                                                                                                                Gereden   : 217 km.

 

Donderdag 19 juni 2014.

Omstreeks 03.00 uur waaide het zo hard dat de camper bleef schudden en ik geen oog dicht meer deed, dus na enig mislukte pogingen om opnieuw te slapen, de kleren aangedaan en de camper verplaatst iets verder van de zee af en geparkeerd bij de golfclub. Veel heeft het niet uitgehaald, want het bleef hard waaien. Wel was het om 03.00 uur al helemaal licht.

Omdat we toch niet konden slapen zaten we om 07.00 uur al aan het ontbijt en om 07.30 uur zijn we vertrokken. We volgen de door bordjes aangegeven Coastel Route in westelijke richting en komen via de A9031 door allerlei leuke kleine havenplaatsjes zoals Pennan en Gardenstown. Dit laatste plaatsje is alleen maar te bereiken via een smalle weg die stijl naar beneden loopt. In het plaatsje ze;lf staan natuurlijk weer auto’s geparkeerd, daar waar ik ze net niet wilde hebben, maar het lukt ons toch om zonder schade beneden te komen bij het haventje. Hier maken we wat foto’s en rijden al snel weer helemaal naar boven, want stel je voor dat het drukker gaat worden en er tegenliggers komen. Moet er niet aan denken. Daarna doen we plaatsjes aan zoals MacDuff en Banf. Deze plaatsjes liggen tegenover elkaar aan de river Deveron. In Banf staat het Duff House, een mooi statig huis uit 17 zoveel in een heel mooi park. Het gaat pas om 11.00 uur open, maar die oude meuk hoeven we niet van binnen te bekijken. Van buiten is het gebouw prachtig. We maken een wandeling door het park, waar zich een Ice House bevindt, waar men vroeger het voedsel koud hield en een mausoleum. Hierna zetten we de camper neer op een parkeerplaats in het stad zelf en maken hier een wandeling langs allerlei  markante gebouwen waarvan we in een boekje een beschrijving vonden. In Portsoy , aan de B9139 zien we een shop met marmeren kunst en kitsch en lezen we dat vroeger hier veel marmer werd verwerkt. Na Portsoy zien we aan de A98 een bord van een distilleerderij met de naam Glenglassaugh. Ik ken veel whiskynamen, maar deze zei mij totaal niets, dus moest ik even afslaan richting het visitor centre van deze distilleerderij. Blijkt dat dit een hele oude distilleerderij was, die in 1965 is gesloten en nu door een Nederlandse onderneming in 2008 weer  nieuw leven is ingeblazen. Er waren nog veel vaten met oude whisky, die zijn sinds 2008 dus gebottled en komen nu voor een zacht prijsje van rond de 200 en 300 pond op de markt. De nieuwe whisky, dus slechts 5 jaar oud, kost per fles ook al 35 pond, dus heb ik maar twee miniatuurtjes meegenomen. Ik wil eerst weten of ik die wel lekker vind. Toen ik vertelde dat ik een stukje zou schrijven voor een Nederlands whiskyblad over mijn ontdekking (want ik had hier zelf nog niets over gelezen) kreeg ik een boek over de geschiedenis van deze distilleerderij, een uitgave die geschreven was in 2008 vanwege de heropening van het bedrijf.

Na dit bezoekje rijden we verder langs de kustroute, langs haventjes zoals Cullen aan het gelijknamige Cullen Bay, Portknockie, Findochty, Portessie, Bucky en belanden tenslotte bij Portgordon op een plekje bij het bijna verlaten haventje. Vanaf een uurtje of 11 hebben we zon gehad en af en toe wat bewolking. Wederom een mooie dag dus.

Plaats       :  Portgordon                                                                                                       Km. stand: 11961.                                                                                                      Gereden  : 82 km.

 

Vrijdag 20 juni 2014.

Na het ontbijt maar op pad en rijden we over de A98 en de A96 naar Elgin, een grotere plaats, waar ook een ruine van een kathedraal staat die we willen bezoeken. Er staat een groot hek omheen omdat je 7 Pond moet betalen om er in te komen, en dan zie je precies hetzelfde als van buiten het hek, alleen sta je dan 2 meter dichterbij. We lopen een rondje om de kathedraal en hebben het al gauw gezien. St. Andrews was mooier en beter onderhouden als ouwe meuk.

In Elgin zoeken we nog een supermarkt op, want morgen gaan we barbequen met een groep camperaars. Na de supermarkt rijden we de stad uit en via de A96 naar Auldearn, waar we deze weg verlaten en over de B9101 via Cawdor (hier staat het bekende Cawdor Castle) naar de B851. Deze single track road volgen we lange tijd, kruisen de A9 en vervolgen de weg via Tombreck naar Croachy. Over de smalle weg rijdt een gewone bus voor ons met een noodvaart en regelmatig duikt deze dan weer een passing place in om een voertuig van de andere kant te laten passeren. Als we de bus in de gaten houden, worden we dus gewaarschuwd voor naderend verkeer.

Uiteindelijk zijn we omstreeks 16.30 uur bij Brin Herb Nursery, een camperplaats van een medecamperaar van het wilding forum. Hier hadden we dit weekend afgesproken met 2 andere Nederlandse camperaars en enkele Britse camperaars. We zijn nog niet de laatsten en maken kennis met degenen die we nog niet kennen, dan wel kennen via het forum, maar nog nooit hebben ontmoet. Twee campers die we vorige week al hadden ontmoet zijn er ook weer. Morgen komen er weer twee campers, zodat we in totaal met 10 campers op het veld staan.

’s Avonds eten we met z’n allen, iedereen heeft een streekgerecht meegenomen uit de omgeving waar hij vandaan komt. Wij hadden erwtensoep meegenomen met extra rookworst en spekkies en roggebrood met spek. Dit werd erg gewaardeerd door de overigen. Anderen hadden weer een pie meegenomen, Groninger koek en andere gerechten. Heel gezellig en leuk om het met elkaar te delen. Toen de wind er mee ophield kregen we bezoek van de midges, dus iedereen liep te krabben en probeerde een of andere Highland Dance uit te voeren. Gelukkig had ik al van te voeren op de doedelzak gespeeld, anders was er niets van terechtgekomen. Na 23.00 uur toen het ook wat begon te motregenen zocht iedereen zijn (eigen) camper op.

Plaats       : Croachy.                                                                                                              Km. stand: 12072                                                                                                                Gereden  : 111 km.

 

Zaterdag 21 juni 2014.

Het is vandaag bewolkt en af en toe miezert het wat. We gaan met 6 personen met de lokale bus naar Inverness. Er gaat maar 1 bus heen om 11.40 uur en terug om 16.20 uur, veel keus hebben we dus niet, maar als we om 12.15 uur in Inverness zijn hebben we tijd genoeg om eens rond te kijken. Deze stad kennen we al, maar nu kunnen we een bepaalde route door de stad volgen en bijzondere gebouwen aanschouwen. Uiteraard ook de verschillende toeristische winkeltjes in de overdekte Victorian Market. Het kasteel wat nu de rechtbank is valt een beetje tegen, maar verder is het leuk in Inverness, een doedelzakspeler en een paar andere muzikanten luisteren het geheel op en we eten een lekkere pastei waar Schotland zo bekend om staat. Marks en Spencer wordt ook bezocht en gelukkig heeft Liesbeth haar eigen pinpas. Om 16.20 uur gaan we met dezelfde bus weer terug en zetten we de barbecue op. Gelukkig blijft het droog. We hadden gedacht aan een voorafje en dat werd roggebrood met zure haring en uitjes. We hadden een pot zuren haring meegenomen en die gaat nu op. De camper wordt steeds lichter.  Als de BBQ goed brand wordt het vlees erop gelegd, maar het gaat veel te hard, want het vuur is behoorlijk heet. Ik gebruik aluminium bakjes, dus ons vlees is niet aangebrand, de anderen hebben vlees met een zwarte korst.

Na de BBQ worden oude takken, pallets etc. aangesleept en wordt er een vuurtje gestookt. Het natte hout zorgt voor de rook die de ijverige midges verdrijven. Een van de vandaag aangekomen camperaars, een behoorlijke maat vrachtwagenchauffeur, toont mij zijn whisky verzameling die hij in zijn camper heeft meegenomen. Als ik zijn verzameling vergelijk met die van mij ben ik een kleine jongen, maar gelukkig groot genoeg om ze allemaal te proberen. En dat hebben we ook gedaan. Whisky uit Nieuw Zeeland, uit Finland en natuurlijk ook speciale uit Schotland. Leuk om de verschillende smaken te mogen proberen. Als de meesten naar bed gaan omdat het blijft miezeren, blijven de echte whiskyliefhebbers nog even nagenieten onder twee partytenten. Tenslotte is het vandaag de langste dag van het jaar. Om 24.00 uur is het nog niet helemaal donker en dat gaat het ook niet worden.

Zondag 22 juni 2014.

Het is vandaag koud en het miezert regelmatig. Een van de Schotse camperaars is een fanatiek wandelaarster en geo cacher. Wie niet weet wat geo-caching is moet maar even googelen. Ik had haar gevraagd of zij dit met ons wilde doen, dus met zo’n 8 personen zijn we op pad gegaan en heeft ze ons uitgelegd hoe het werkte en hebben we 5 caches opgezocht. Het is een Schotse jongedame van 30 jaar met echt Schots rood haar en ze loopt als een hinde voor een aantal 60 plussers uit. We kunnen haar nauwelijks bijhouden, maar hebben veel plezier. Af en toe miezert het wat maar dat mag de pret niet drukken. Als we terug zijn bij de camper en wij aan de koffie zitten, zie ik haar even later weer op stap gaan met iemand anders met wie ze de steile top van een berg ging beklimmen. Aangezien ik ook mee wilde en zij mij kennelijk vergeten was, slurp ik m’n koffie naar binnen en haal ze na 20 minuten in en dan pas gaan we de bult op. Op een gegeven moment is er geen pad meer en lopen we gewoon over de hei naar boven en dat gaat best steil. Kost behoorlijk wat energie, maar gelukkig heeft onze rooie Schotse er ook een beetje moeite mee. Na een behoorlijke lastige klim zijn we boven en hebben een prachtig uitzicht over het dal en de camperplaats. Na enig aandachttrekken zien ze ons beneden ook. Daarna gaan we weer terug, wat ook intensief is, want je weet niet of je je voet op een heidepol zet of een heidetak, waardoor je lelijk terecht kunt komen.

Als we terug zijn ga ik gewapend met schep en riek naar het weiland naast MagBrin om mijn troffee op te graven. In 2011 toen we hier ook waren, lag er een verse dode ree langs de kant van de weg en aangezien die een mooi stel horens op de kop had, heb ik de kop er afgehakt, de kop met gewei begraven om hem kaal te laten vreten door de wurmpjes en om hem nu kaal mee te nemen. Ik dacht de plek nog goed gemarkeerd te hebben met een bult stenen, ben 1,5 uur bezig geweest, maar kon het niet meer vinden. De plek was toen kaal en nu overal hoog gras, dus dan is het zoeken naar een speld in een hooiberg, want stenen lagen er ook overal. Jammer dan.

’s Avonds had een van de Engelse camperaars een quiz gemaakt met als hoofdprijs een fles whisky. Een groot deel van de camperaars deed aan de quiz mee, maar sommige vragen konden wij niets mee. De winnaar van de quiz, een Engelsman deed de fles in de verkoop en hierop mochten wij bieden, want de opbrengst was voor de organisator van de quiz, die geld aan het ophalen was voor een reddingshelikopter. Aangezien ik dit een leuk idee vond om de opbrengst te besteden aan dit goede doel, en de whisky een lekkere was, heb ik ook geboden en tenslotte had ik voor een goede prijs een goede whisky.

 

Maandag 23 juni 2014.

Het is vandaag droog en om 10.00 uur hebben we eerst met een aantal mensen van het forum even een gesprek over de website waar wij aan meewerken, motorhomingwild.org. Hierna gaat iedereen langzamerhand vertrekken en wij blijven nog even ons broodje hier eten en gaan dan ook weer op pad. We rijden met miezerweer naar Inverness waar we nog even aftanken (in de Highlands is de diesel stukken duurder) en boodschappen doen. Na Inverness gaan we over de Kessock Bridge en volgen de A9 en gaan dan over de B9161 naar Munlochy en dan over de A832  via Avoch naar Fortrose. Het is nu lekker zonnig weer. We wijken even af naar Chanonry Point in de hoop daar een plekje te vinden, maar daar is het druk op de parkeerplaats bij de vuurtoren en je mag er niet overnachten. Wel zien we in de verte nog twee dolfijnen zwemmen. Via Rosemarkie gaan we verder naar Cromarty en hier vinden we aan het water, de Cromarty Firth een fantastische plek. Een grasveld met uitzicht over de baai. Er staan al een paar campers en er is plek zat, dus sluiten we ons gewoon aan. Na het eten en een hevige regenbui is het weer droog en besluiten we even door het plaatsje te lopen. We ontdekken een wandelroute langs de kust en aangezien het plaatsje er zo leuk uitziet en de plek waar we staan fantastisch is, besluiten we hier nog langer te blijven staan en gaan slapen met de branding als achtergrondmuziek.

Plaats       : Cromarty.                                                                                                           Km. stand: 12135.                                                                                                       Gereden  : 63 km.

 

Dinsdag 24 juni 2014.

We worden wakker en zien een stralend blauwe lucht en gaan na de koffie onze wandeling naar de South Sutors. We lopen een smal pad langs de kust en dan langzaam omhoog. We zien enkele bunkers en hadden al gelezen dat de Cromarty Firth in beide wereldoorlogen een thuisbasis was voor de Britse Marine. Er schijnt hier een heel ondergronds bunkercomplex te zijn, maar op de grond van een particulier en die wil niet dat je op het terrein komt, dus zien wij er verder niets van. Na een behoorlijke klim zijn we nu weer op de weg (een smalle weg) aangekomen en lopen zo weer langzaam afdalend terug naar Cromarty.

‘s Middags ga ik nog naar het museum waar uitleg wordt gegeven over de historie van Cromarty. Deze plaats heeft een bloeiperiode gehad in de haringvisserij, maar ging ten onder door concurrentie met de Nederlanders. Ook ander pogingen tot bloei mislukten, dus zijn vele inwoners vertrokken naar Amerika en Australie voor een betere toekomst. Als ik weer op straat loop hoor ik in de verte een doedelzak, dus daar moet ik het mijne van weten. Bij een klein gebouwtje zie ik een ouder persoon een jongetje van een jaar of 8 practice chanter les geven. Daarna pakt hij de doedelzak en doet een poging. Als ik vraag of er nog meerdere doedelzakspelers komen, komt er een dominee of soortgelijk iemand met een enorme buik in korte broek, maar wel met zijn priesterslabbetje om naar mij toe en begint een praatje. Of ik ook doedelzak speel. Ja, tegen een priester mag je niet liegen, dus vroeg hij of ik ook een doedelzak bij mij had en mee wilde spelen. Ik heb dus mijn doedelzak opgehaald en even meegespeeld. Later nog even twee deuntjes met alleen met Broeder Tuck gespeeld en over mijn hobby gesproken en niet over die van hem.

 

Woensdag 25 juni 2014.

Vandaag begon de dag weer grijs, maar tussendoor hadden we toch echt de zon. Regen hebben we niet gehad de afgelopen dagen. We gaan weer rijden en via de B9163 verlaten we het Black Isle en steken de Cromarty Firth over. We slaan linksaf en rijden naar Dingwall, want hier hadden we een wandeling gezien op internet. Een mooie rustige wandeling langs het Tulloch Castle, dat nu een hotel is. Na de wandeling ( in een lekker zonnetje) doen we nog een paar boodschappen en rijden we een stukje over de A9 in Noordelijke richting en bij Alness gaan we over de B817 via Invergordon en Barbaraville naar Balnapaling, een plaatsje dat tegenover Cromarty ligt aan de andere kant van de baai dus. We hadden ook het veerpontje kunnen nemen, maar dan hadden we de mooie wandeling in Dingwall gemist. Dit deel staat bekend om zijn Pictische grondslag. Her en der staan grote stenen waar de Picten diverse afbeeldingen hebben gegraveerd. In het plaatsje Nigg, in de hele oude kerk, staat zo’n steen, dus gaan we die even bekijken. Daarna rijden we het kleine ongenummerde singletrack weggetje verder en belanden tenslotte in Balintore, een plaatsje met een klein haventje en enkele parkeer/picknickplaatsen waar vandaan we een prachtig uitzicht hebben over de zee en de woeste golven, dus besluiten we hier te blijven staan. Twee uur later strijkt er ook nog een duitse camper naast ons neer.

Plaats       : Balintore                                                                                                               Km. stand: 12234                                                                                                                         Gereden  : 99 km.

 

Donderdag 26 juni 2014.

Vandaag weer zonovergoten weer. Geweldig. Het is wel fris door de zeewind, maar dat maakt niets uit. We rijden over de B9165 via Portmahomack naar Tarbert Ness, het uiterste landpuntje hier. Er staat een grote vuurtoren en we maken een korte wandeling. Daarna rijden we terug naar Portmahomack en staan op een parkeerplaats aan de kust voor de lunch. Eigenlijk willen we hier wel blijven staan, maar we ontnemen het uitzicht van de huizen waar we voor staan, dus gaan we na een paar uurtje weer verder rijden. Het is inmiddels 16.00 uur en bij een piepklein plaatsje Inver aan de Inver Bay vinden we bij het dorpshuis een parkeerplaats en blijven daar staan in het zonnetje en zien aan de overkant van de Baai Dornoch liggen, waar we binnenkort naar toe gaan.

Plaats       : Inver                                                                                                                                       Km. Km.stand: 12268                                                                                                                                      Gereden  : 34 km.

 

Vrijdag 27 juni 2014.

Van Inver via Tain naar Bonar Bridge en Culrain pp. Frrestry Commission. Grijze dag, maar droog.

 

Zaterdag 28 juni 2014.

Begon grijs, maar later in Dornoch zon. Wandeling gemaakt en toen na de lunch naar Dornoch naar de camping.

Doedelzakband uit Goldspie.

Zondag 29 juni 2014.

 mooi zonnig weer. Gewassen, gefietst naar Embo en bij Fraser kort geweest.’s Avonds bij Neil en Catherine Brownlee. In Pub biertje.

 

Maandag 30 juni 2014.

Vandaag begon de dag grijs, maar dat hindert niet want we wilden verder gaan rijden naar het noorden.

Alles geleegd en weer bijgevuld, zodat we wel weer een aantal dagen vrij kunnen staan. We draaien na Dornoch verlaten te hebben te A9 op en rijden tot aan Helmsdale, een klein plaatsje met haventje. Hier verlaten we de kust en rijden over de A897 via Kildonan Lodge naar Kinbrace. Na Helmsdale wordt deze weg een single track road en we rijden met een gangetje van 50 km. per uur verder langs de rivier Helsmdale. In de buurt van Kilphedir zien we opeens een 8 tal herten met geweldig mooie geweien naar ons staren, dus kijken we een tijdje terug en maken wat foto’s. Deze herten komen steeds vaker voor in Schotland. Bij Kildonan Lodge heeft men vroeger goud gezocht en gevonden en ook nu mag men er nog naar goud gaan zoeken. Het verhaal vertel niet of er ook inderdaad goud gevonden wordt. Bij Kinbrace verlaten we deze weg en gaan linksaf de B871 op richting Bettyhill. Ook deze weg is een single track road en we komen geen enkele auto tegen op dit stuk van 25 km. Op een gegeven moment steekt ma patrijs met 8 jonkies de straat over en daar stoppen we voor. We staan midden op de weg en omdat er toch niemand rijdt, stap ik uit om een foto te maken, want wegvliegen kunnen ze nog niet. En wat denk je, juist ja, als je midden op de weg foto’s staat te maken, komt er inderdaad net een auto aanrijden. Maar ach, haast hebben ze hier toch niet en ik ook niet. Langs deze weg zie je trouwens ook veel overblijfselen, Brochs, uit de tijd van de Picten. Brochs zijn de voormalige woningen van de Picten. Even later zien we ook weer een koppel herten en natuurlijk lopen hier ook veel schapen op de weg. Konijnen zijn hier ook veel, maar die wij zien waren het haasje en liggen platgereden op de weg.

Daarna rijden we langs de rivier de Naver door het dal genaamd Strathnaver en komen dan bij de kust op de A836 uit. We rijden 3 km. oostwaarts om Bettyhill te bekijken, rijden er binnen 2 minuten doorheen want er is niet veel te zien en rijden de andere kant op richting Tongue. De plaatsjes hier zijn miniscuul,  de supermarkt kennen ze hier nog niet, maar elk postkantoor heeft een klein winkeltje met het broodnodige. En als je geluk hebt een benzinepomp, waar je voor de diesel hier in het noord 1.49 betaald, maar dan in ponden gerekend X 1,30, dat neer komt op een kleine 2 Euro per liter en niet in de oude Gallons dus. Na Tongue rijden we over de dam en brug die in de Kyle of Tongue ligt, een inham waar we wel omheen kunnen rijden, maar dit is korter. Na de brug slaan we rechtsaf naar Talmine, waar we een wandeling hadden gevonden op het internet. We zien 3 campers op een miniscule camping staan en dit bleek een adres van onze lijst te zijn en zou 5 Pond per nacht kosten. Het leek ons een goedkope bewaking als wij morgen zouden gaan wandelen, maar deze gedachte werd meteen afgestraft, de prijs was verhoogd naar 16 pond.

De camping was een beetje een rommeltje en de camping beheerster had ze kennelijk niet allemaal op een rijtje, of leefde in een andere wereld, want ze keek je niet aan in het gesprek, ze liep op regenlaarzen die zelfs mij te groot waren en had een shirt aan dat ook de Hulk nog te groot zou zijn geweest. Als we even later lekker in het zonnetje zitten te genieten van ons uitzicht op de baai, zien we haar met een takkensnoeischaar het gras aan de kant van de camping knippen. Niet helemaal sjofel dus, maar we hebben er geen last van.

Plaats      : Talmine.                                                                                                      Km.stand:     12506                                                                                                         Gereden :  155 km.

 

Dinsdag 1 juli 2014.

Stralende dag vandaag, hemelsblauwe lucht en lekker wandelweer.

Om 08.15 staan we al klaar om te gaan wandelen. Dit is geen vakantie dus, maar werken. We lopen eerst naar de haven en dan langs de kust de bult op en dat is dus werken. Voordat je het weet ben je bezweet en de wind koelt je weer af. Maar we hebben geweldig uitzicht, eerst over de Kyle of Tongue en Tongue Bay, later over de zee die boven Schotland ligt (Pentlnad Firth?) De route (van Internet geplukt) brengt ons over de rotsen (niet echt een pad) naar Port Vasgo. Geen haven, maar ruim 250 jaar geleden is hier een schip verongelukt en de overlevenden zijn hier terechtgekomen. De ruines van een paar huisjes markeren de plaats. Hierna komen we op de weg die we een aantal kilometers volgen en dan afslaan naar West Strathan, (drie huizen groot, zonder kerk). Hier houde de weg op en de wandeling voert ons door een heidegebied en komen zo na enkel kilometers weer op de weg bij Talmine uit. Dit rondje as slechts 10 km. maar genoeg met dit mooie weer.

Na de lunch vervolgen we de mooie A838. Prachtig landschap in prachtig weer. Hoge bergen, groen, kaal of met heide, dan weer rijden we om het Loch Eribol heen. Het grootste deel van deze weg is een Single Track Road, we rijden lekker langzaam om alles goed te kunnen zien. Af en toe stoppen we om een paar foto’s te maken van de prachtige omgeving. Tenslotte komen we bij Durness uit en slaan daarna rechtsaf naar Balnakeil. Ook hier start een wandeling die we morgen willen gaan lopen. Balnakeil bestaat uit Balnakeil House, een burchtachtig gebouw, gebouwd rond 1700 en een ruine van een kerk te midden van een begraafplaats en aan het strand. Er is hier een kleine parkeerplaats en door het mooie weer heeft het wat bezoekers getrokken. We kunnen de camper hier niet kwijt, dus wachten we een uurtje en dan gaan er enkele auto’s weg, zodat we met 2 campers overblijven.

We genieten van wederom het mooie uitzicht, over zowel Balnakeil House, de begraafplaats en het mooie strand. ’s Avonds om 22.30 uur zien we de zon toch echt in de zee zakken. We zitten bijna op Schotlands meest noordelijk punt.

Plaats      : Balnakeil.                                                                                                               Km.stand: 12559                                                                                                                                                 Gereden : 53 km.

 

Woensdag 2 juli 2014.

Vandaag is het totaal ander weer. Het is helemaal bewolkt en het woei als en gek. De camper staat dwars op de wind en staat te schudden en wordt meteen gezandstraald. We besluiten dus om een ander plaatsje te zoeken om onze wandeling te beginnen, maar vinden die niet en besluiten naar de volgende wandelbestemming te rijden. We zoeken de A838 uit en rijden weer verder door het onherbergzame gebied. Af en toe woont er ergens ver weg van de doorgaande weg en schapenboer en daar houd het mee op. Met een sukkelgangetje rijden we door Strath Dionard en komen tenslotte bij het gehucht Rhiconich en gaan hier rechtsaf de B801 op naar Kinlochbervie en  Oldshoremore waar de wandeling zou beginnen. Dit zou zijn op een parkeerplaats en als we in Oldshoremore aankomen en de weg volgen naar de parkeerplaats duiken we op deze single track road ineens stijl naar beneden. Keren kun je niet, achteruit rijden wil je niet, dus moet je maar doorrijden. Als we beneden komen wil ik hier de wandeling niet beginnen, want als je na 4 uur wandelen met een koude motor naar boven moet rijden, neen, dat zag ik niet zitten. We drinken koffie en starten de motor weer en rijden terug omhoog. Gelukkig hadden we geen sleep nodig. We rijden de weg dan nog een stukje verder en komen terecht in het gehucht Blairmhor, waar we een parkeerplaats vinden. Hier gaan we beginnen met de route en lopen eerst het stuk langs de weg terug en zoeken het startpunt van de wandeling weer op. We lopen de duinen in en komen terecht bij een hagelwit strand. Het waait nog steeds en hier aan de kust natuurlijk veel harder. De routebeschrijving gaat voor een deel over het strand, maar aangezien het hoog water is, moeten wij naar boven klauteren. De duinen hier zijn een stuk hoger als in Nederland en ook steiler. Als we uiteindelijk bovenkomen is er geen pad te zien en blijkt de route van het type: “zoek het zelf maar uit als je maar niet van de rotsen duvelt”. We slenteren dus boven de rotsen en hei langs de kust en af toe moeten we toch even iets meer landinwaarts gaan lopen. Zonder wind kun je wel langs het randje, maar met windkracht 7 vond ik dit een beetje gevaarlijk. Uiteindelijk is er helemaal geen duidelijk pad meer en zien we een aar huisjes en bereiken zo tenslotte via iemands achtertuin weer op een weg. Daarna lopen we een stuk prettiger weer terug naar de camper. Op het laatste stukje begint het zachtjes te regenen en als we bij de camper zijn houdt dit zachtjes regenen op en begint het harder te regenen. Mooi op tijd binnen dus. Na de lunch besluiten we door te rijden naar Ullapool, 90 km. verderop, maar zien bij Kinlochbervie een mooi plekje aan de haven en aangezien ik nog geen boek uit heb kunnen lezen en nog wat aan dit reisverslag kan bijwerken, besluiten we om hier te blijven voor vannacht.

Plaats       : Kinlochbervie                                                                                                                                    Km. stand: 12606                                                                                                        Gereden  : 47 km.

Donderdag 3 juli 2014.

Vandaag begon de dag heel mooi  met veel zon en gelukkig niet meer zoveel wind. Gistermiddag had ik met een local gesproken en die vertelde mij dat er weer een boottocht was richting de hoogste waterval van Groot Brittanie, de Eas Coul Aulin. Vanaf een hoogte van 200 meter klettert het water in het loch en dat is een spectaculair gezicht. Al jaren probeer ik daar heen te gaan, maar of het is slecht weer, of er is geen bootje beschikbaar omdat het te vroeg in het seizoen is. Drie jaar geleden waren we daar ook al naar Kylesku gereden, waar vandaan de bootjes varen, maar toen bleek dat ze er helemaal mee gestopt waren. Ik had dus weer een kans. Dus ging reden we over de B8011 naar de hoofdweg A838 en vervolgen deze in zuiderlijke richting. Af en toe zien we donkere wolken boven het ruige verlaten landschap en dat maakt Schotland nou net zo mooi. Als we omstreeks 11.00 uur bij Kylesku aankomen, blijkt de boot vandaag niet te gaan vanwege de wind en morgen ook niet. De wind was hier inderdaad toegenomen. Dus weer pech. Over 3 jaar zien we wel weer. Dan maar verder rijden. We genieten toch wel van het mooie uitzicht. Er is ook een wandeltocht naar de waterval, maar dat is 18 km en diezelfde 18 km. moet je weer terug. Doen we dus niet. Na Kylesku heet dezelfde weg A894 en even verderop A837 en voorbij Ledmore wordt dit de A 835. Een hele mooie route die ons tenslotte naar de havenstad Ullapool brengt. Ullapool is een iets grotere stad, waar een iets grotere supermarkt is. Hier is ook een hotel waar we met de camper kunnen overnachten, mits we daar ook eten. Goed plan.  We lopen eerst nog wat door het stadje en bekijken een paar winkeltjes en dan de pub van het hotel in met mijn laptop, want hier hebben ze internet en verbinding met het thuisfront. Daarna lekker eten, Liesbeth allerlei verschillende viskoekjes en ik een Shepard Pie. Heerlijk.

Plaats       : Ullapool.                                                                                                              Km. stand: 12704.                                                                                                            Gereden  : 98 km.

 

Vrijdag 4 juli 2014.

Vannacht is het gaan regenen en behoorlijk waaien. De camper lag aardig te schudden, ondanks dat we op een parkeerplaats stonden achter het hotel. Na het ontbijt gaan we weer verder naar het zuiden en vervolgen over de A835. We passeren de bekende Corrieshalloch Gorge, een inmense kloof, die we vorige keer al hadden overgestoken over de enorme hangbrug. We rijden nu op de A832, die ons op een gegeven moment naar de kust leidt en langs Loch Broom en Gruinard Bay voert. Bij Aultbea zien we een bordje dat er vandaag markt is in het plaatsje. Het regent dat het giet, dus is het marktje in de plaatselijk Village Hall. Als we daar binnen komen zien we 6 kraampjes van lokale craft shops en een handjevol bezoekers. Een beetje zielig zitten ze daar te zitten, dus we kopen een paar mooie kalenders van 2015 en een broodje van de plaatselijk bakker. Hebben ze toch nog 3 kwartjes verdiend. We rijden verder en bij de haven is een picknickplaats aangelegd en daar gaan we staan om een boterham te eten. Als we thee willen zetten, blijkt dat niet te gaan. Ook de koelkast scheidt er mee uit. Het zou kunnen dat het gas op is, maar als ik op de gasmeter kijk, dan zou 1 gasfles nog vol zijn. Kennelijk staan we te schuin zodat het gas niet bij de koelkast en gaspit kan komen. Als we later recht staan, hebben we nog steeds geen gas. LPG is hier niet overal te krijgen, de dichtstbijzijnde pomp is 90 km achter ons in Ullapool. De volgende is in Broadford op Skye en daar moeten we dan maar rechtstreeks naar toe. Onderweg vragen we nog bij een pomp en de eigenar zegt dat er 30 mijl verder in LochCarron ook een LPG pomp is. Mooi, want dat is ook op onze route en niet zo ver als Broadford. We rijden nu over de A832, via Poolewe, Gairloch naar Kinlochewe en slaan bij Achnasheen rechtsaf de A890 op. Als we in LochCarron komen gaan we meteen tanken en na 22 liter zijn beide tanks vol en dus is er iets anders aan de hand, want 2 tanks is 40 liter. Thuis maar weer eens na laten kijken. Nou we hier toch zijn zoeken we de  tartan weverij op in LochCarron en daarna een plekje om te overnachten. Die vinden we in het dorp aan het einde van een woonwijk bij de plaatselijk jachthaven en shinty vereniging. Oh ja, eind van de dag klaarde het weer helemaal en zaten we lekker in het zonnetje in de camper met uitzicht over LochCarron aan het gelijknamige Loch Carron.

Plaats       : LochCarron.                                                                                                        Km. stand: 12879                                                                                                                        Gereden  : 193 km.

 

Zaterdag 5 juli 2014.

Met stralend weer worden we wakker en gaan na het ontbijt meteen weer rijden. We rijden langs het Loch terug naar de A890 en volgen deze verder naar de A87, een hoofdweg die van Fort William naar Kylesku voert. Wij rijden ook richting Kylesku en doen hier nog een paar boodschappen en lopen door het plaatsje. Het is hier tevens het eindpunt van een spoorlijn en ze hebben hier een mooi stationnetje en een klein spoorwegmuseum. Die gaan we even bekijken. De spoorlijnen in Schotland zijn bekend vanwege het mooie uitzicht dat je uit de trein hebt, want je rijdt praktisch de hele weg door het ruige gebied. Ik had het idee om een retourtje naar het noordelijkste punt te nemen, de plaats Wick, ten zuiden van John O’Groats, maar die trip duurt 7,5 uur en je kunt niet op dezelfde dag terug. Naar Inverness duurt maar 2,5 uur en dezelfde dag gaat er nog een trein terug. De kosten vallen ook mee, een retourtje naar Inverness is goedkoper dan een enkeltje Schiphol en daar doen we toch ook 2,5 uur over. Maar op zaterdag of zondag is een retourtje niet mogelijk, dus laten we ons idee maar weer varen. We zoeken de camper weer op en rijden over de brug naar Skye en gaan bij Kealeakin, met uitzicht over het Kyle of Lochalsh een broodje eten met de ruines van Castle Moil voor ons.

Daarna rijden we verder en opeens zien we een weggetje dat ik nog nooit gereden heb. Dit is een single track road die naar Kylerhea voert. Bij Kylerhea gaat nog een kleine ferry terug naar het vasteland. We volgen deze mooie single track road en genieten van het mooie weer en het mooie uitzicht. Op een gegeven moment gaat het steil naar beneden en op deze smalle weg heb je dan geen keus. Je kunt niet achterwaarts omhoog, je kunt niet keren, je kunt alleen naar beneden rijden. Als we beneden komen weet ik 1 ding zeker. Terug gaan is geen optie, dan halen we nooit, zo groot is de helling. Bij het pontje dan maar even vragen. Aan de andere kant is de weg niet zo steil als hier en de overtocht kost maar 20 pond. De keus is al snel gemaakt, omdat de andere opties al verworpen waren. We proberen eerst nog een overnachtingsplekje te vinden in Kylerhea zelf, maar kunnen in dit gehucht nauwelijks keren, dus gaan we met het pontje over. Ook dit ging niet vanzelf. De pont heeft een draaiplateau want het is een eenrichtingspont. Ik rijd schuin de pont op, op aanwijzing van de pontbaas, niet te ver naar voren anders komt het gewicht teveel over het midden van de draaischijf. De overtocht duurt 12 minuten en dan worden we er weer af gedirigeerd. Heel langzaam rijden we de pont weer af en komen dan weer op een single track road. In een baai zien we langs het strand een paar caravans staan en daar vinden we een plekje om te overnachten. Een paar Schotten die daar met een caravan staan vraag ik hoe de weg verder verloopt en zij zijn het er niet over eens of de weg aan deze kant beter te berijden is voor een grote camper of aan de andere kant waar we net vandaan kwamen. Verassing is voor morgen, ik ga nu vast moed indrinken in het zonnetje aan het strand.

Plaats       : Strand Glenelg                                                                                                        Km. stand: 12968.                                                                                                             Gereden: 71 km.

 

Zondag 6 juli 2014.

Vannacht heeft het geregend en ook vanmorgen hebben we regelmatig een bui en dan weer stralende zon.  Met camperkennissen Cor en Diny hadden we op Skye afgesproken. Zij zijn onderweg naar de Outer Hebrides en vertrekken dan vanaf Uig op Skye. Omstreeks 13.00 uur krijgen we een Smsje dat ze via Mallaig-Armadale met de ferry op Skye aankomen, dus wij gaan ook op pad en zien of we deze bult over komen.

De weg lijkt aanzienlijk beter en iets breder als gisteren en langzaam stijgen richting de wolken en de hemel. Voortekenen???? Als we boven zijn ( op de berg) dan hebben we als de wolken weg zijn een prachtig uitzicht over het Loch Duich.  Daarna gaan we steil en slingerend naar beneden, maar de weg is goed en uiteindelijk constant remmend, bereiken we moeder aarde opnieuw en rijden de A87 weer naar Kyle of Lochalsh, waar we gisteren ook al naar toe reden. We hebben dus een rondje gemaakt en achteraf gezien wel een mooi rondje. We gaan weer de grote brug over die het vaste land en Skye sinds jaren verbindt en zoeken de A851 op die richting Armadale voert, waar Cor en Diny dus vandaan komen. Omstreeks 17.00 uur staan wij net te wachten bij de ingang van een parkeerplaats van de Forrestry Commission (Staatsbosbeheer) en zien we hen aan komen rijden. We zoeken een plekje op de parkeerplaats in het bos, ver weg van de bewoonde wereld. We zetten de stoeltjes buiten in de zon en zitten gezellig buiten te kletsen totdat de wind  gaat liggen en de midges komen en ons de camper injagen.

Plaats       : Aan het Loch Na Dal.                                                                                           Km. stand: 13040.                                                                                                      Gereden  : 72 km.

Maandag  7 juli 2014.

We worden wakker met regen. Ik begin het weer nu te begrijpen hier op Skye. ’s Morgens regen en na 11.00 uur lekker weer en droog. Zo ook vandaag. We zitten eerst nog met z’n vieren aan de koffie gezellig te kletsen en als het blijft regenen besluiten we naar de Talisker Distilleerderij te rijden om die te gaan bezoeken. We rijden over de B851 naar de A87 en dan richting Broadford en bij Sliachan slaan we linksaf de B863 op en bij Drynoch nogmaals linksaf om dan via de B8009 in Carbost uit te komen waar de Talisker Distilleerderij is gevestigd. We zetten de camper op een parkeerplaats van de distilleerderij met uitzicht over Loch Harport. Ik ga met Cor en Diny naar Talisker en we krijgen een mooie rondleiding. Als we opgeslagen vaten met whisky te zien krijgt vertelt de gids dat er elk jaar 2% verloren gaat (verdampt) en dat noemen ze Angels Share. Ik vertelde de gids dat als de whisky eindelijk in de fles gaat er nog eens 40% verloren gaat maar dan aan de Staat. (Government Share=Taks). Aan het einde van de rondleiding krijgen we natuurlijk een dram, de goedkoopste (en lekkerste) dus vraag ik aan de gids wat het verschil in smaak is tussen de 10 jaar oude Talisker en de nieuwe uitgave Talisker Storm. De gids vertelt mij dat hij de Talisker Storm niet zo lekker vond en dat dit een mengeling van diverse casks betrof. Toen ik vertelde dat ik daar niet over kon oordelen omdat ik die Talisker Storm nog nooit geproefd had, begreep hij mij volkomen en kreeg ik deze ook nog om te proberen. Inderdaad weg turfsmaak,  die de gewone Talisker wel heeft. Ik heb maar geen fles whisky gekocht, want de Talisker koop ik in Nl voor 26 Euro (=31 pond) terwijl ze er hier 37 pond voor vragen. Andere whisky’s zijn ook duur trouwens, puur door de belasting.

Aangezien Cor en Diny naar Uig wilden om morgen met de ferry naar Lewis en Harris te varen, zijn wij op de parkeerplaats bij de distilleerderij gebleven om daar te overnachten. Stonden weer lekker in het zonnetje met mooi uitzicht. Wat dat betreft boffen we toch iedere keer. Elke nacht hebben we wel een mooi plekkie voor de rust, geen blerende kinderen, alleen af en toe blerende schapen maar als je shoarma roept zijn ze stil.

Plaats      : Carbost                                                                                                                                                 Km.stand: 13092.                                                                                                            Gereden : 52 km.

 

Dinsdag 8 juli 2014.

Vandaag droog, maar wel geheel bewolkt, tot aan ongeveer 11.00 uur toen inderdaad het weer opklaarde en de zon tevoorschijn kwam. Mooie wolken krijg je dan met de bergtoppen in de wolken. We hadden een wandeling gepland, maar wilden eerst naar het einde van deze single track road rijden bij het gehuchtje Port na Long en Fiskavaig. Altijd weer een uiitdaging, want op het laatst gaan de weggetjes steil naar beneden, maar vlak daarvoor besluiten we om om te keren en terug te rijden. We rijden dan naar Talisker waar de wandeling zou zijn aan de mooie Talisker baai, maar hier aan het einde van de weg  bijna bij de kust is geen parkeerplaats en geen mogelijkheid om onze camper hier te laten staan zonder dat die in de weg staat. Dus ook hier keren we weer en gaan nu naar Portree, de hoofdstad van Skye waar wel misschien 2500 mensen wonen. We rijden dus weer terug naar Sliachan en nemen de A87 naar Portree. We zetten de camper op de parkeerplaats en lopen het stadje in. Vanavond speelt de Skye Pipe Band op het plein en die wil ik wel even horen, dus blijven we hier. We slenteren wat door het stadje, maken mooie foto’s van de gekleurde huizen aan de haven en bekijken enkele winkeltjes. De zon schijnt lekker en we eten pie met chips. Daarna zoeken we voor de verandering een camping op die net buiten Portree ligt. ’s Avonds lopen we naar Portree, ongeveer 2,5 kilometer en zoeken een restaurantje op. Om 20.00 uur zijn we uitgegeten en horen we de Pipe Band van Skye aan komen. Op het plein geven ze een concert van een uur en het klinkt goed. Na dit optreden maak ik uiteraard nog even een praatje en dan lopen we om 21.15 uur terug naar de camping. Opeens horen we uit een kroeg een hoop geschreeuw. Voetbal>>> Als ik vroeg wat de stand is blijkt het 1-0 voor Duitsland te zijn. Als we na 10 minuten lopen het dorp uit zijn horen we boj de laatste pub dat het inmiddels al 3-0 is. Ik doe de rits van mijn fleecevest dicht, want ik draag een Brasil T-shirt en we lopen verder in het zonnetje naar de camping.

Plaats      : Portree.                                                                                                          Km.stand: 13156.                                                                                                                                                   Gereden : 64 km.

 

Woensdag 9 juli 2014.

We worden wakker met stralend weer en een zonovergoten hemel. Zijn we nog steeds in Schotland? Na het ontbijt  en de nodige loos- en laad werkzaamheden van het sanitair en water gaan we weer op pad. We rijden eerst naar een supermarkt net buiten Portree, want zoveel supermarkten kom je op het eiland niet tegen, althans niet boven Portree. Na de boodschappen rijden we via de A87 naar de A850 en via Carbost en het Loch Snizort naar Dunvegan en nemen dan de B884 naar de kust. Dit is weer een Singel Track Road. We komen langs Colbost waar we een oud crofters huisje zien staan en hierin is een museum gevestigd. Dat willen we wel even zien. Een crofters huisje is een oud huisje gemaakt van de keien die hier veel liggen en het dak is van stro, je kunt het vergelijken met een oud vervenershuisje, vloer van klei. Bedstee, vuurhaard in het midden etc. De entree kost 1,50 maar er is geen persoon die het geld int, er is geen gids, gelieve je naam in het boek noteren en het geld in het bakje te doen nadat je een entree kaartje hebt afgescheurd. Dat doen we dus. Het is allemaal niet erg goed onderhouden, subsidies kennen ze hier kennelijk niet, maar het is wel leuk. Verderop het terrein staan nog 2 hutjes, waarvan 1 deels is ingestort, maar te zien is dat hier een illegale stokerij was gevestigd.

Hierna rijden we verder over het fietspad, waar geen fietsers over rijden maar af en toe een auto en komen tenslotte na weer een afdaling terecht bij een klein haventje in de buurt van het gehucht Milovaig. Het haventje stelt niet veel voor, een pier, een oud vissershuisje, veel vissers rommel en oude bootjes en een paar bootjes gemeerd aan boeien in de baai. Een prachtig plekje om te overnachten en dat vonden ook 3 andere camperaars, want die stonden er al. We zoeken een mooi plekje op en trekken de wandelschoenen aan. We hadden hier ook een wandeling van internet afgeplukt, maar dat zijn geen echte wandelroutes kennelijk, maar op goed geluk paden. We maken dus zelf een rondje via Lower en Upper Milovaig en lopen een stukje richting de vuurtoren bij Neist Point. Als we om 17.00 uur terug zijn bij de camper hebben we lekker twee uur gewandeld en trek in een sapje waar we in het zonnetje van genieten met een prachtig uitzicht over de zee en op de achtergrond zien we de Buiten Hebriden,  de eilanden Benbecula en Nort Uist.

Een paar vissers gaan met een bootje op pad en komen even later weer terug met 20 lobsters (van dei grote garnalen weet je wel) Die schijn je hier goed te kunnen vangen en ze bewaren ze die beesten onder water en als er vraag naar is, halen ze er een paar op. Ze boden mij er eentje aan, maar ik heb vriendelijk bedankt. Zou niet weten hoe ik die moest klaarmaken en ze vertelden dat ze ongeveer 40 Pond per stuk kosten. Reden te meer om vriendelijk te bedanken. Omstreeks 22.30 uur gaat de zon langzaam onder en dat biedt weer een mooie foto reportage. Prachtig gezicht die ondergaande zon. Als de zon helemaal onder is, wordt het niet echt donker en blijft er een rood/oranje gloed hangen tegen de laaghangende wolken en die gloed is er ’s nachts ook nog. Het wordt hier in deze tijd nooit helemaal donker. Om 03.30 bv. is het alweer licht.

Plaats      : Milovaig                                                                                                                                               Km.stand: 13211.                                                                                                               Gereden : 55km.

 Milovaig Skye

Donderdag 10 juli 2014.

Geweldig wat een mooi weer. De zon schijnt meteen de camper in als we wakker worden en het wordt al gauw lekker warm. Na het ontbijt rijden we het fietspad weer op en via een ander fietspad naar Borreirag. Dit gehuchtje staat bekend om het feit dat hier een beroemde doedelzak familie woonde en die waren generaties lang de doedelzakspelers van de chief van de Clan MacLeod. Ze hadden hier vroeger ook een Piping School, speciaal om de klassieke doedelzakmuziek  (Pibrochaid) te leren. Nu was er een museum waar je ook CD’s  en doedelzakken kon kopen. Daar wilden we natuurlijk even naar toe. De borden van Piping Centre konden we makkelijk volgen, maar ter plaatse zagen we verder geen verwijzing. Een paar lokale Schotten wisten te vertellen dat het museum waarschijnlijk gesloten was, omdat de beheerder was overleden en zijn vrouw het niet alleen kon doen. Weer een stukje geschiedenis verdwenen en wij waren voor niets gereden. Maar we hebben genoten van het uitzicht langs Loch Dunvegan. We rijden de hele weg weer terug tot aan de A850 en gaan dan via Dunvegan Castle, de zetel van de MacLeods en nog steeds bewoont door de MacLeoads en via de A863 naar Claigan. Dunvegan Castle hebben we een paar jaar geleden al bezocht, zeer de moeite waard, maar nu gaan we naar Coral Beach, aan de andere kant van het Loch Dunvegan. Volgens de toeristen brochures zou hier koraal worden gevonden, interessant genoeg om eens te gaan kijken. Op de kleine parkeerplaats vinden we geen plek, zo druk is het, dus moeten we de camper op 1,5 km. van de parkeerplaats aan de kant van de weg neerzetten. Ergens anders was geen mogelijkheid. Geeft niet, het is lekker weer en we wandelen weer richting de parkeerplaats en dan via het pad langs de kust naar Coral Beach. Er zijn veel mensen die die kant ook op gaan of daar vandaan komen. We zien niets anders dan rotsen en kliffen, heel mooi en uiteindelijk zien we in de verte als we de bult over zijn een strandje tussen de kliffen. Het ligt er heel idyllisch, maar we hebben geen koraal gezien. Misschien wel verder de zee in, misschien een toeristisch attractie net zoals Loch Ness, maar wij hebben niets gezien. We lopen weer terug naar de camper en hebben zo toch onze wandeling van een kleine 2 uur er weer op zitten. In de camper is het bloedheet en ook buiten is het zweterig weer. We gaan weer rijden en gaan de weg terug naar Dunvegan en dan via de A850 een stukje naar het noorden. Na 7 km. slaan we linksaf de B886 op naar Halistra, zo’n beetje aan het einde van de weg op het schiereiland Waternish. Bij Stein zien we langs de kant van de weg een bord met de tekst SkySkins en hier prepararen ze op de traditionele manier de schapenhuiden. We gaan even kijken, krijgen een rondleiding en uitleg. Best interessant hoe ze van een dood beest een tapijtje maken voor bij de open haard.

Na de rondleiding door het bedrijf die eindigde bij de winkel zijn we nog een stukje verder gereden en vonden bij  kerk van het gehucht Halistra een plekje om te overnachten. Niet zozeer vanwege de kerk, maar meer vanwege het uitzicht vanuit de camper over zee en de Buiten Hebriden hebben we besloten om hier te blijven staan. Zoek Halistra maar eens op  met Google Earth en je ziet wat wij ook zien.

Plaats       : Halistra                                                                                                                                           Km. stand: 13275.                                                                                                               Gereden  : 63 km.

 

Vrijdag 11 juli 2014.

We worden wakker met een lekker zonnetje en na het ontbijt trekken we de wandelschoenen aan om een rondje te lopen. We staan nl. nog niet aan het einde van de weg van dit schiereiland en zagen op de kaart dat we langs de kust via twee gehuchtjes, Ardmore en Trumpan een rondje konden lopen. Halverwege onze wandeling betrekt de lucht helemaal en aan de kust is er een koude wind. We wandelen lekker over de smalle weg naar Ardmore, wat niet meer is dan een vervallen boerderij en een groot oud kasteelachtig huis op een schiereiland, waar kennelijk nu een schapenboer woont. Even later komen we bij een ruine van een kerkje met begraafplaats, waar veel MacLeods en MacKinnons liggen, twee clans, die hier kennelijk woonden. Op de parkeerplaats van dit kerkhof kun je ook mooi staan met de camper. Vanaf een hoogte heb je een mooi uitzicht op de Buiten Hebriden. Na 2 uur wandelen zijn we weer bij de camper. Omstreeks 15.00 uur rijden we 4 km. terug naar Stein, waar de oudste Inn van Skye  staat. (uit 1790). Behalve lekker eten, hebben ze hier ook keus uit meer dan 125 whisky’s, wat mij erg aantrok en je kon op hun parkeerplaats overnachten. Stein is een gehucht langs de oevers van Loch Bay en bestaat uit mooie wit geschilderde oude huisjes in een rijtje. Er is een pier, twee restaurantjes en een curiosa winkeltje in het oude postkantoortje. Deze Inn     (herberg) staat ongeveer in het midden van dit smalle straatje en de parkeerplaats is naast de Inn, waar we ternauwernood kunnen staan. Veel doorgaand verkeer heb je hier niet, alleen maar Pub verkeer. We zetten de camper neer en om 17.00 uur duiken we de pub in van deze oude Inn. We hebben een mooi plaatsje aan het raam, de muren zijn van grote stenen gemaakt, zoals de huisjes vroeger waren en de hele Inn straalt een hele gezellige sfeer uit. Van de 125 whisky’s die ik zie staan heb ik er zelf 50 van, dus die kan ik overslaan. Ik zoek eerst een Craigellachie uit 1990 uit die in 2007 gebotteld is (17 jaar), dan een BenRomach 10 jaar oud en  een Kilchoman die hooguit 8 jaar oud is (deze distilleerderij bestaat nog niet zo lang). We eten lekker, eendenborst met cranberrysaus en een lekkere Haddock en sluiten af met een bijzonder Caol Ila whisky. Bijzonder, omdat die gerijpt is op twee verschillende soorten vaten en daarom een bepaalde karakteristiek heeft. Liesbeth houdt het bij witte wijn, gelukkig maar anders moet ik de whisky kelder vaker aanvullen. In ieder geval, we genieten.

Op het einde van de dag is de bewolking helemaal gezakt, waardoor we de overkant van het loch niet meer zien. Het miezert daardoor een beetje. Dit is dus Schotland.

Plaats       : Stein.                                                                                                                   Km. stand: 13279                                                                                                                Gereden  : 4 km.

 

Zaterdag 12 juli 2014.

Het heeft vannacht we wat gemiezerd, maar nu is het weer droog. Nadat ik de eigenaresse van de Inn heb bedankt met een kruikje kruidenbitter omdat we hier hadden mogen overnachten (maak je echt vrienden mee) zijn we terug gereden naar Halistra, waar vandaag  Sheep Dog Trials gehouden werden. Dit zijn wedstrijden, waarbij Border Collies de schapen opdrijven en via drie poortjes in het parcours  achter het hek moeten zien te krijgen. De eerste hond krijgt de schapen maar niet in het zicht, want vanaf het startpunt moeten ze eerst 400 meter lopen naar de schapen . Tot 3 keer toe lukt het de hond niet om de schapen in het snotje te krijgen. Een volgende hond gaat het wat beter af en die krijgt de drie schapen keurig door de poortjes. Leuk hoor. De Border Collies zijn hele lieve, schrandere honden en die blaffen bijna niet, zijn heel gehoorzaam en ontzettend lief. Je moet alleen veel tijd voor ze hebben. Ik houd helemaal niet van honden, maar met Border Collies heb ik wat en niet alleen omdat het Schotse honden zijn.

Als het weer begint te miezeren gaan we rijden over de A850 en A87 richting Portree om wat boodschappen te doen en daarna rijden we via de A87 noordwaarts naar Uig. We hadden water nodig want de tank was leeg, dus bij 2 tankstations in Portree gevraagd of we na het tanken ook water mochten tanken tegen betaling. Bij beide tankstations krijgen we nee te horen, water konden we krijgen op de camping. Dus konden ze verrekken met hun diesel. Portree is behoorlijk camper-onvriendelijk, overal bordjes met No Overnight Parking en je wordt zo’n beetje verplicht om op een camping te gaan staan. We rijden Portree weer uit en gaan na het boodschappen doen noordwaarts over de A87 naar Uig. Hier houdt de A87 op en is de haven waar de ferry naar de Buiten Hebriden vertrekt, maar dat hebben we in 2002 al eens gedaan. Inmiddels is het wat harder gaan miezeren en bij vlagen regent het behoorlijk, de lucht is helemaal grijs. Bij het tankstation vragen we  of we water kunnen laden na het tanken en uiteraard kon dat, terwijl hier ook een camping is. Gelukkig denken ze er hier anders over als in Portree. Na het tanken gaan we  verder noordwaarts over de smallere(STR) A855, wel een hoofdweg, maar grotendeels een fietspadformaat. Bij Kilmuir is een soort openlucht museumpje van crofters huisjes. Er staat een smidse, een weverij, een schooltje met veel informatie en een gezinshuisje. Op de weg er naar toe moeten we langzaam rijden vanwege een kudde Schotse Hooglanders die nog steeds denken dat de weg van hun is. Vlak achter de huisjes van het museum is een begraafplaats waar onder anderen Flora MacDonald is begraven. Zij hielp na de Battle of Culloden (de laatste veldslag op Britse bodem tegen de Schotten) Prince Charles Edward Stuart te ontsnappen nadat de Engelsen een losprijs van 1 miljoen pond op zijn hoofd hadden gezet. Ook is hier een MacArthur begraven, een beroemde doedelzakspeler uit dezelfde tijd.

Hierna sukkelen we in de regen verder over deze weg en bij Staffin Bay, als het net droog is, stoppen we even bij de bekende Kilt Rock, een basaltformatie die op de plooien van een kilt lijkt. Hier stort ook een waterval vanaf ongeveer 60 meter hoogte in zee. Daarna zoeken we geruime tijd een plekje op om te overnachten, maar vinden niets geschikts. We rijden weer voorbij Portree en dan via de B883 (weer een Single Track Road) naar een paar kleine gehuchtjes aan de kust. Hier is meestal wel een plekje te vinden en inderdaad, bij Peinechorran vinden we aan het einde van het dorp en aan het einde van de weg bij de kust een plekje. We hebben ondanks de regen een mooi uitzicht op de overkant van Loch Sliachan en zien het plaatsje Sconser liggen, waarvandaan de ferry naar het eiland Raasay vertrekt.( Zie verslag 2011)

Plaats       : Peinechorran                                                                                                                                          Km. stand: 13444.                                                                                                           Gereden  : 165 km.

 

Zondag 13 juli 2014.

Het regenen is opgehouden, maar we beginnen de dag grijs. Na het ontbijt gaan we eerst richting Portree, waar ik bij de Tourist Information even laat weten dat het Piping Centrum gesloten is , in tegenstelling tot hun brochure en dat Portree behoorlijk camperonvriendelijk is. Ik leg uit wat ik gisteren ondervond toen ik water wilde tanken en dat dit behoorlijk negatief werkt, vooral als ik het een en ander op een Brits forum vermeld. Weet niet of ze er wat mee doen, zoeken ze maar uit, Portree kom ik niet meer.

Hierna rijden we via de hoofdweg A87 richting Kyleakin, waar de brug is naar het vasteland. Hier gaan we op de pier weer staan om een broodje te eten en opeens staat er een politieauto met twee collega’s erin naast de camper, ook om hun broodje op te eten. Ik geef ieder een pen van de Nederlandse politie en we praten wat. Als wij willen vertrekken zie ik in mijn achteruitkijkspiegel een groen container staan, die er vorige week, toen we hier ook waren, ook al stond. Ik rijd dus achteruit en zie niet dat er precies in het midden achter onze camper, buiten het zicht van mijn spiegels een minicamper geparkeerd staat die ik achteruit rijdend raak. Shit. Gelukkig is zijn bumper steviger als die van mij en is alleen mijn plastic bumper gescheurd en die van de andere camper niet. Er is niemand bij het campertje aanwezig, dus laat ik beide politiecollega’s ook even kijken, of hij echt geen schade heeft en daarna rijden we weg om later onze bumper met ducktape aan de binnenkant even te plakken.

Daarna rijden we over de brug het eiland Skye af en het wordt steeds helderder. We blijven de A87 volgen door het mooie Glen Shiel en daarna door Glen Garry. Bij het plaatsje Invergarry rijden we over de A82 langs het Loch Lochy, stoppen even om te kijken bij Laggan Lochs in het Caledonian Canal. Aangezien

je hier niet kunt overnachten rijden we door over de B8004 naar Gairlochy. Hier steken we het kanaal over, rijden eerst noordwaarts wat een doodlopende weg bleek te zijn en daarna zuidwaarts. Bij Banavie zijn 8 sluizen achter elkaar in het Caledonian Canal en dat heet Neptunes Staircase. Hier is een hotel en we vragen of we ’s avonds in de pub wat mogen drinken en uiteraard dan blijven staan op de parkeerplaats. Dat vonden ze geen enkel probleem. En aan het einde van de dag is het weer lekker zonnig.

Na het eten zijn we de pub in gegaan en heb ik een paar whisky’s uitgeprobeerd.

Plaats     : Banavie                                                                                                                                          Km.stand: 13652.                                                                                                                                    Gereden : 165 km.

 

Maandag 14 juli 2014.

De dag begon droog en we zijn eerst even bij het schutten gaan kijken van een vissersboot en een jacht. Het schutten door 8 sluizen kost gemiddeld 1,5 uur. Trapsgewijs ga je naar boven of naar beneden, afhankelijk van de richting dat je uit wilt.

We vertrekken weer en zijn binnen 15 minuten in Fort William, een toeristisch plaatsje, maar wel leuk. We gaan eerst tanken en water laden en zetten dan de camper op de parkeerplaats. Daarna lopen we de stad in en bekijken een paar leuke winkeltjes en toen begon het te regenen. Aangezien we het plaatselijk museum over deze omgeving en de Massacre of Glencoe wilden bekijken, zijn we dat maar gelijk gaan doen. Het museum was ontzettend interessant, maar na een uurtje of twee was de regen nog niet opgehouden. We hebben ergens fish en chips gegeten en zijn toen naar de camper teruggelopen, bij Morrissons boodschappen gedaan en toen was het inmiddels 16.30 uur voordat we vertrokken. We zijn Fort William uitgereden in zuidelijke richting over de A82 25 km verderop in Nort Ballachulish zijn we gestopt bij het Loch Leven Hotel. Dit hotel stond op onze lijst dat je hier kon overnachten, dus dat hebben we uitgeprobeerd. Het is een leuk oud familiehotel met slechts 12 kamers aan het Loch Leven waar vroeger de ferry naar de overkant was. Sinds lange tijd is hier een brug, dus het hotel heeft alleen nog klandizie van toeristen. We hebben de camper neergezet en zijn de pub van het hotel ingedoken, want ze hadden ook plaatselijk gebrouwen bier. Blijkt dat hier vroeger een bierbrouwerij was, maar inmiddels gesloten. Enkele jaren geleden heeft een gepensioneerde tandarts de brouwerij overgenomen en weer in ere hersteld. Lekker bier was dat. We hebben er ook nog maar even gegeten en aangezien ze ook een groot assortiment whisky’s hadden, heb ik hier enkele van geproefd.

Plaats       : Nort Ballachullish                                                                                                                                  Km. stand: 13680.                                                                                                                         Gereden  : 28 km.

 

Dinsdag 15 juli 2014.

Vandaag is de dag droog begonnen en dat is ook zo gebleven. Na het ontbijt zijn we vertrokken richting Pitlochry, een heel stuk zuidelijker.We zijn eerst over de  B863 om het Loch Leven heen gereden, om in Glencoe uit te komen. Hier is in 1692 in opdracht van de NL Willem de 3e de helft van het dorp uitgemoord. Vanaf Glencoe rijden we over de A82 door het dal van Glen Coe. Een mooi dal, hoge bergketens aan weerszijden en hier en daar watervallen die naar beneden denderen. Na zo’n 50 km komen we Tyndrum en Crianlarich. We genieten van de prachtige vergezichten door dit dal. Bij Crianlarich verlaten we de A82 en nemen de A85 door het Glen Dorchart naar Killin. Hier stoppen we even om de benen te strekken en even terug te lopen naar de rivier die hier door het dorp stroom en versnelt vanwege de kloof. We maken mooie foto’s vanaf een oude Thomas Telford Bridge, kijken bij de rivier en rijden daarna weer verder maar nu over de A827. Bij het gehuchtje Lawers aan het Loch Tay zien we bij een voormalig tolhuisje een bord staan dat hier een herten en andere hoorn zaken worden verkocht. In de openstaande schuur zien we tijdens het voorbijrijden een hele stapel geweien liggen. Hier moeten we even stoppen. De eigenaar verteld dat hij deze hoorns opkoopt en vervolgens bewerkt en er mooie dingen van maakt, oa. messen en vorken met een hoornen handvat etc. Leuk. We merken trouwens dat we weer een beetje in de bewoonde wereld komen. De single track roads verdwijnen, het wordt drukker met auto’s en met mensen.

Via Aberfeldy, waar ook een distilleerderij staat, komen we tenslotte bij Ballinluig op de hoofdweg A9 uit en 10 minuten later zijn we in Pitlochry. Het eerste wat we in dit stadje tegenkomen is de Blair Atholl Distillery, bekend van Bell’s whisky. Tijd om even te gaan kijken. Ik kan nog net met de rondleiding van 16.00 uur mee en we hebben een Poolse gids mevrouw die gaat vertellen over whisky. Alleen dat al stond mij tegen. Niet dat het een Poolse was, maar dat het geen Schot of Schotse was. Dit is de eerste distilleerderij waar ik een niet Schot als gids heb. Deze whisky valt dus al af. De Poolse doet haar verhaaltje zonder enige passie voor het product en verteld dat de malt die slechts in geringe mate wordt geproduceerd onder de naam Blair Atholl slechts bij deze distilleerderij en bij enkele goede winkels in Schotland te krijgen is. Ik heb haar maar niet teleurgesteld door te vertellen dat deze malt ook in Nederland gewoon te koop is en voor de helft van de prijs. Na de rondleiding kregen we een scheutje te proeven, niets bijzonders dus gauw weer weg en de camper op de parkeerplaats gezet in de stad en even naar de winkel van Robertson gelopen. Deze winkel bestaat al zo lang als dat ik in Pitlochry kom (sinds 1973) en ze hebben hier een ruime selektie whisky’s tegen een redelijk prijs (voor Schotse begrippen dan wel) De gewone whisky;s zijn in Nederland goedkoper, maar enkele bijzondere zijn gewoon niet in Nederland te krijgen en daar was ik naar op zoek. Het werd dus een Aberfeldy single malt (de distilleerderij waar we vanmiddag langskwamen) uit 1996, die in 2013 is gebotteld. 17 jaar oud dus.

Aangezien het al na 18.00 uur was hebben we de plaatselijke camping opgezocht. Als we door waren gereden, dan was het misschien wel nog later geweest voordat we een plekje zouden vinden.

Plaats      : Pitlochry.                                                                                                                        Km.stand: 13851                                                                                                                                              Gereden : 171 km.

 

Woensdag 16 juli 2014.

Eindigde de dag gisteren met een lekker zonnetje en temperatuur, vanmorgen regende en miezerde het de hele tijd. Tijd om naar huis te gaan dus. We zoeken de A9 weer op en rijden verder in zuidelijke richting via Perth. Hier wordt het een heuse snelweg, de M90. Bij North Queensferry gaan we van de snelweg af en zoeken de parkeerplaats onder de Fort Bridge op om te lunchen. De Fort Bridge is een gigantische spoorbrug over de brede River Forth gebouwd uit gigantische stalen elementen in rode kleur. Mooi gezicht. Even later steken we via de M90 dezelfde River Forth over, maar dan over de naast gelegen brug. Er wordt trouwens druk gewerkt aan brug nr. 3 zien we. We rijden over de rondweg om Edinburg heen en dan over de A703 via Pencuick naar Peebles, waar we in 2011 ook eens hebben overnacht. Daarna via de A72 en B709 naar Capercleuch. Inmiddels is het al vanaf Edinburg droog weer en de zon komt af en toe tevoorschijn. We rijden over de B708 weer door een mooi dal, wat hier niet Glen wordt genoemd, maar gewoon Valley. Dit is dus het Moffat Water Valley. Ons einddoel voor vandaag was de Grey Mare’s Tail Waterfall, een waterval die ongeveer 60 meter naar beneden dendert. Onze Schotse vriend Ian had dit aan ons voorgesteld, mooie waterval en mooie wandeling naar de top. Als we op de parkeerplaats aankomen zien we de waterval. We parkeren de camper en lopen het paadje naar de waterval om foto’s te maken. Prachtig gezicht als je dat water naar beneden ziet denderen en vervolgens als riviertje weer verder stroomt. Dit riviertje stroom langs de parkeerplaats en we besluiten hier te overnachten. Er is ook een wandeling naar een meertje dat boven op de berg ligt, maar dat gaan we morgen doen, afhankelijk van het weer. Bleek een wijs besluit, want om 19.30 uur een gigantisch onweer met dito regenbui. We hadden nog een paar wandelaars de berg op zien gaan, die veel later kletsnat weer beneden kwamen, terwijl wij lekker droog aan de nasi zaten.

Plaats      : parkeerplaats Grey Mares Tail Waterfall                                                                Km.stand: 14055                                                                                                                                Gereden : 204 km.

Donderdag 17 juli 2014.

Stralend weer vandaag na de vele regen van gisteravond. Om 08.30 hebben we de wandelschoenen al aan en sjokken de bult op. Echt sjokken, want het begin, de eerste kilometer gaat steil omhoog en deels is het een trap die van de grote keien die hier liggen is gemaakt. Om de zoveel tijd moeten we even stoppen om op adem te komen, maar als je je dan omdraait heb je een prachtig uitzicht  over het dal en de parkeerplaats waar de camper staat. Nog iets hoger hebben we een geweldig uitzicht over de waterval en op een gegeven moment zijn we boven de waterval en kijken we 60 meter de diepte in, want dat is de afstand dat het water naar beneden valt. Vanaf hier is het paadje niet zo steil meer en loopt het een stuk makkelijker. De ene keer hoor jet het geruis van het beekje en als je om de bocht bent dan hoor je niets, behalve een enkele vogeltje, zoals de heikneuter. We lopen langs het riviertje stroomopwaarts en weer een uurtje later komen we bij het meer Loch Skeen aan. Wat een mooi uitzicht hebben we hier en we zijn helemaal alleen. Hier boven is het wel koud, de wind giert om je heen, maar een prachtig uitzicht waar we van genieten en dan lopen we weer terug. De afdaling gaat ook niet vanzelf, want door de kleine steentjes moet je oppassen dat je niet uitglijdt op de steile helling. Om 10.45 zijn we weer beneden en kunnen we aan de koffie.

Om 12.00 uur gaan we weer rijden en richting Cocklaw Burn Beach, waar we Ian en Adele zullen gaan ontmoeten zoals we hadden afgesproken. We rijden de A708 terug langs het St. Mary’s Loch tot aan Selkirk. Als we hier boodschappen willen doen vinden we geen grotere supermarkt, dus rijden we door naar Galashiels waar ik wist dat er twee hele grote supermarkten tegenover elkaar stonden. Daarna rijden we via de A6091 en de A68 naar de smallere A6105 en via  Gordon naar de B6461 om tenslotte bij Paxton Schotland te verlaten. Een paar minuten later rijden we op de A1 zuidwaarts en bij Scemerston gaan we richting het strand waar de camper naast de bus van Ian en Adele neerzetten. Als we aan een biertje zitten komt er nog een Schot (Dereck) aan die we van naam kennen van het camperforum. Hij had gehoord dat we hier zouden gaan staan en kwam even kennis maken. Liesbeth maakt een lekkere salade en we zitten gezellig met z’n vieren buiten in het zonnetje te eten. Hier aan het strand waait het wat meer en als de zon onder is, wordt he fris en gaan we in de camper zitten, terwijl de vleermuizen om de camper fladderen.

Plaats       : Cocklawburn  Beach.                                                                                                             Km. stand: 14179.                                                                                                                              Gereden  : 124 km.

 

Vrijdag 18 juli 2014.

Onze laatste volle dag hier op dit grote eiland. We beginnen de dag met een lekker zonnetje en genieten van het uitzicht over de duinen en het strand. Na de koffie gaan we over de A698 richting Coldstream dat weer net over de River Tweed in Schotland ligt. De River Tweed is een groot deel een grens rivier. In Coldstream gaan we met Ian en Adele een wandeling maken door een groot park/bos en hierna rijden we weer de grens over en rijden de Cheviot Hills in waar we in een heel piepklein plaatsje aan een doodlopende weg een parkeerplaats vinden. Hiervandaan kun je ook veel wandelingen maken. Op de parkeerplaats mag je niet overnachten, maar de lettertjes zijn zo klein en aangezien ik mijn bril niet op had kon ik dit dus niet lezen. Dus blijven we hier overnachten. Hier is werkelijk niemand, we staan tussen de heuvels waar duizenden jaren geleden een nederzetting was en nu lopen er alleen maar schapen. Wat een rust hier. Mooie plek voor onze laatste nacht.

We gaan nog een uurtje in de omgeving wandelen en daarna brouwen een maaltijd in elkaar voor 4 personen. Na het eten en de koffie zitten we nog gezellig met Ian te praten. Het is een mooie dag geweest, alhoewel aan het einde van de dag bewolkt.

Plaats       : Cheviot Hills                                                                                                                           Km. stand: 14233.                                                                                                                           Gereden  : 54 km.

Zaterdag 19 juli 2014.

Vannacht kwam er een kudden blerende schapen voorbij de camper . Ja de natuur heeft wel wat.      ’s Morgens is het bewolkt maar wel warm. Om 10.00 uur nemen we afscheid van Ian en Adele en zoeken de A697 op die we in zuidelijke richting volgen. In Wooller zou volgens Ian een hele goede slager zijn die lekkere pie’s maakt, dus aangezien we daar langskomen, kopen we enkele pie’s om mee naar huis te nemen. De Scottish pie’s zijn zo vers dat ze nog warm zijn, dus die gaan met de koffie al op. De ander pie’s gaan in de koelkast. Onderweg hebben we een beetje regen.

De A697 komt tenslotte op de A1 uit en via A19 brengt de TomTom ons NewCastle, of eigenlijk North Shields, ons bij de ferry pier waar we in de rij gaan staan. We zijn vroeg, maar kunnen lekker in de camper zitten en dit verslag afmaken, boekje lezen. Het is nog steeds bewolkt, maar warm. Kunnen we vast wennen aan het weer in Nederland. Als we vroeger dan verwacht om 14.30 uur via de ticketbalie naar de douaneloods rijden begint het te regenen. Om 15.15 uur staat de camper op de ferry en zoeken we onze hut op. Helaas kunnen we niet buiten zitten, want het blijft regenen en het is grijs.

Plaats      : NewCastle Ferry Terminal                                                                                                     Km.stand: 14346.                                                                                                                            Gereden : 113 km.

 

Zondag 20 juli 2014.

Om 09.45 uur rijden we de ferry af. We hebben eerst nog aan dek kunnen staan en we verbaasden ons erover dat het bewolkt was, echter zeer warm. Als we IJmuiden uitrijden begint het wat te miezeren en we dachten toch echt dat we mooi weer zouden krijgen in Nederland. We merken dat de rijstijl hier heel anders is, veel asocialer. Op de A1 staan we 45 minuten in de file omdat er zo nodig een vangrail vervangen moet worden waardoor er 1 rijstrook dicht is. Welkom terug in Nederland.

Uiteindelijk zijn we om 15.00 uur thuis, we zien dat de thermometer op 30 graden staat en dat is toch een verschil, gisteren hadden we nog een vest aan.

Plaats      : Bovensmilde                                                                                                                                            Km.stand: 14557.                                                                                                                             Gereden : 211 km.

We hebben deze 5 weken heel bewust niet teveel gereden, maar meer plaatsen bezocht en vooral wandelingen gemaakt. We hebben enorm genoten, wat ons zeer aantrok was natuurlijk de bijzonder mooie landschappen en natuur van Schotland, maar ook de verlatenheid en de rust.We vonden het geweldig om op plaatsen te overnachten tussen de schapen waar je bijna niemand ziet, vooral geen toeristen. In totaal hebben we deze reis 3499 km. gereden. Dat zullen er volgend jaar wel meer worden, maar dat horen jullie nog wel.

Ad en Liesbeth.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

title

Click to add text, images, and other content